camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

energie

Hoge energieprijzen leiden tot overwinsten op groene stroom |

Niet alleen op kernenergie zijn er door de record-energieprijzen exceptionele winsten, maar ook groene stroom profiteert van de bonanza.

maandag 17 januari 2022 om 3.25 uur

In 2009 tot 2012 werden volop zonnepanelen gelegd in Vlaanderen. Er was toen een dubbele subsidie. Thijs Pattyn

Waar bij kernenergie de problematiek is dat de exceptionele winsten die geboekt worden op afgeschreven kerncentrales onvoldoende ­afgeroomd worden, worden er bij hernieuwbare energie nog te veel subsidies uitbetaald. De federale subsidies op windmolens op zee bedragen circa 700 miljoen euro. Op Vlaams niveau werd er in het laatste handelsjaar volgens de Vreg nog voor 1,02 miljard euro aan groenestroomcertificaten uit­betaald. Het gros daarvan (850 miljoen) kwam van zonne-energie, een beetje kwam van windenergie op land en biogas.

Maar bij al die subsidies en/of formules voor afroming van nucleaire winsten, werd er nooit rekening mee gehouden dat de stroomprijs kon stijgen tot een prijs in december 2021 van 245 euro per megawattuur (MWh). De energieprijzen zijn vooral in de laatste maanden beginnen te stijgen. Over heel 2021 lag de elektriciteitsprijs gemiddeld op 98,2 euro. In het pre-coronajaar 2019 was dat 39,4 euro.

De elektriciteitsprijs is zo hoog als gevolg van de hoge aardgasprijs. Die bepaalt de referentieprijs voor elektriciteit, omdat veel elektriciteitscentrales op aardgas draaien. In België was echter kernenergie goed voor 52,4 procent van de stroomproductie. Zonne-energie was goed voor 5,1 procent, windmolens op zee voor 7,3 procent, windmolens op land voor 4,3 procent biogas op 3,8 procent.

Groep Fernand Huts

De grootste overwinst zit dus bij de kernenergie, maar ook bij de hernieuwbare energie zijn het ­ongeziene tijden. Alle installaties van hernieuwbare energie die dateren van voor 2013 genieten van vaste subsidies die los staan van de energieprijs. Toen dit systeem in het leven werd geroepen, was er niemand die kon vermoeden dat bijvoorbeeld de stroomprijs in ­december 2021 6,2 keer zo hoog zou zijn als over het gemiddelde van het pre-coronajaar 2019.

In Vlaanderen werden vooral in de periode 2009 tot 2012 volop zonnepanelen gelegd. Er was toen een dubbele subsidie. Een (federale) belastingaftrek van 40 procent van de investeringskosten én een Vlaamse subsidie die ooit 450 euro per 1.000 kWh bedroeg en in 2011 daalde naar 350 euro om in 2012 versneld afgebouwd te worden. Op basis van de gemiddelde stroomprijs in de maanden dat de panelen vooral produceerden, boekten die installaties een elektriciteits­productie met een waarde van 100 miljoen euro. Het is die oude generatie panelen die het meeste steun krijgt, waarbij er helemaal geen ­rekening met de stroomprijs wordt gehouden. Op basis van een steun van 250 euro krijgen ze per jaar 250 miljoen steun. Industriëlen als de Groep Fernand Huts en de Limburgse Groep Machiels ontvangen vandaag nog altijd hoge subsidies ondanks de recordstroomprijzen.

De overwinsten komen overal terecht behalve bij de consument.

Het steunmechanisme houdt sinds 2013 wel rekening met de stroomprijs. In periode van hoge stroomprijzen wordt er minder steun uitbetaald. Die correctie ­gebeurt via een zogenaamde ‘bandingfactor’. Die wordt jaarlijks ­berekend. Maar hier is het probleem dat de geschatte marktwaarde van de elektriciteit veel te laag werd ingeschat. Voor windmolens ging men bijvoorbeeld uit van een noodzakelijke verkoopprijs om een normaal rendement te kunnen halen van 43,9 MWh. In ­december bedroeg de prijs 245 ­euro per MWh.

Als deze zomer de jaarlijkse aanpassing van de subsidie wordt ­berekend, zal men vaststellen dat het aantal toe te kennen groenestroomcertificaten kan worden ­gehalveerd. De correctie loopt ­echter achter de feiten aan.

Uitzonderlijke winsten

De huidige Vlaamse regering heeft de ambitie om in 2025 geen groenestroomcertificaten meer toe te kennen. Maar in de komende jaren lijkt de overwinst wel te blijven bestaan. Zo kostte de goedkoopste toekomstige stroom op de groothandelsmarkt gisterenavond nog 159,86 euro. Het gaat om in het eerste kwartaal van 2023 te leveren stroom. Vandaar dat specialisten pleiten om het steunmechanisme te vervangen door subsidies op ­basis van cfd-contracten. Daarbij wordt gekeken naar de effectieve stroomprijs en krijgen producenten een toeslag als de prijs te laag is om een normaal rendement te ­halen of moeten ze geld terugstorten als er overdreven winsten zijn.

Dit prijsmodel zal worden ­gehanteerd voor de nieuwe gordel aan windmolens op zee die zal worden gebouwd. In de huidige modellen wordt er nooit iets teruggestort van de exceptionele winst. Tussen 2013 en 2019 bijvoorbeeld lag de gemiddelde groothandelsprijs voor stroom op 42 euro per MWh. De huidige laagste toekomstige prijs (159,86 euro) ligt 3,8 keer zo hoog. Dat betekent dat er enorme uitzonderlijke winsten worden ­geboekt, alleen is het niet duidelijk waar die blijft plakken. De stroom van de windparken op zee wordt bijvoorbeeld doorverkocht onder vorm van langetermijncontracten aan partijen zoals Engie, Luminus en Eneco.

Het oudste windmolenpark, C-Power, bijvoorbeeld, kon volgens de auteurs Luc Pauwels en Wim Van den Eynde in het boek De keizer van Oostende rekenen op 2,2 miljard subsidies gespreid over twintig jaar, terwijl de kostprijs van het park 1,3 miljard bedroeg. Toen werd nog uitgegaan van 1 miljard inkomsten uit stroom. De waarde van de stroom van C-Power is aan de huidige prijs fors gestegen, ­alleen zijn het de kopers van de langetermijncontracten (zoals sommige energiebedrijven) die de ­megawinsten opstrijken. Ook bij de windmolenparken is naderhand het subsidiesysteem aan­gepast. Alleen door de verkoopcontracten te analyseren en te zien wie welke stroom kocht tegen ­welke prijs, weet men waar de exceptionele winst terechtkomt. In regel niet bij de consument, die draagt de uitzonderlijke kosten.

De Creg onderzoekt momenteel wat de overwinsten zijn op windenergie op zee en op kernenergie. Op kernenergie wordt op de vier centrales wiens levensduur niet werd verlengd 38 procent van de overwinst afgeroomd (DS 14 januari). Ook hier schiet de afroming, die deels degressief verloopt, te kort.

De podcasts van De Standaard