Vliegtaks op alle vluchten, ook voor vliegreizen buiten Europa
  Foto:  belgaimage

De kern heeft een akkoord bereikt over de vliegtaks. Ook wie verder dan Europa vliegt, zal een taks moeten betalen.

De premier en de vicepremiers staan erg dicht bij een definitieve beslissing over de mini-taxshift. Tijdens de begrotingsopmaak werd afgesproken om de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid – een archaïsche belasting – dit jaar al met 200 miljoen euro te verlagen. Minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) heeft de ambitie om die taks helemaal af te schaffen, maar dat kost 1,2 miljard euro. Daarom wordt in schijven gewerkt.

   • Lagere energiefactuur veroorzaakt hoogspanning in regering-De Croo

Voor de financiering van die belastingverlaging wordt gekeken naar hogere accijnzen op tabak, de hervorming van de regeling waarbij de werkgever een stuk bedrijfsvoorheffing niet moet doorstorten én de vliegtaks. Over de twee eerste financieringbronnen was eerder al een consensus bereikt, en nu heeft de kern ook een akkoord bereikt over de vliegtaks. Wie een vlucht neemt van minder dan 500 kilometer zal 10 euro inschepingstaks moeten betalen. De trein kan voor die afstand een perfect alternatief vormen. Voor langere vluchten binnen Europa bedraagt de taks 2 euro. En voor alle andere vluchten zal 4 euro aangerekend worden. De MR heeft dus haar bezwaren definitief laten varen tegen een taks die alle vluchten treft. De taks moet 30 miljoen euro in het laatje brengen.

Wie profiteert van lastenverlaging?

Waar wel nog discussie over is, is wie van de belastingverlaging mag genieten. De kern heeft een aantal parameters vastgelegd en technici zijn nu opnieuw de verschillende mogelijke scenario’s aan het becijferen die daarin passen. In een van die scenario’s wordt gekeken om de belastingverlaging enkel voor te behouden voor wie een gezinsinkomen heeft tussen 75.000 en 82.000 euro. In een ander scenario dooft de verlaging snel uit bij de hogere inkomens. Daartussen zou de belastingverlaging tussen de 50 en 250 euro bedragen per jaar. Tijdens de begrotingsopmaak was immers afgesproken dat door die belastingverlaging ‘de lage en middenlonen aan koopkracht moeten winnen én de promotieval wordt verminderd’. Alles nog eens doorrekenen neemt toch snel nog een paar uur in beslag, valt te horen. Daarna gaat al dat cijferwerk naar een vergadering van de kabinetschefs. Als die een akkoord kunnen bereiken, dat het fiat krijgt van hun respectievelijke minister, is de kous af en moet het dossier niet opnieuw naar de kern. Of dat vandaag nog lukt, is nog onduidelijk.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig