Turkije laat Osman Kavala niet vrij, ondanks ultimatum van Raad van Europa
Osman Kavala.  Foto: afp

Turkije had – na een eerdere uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens – tot woensdag tijd om de zakenman en filantroop Osman Kavala vrij te laten. Turkije liet de deadline van de Raad van Europa passeren. Volgens de Raad van Europa kunnen sancties volgen.

De 64-jarige zakenman en filantroop Osman Kavala staat bekend als criticus van president Erdogan. Westerse landen en mensenrechtenorganisaties stellen dat hij vastzit om politieke redenen. Dat Kavala al ruim vier jaar zonder bewijs in voorarrest zit, laat volgens mensenrechtenorganisaties zien dat het een schijnproces is. Volgens Turkije wordt hij verdacht van de financiering van de Gezi-protesten in 2013 en betrokkenheid bij de mislukte staatsgreep in 2016. Voor dat eerste werd hij in 2020 vrijgesproken, maar hij werd daarna nogmaals aangehouden op verdenking van spionage en werd door ­Erdogan neergezet als een samenzweerder die ‘terroristen financierde’.

In 2019 vroeg de Raad van Europa om Kavala vrij te laten. Dat moest ten laatste 19 januari gebeuren. Maar nu de Turkse president Recep Tayyip Erdogan die deadline laat passeren, kunnen sancties volgen. Omdat Turkije lid is van de Raad van Europa, een mensenrechtenorganisatie van 47 landen, wordt het land geacht het vonnis van het Europese mensenrechtenhof op te volgen.

De volgende bijeenkomst van de Raad van Europa is op 2 februari. De kans is groot dat de Raad besluit Turkije sancties op te leggen.

Ambassadeurs van Canada, Frankrijk, Finland, Denemarken, Duitsland, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zweden en de VS riepen begin oktober in een mededeling tot een ‘rechtvaardige en snelle regeling van de zaak’ Osman Kavala op. Daarop dreigde Erdogan hen het land uit te zetten. Zover kwam het uiteindelijk niet.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig