Postuum | Fred Van Hove, de pianist die niet hield van melodie
  Foto:  Geert Vandepoele

Op 13 januari is Fred Van Hove overleden, pionier van de Europese geïmproviseerde muziek. De Antwerpse pianist was in 1968 te horen op Machine gun, de legendarische plaat van de Duitse saxofonist Peter Brötzmann die zowat geldt als het startschot van de Europese freejazz. Met Brötzmann en de Nederlandse drummer Han Bennink vormde hij vijf jaar lang een avontuurlijk trio.

Van Hove, geboren in 1937, zou zijn hele leven dwarse en eigenzinnige muziek spelen, vaak volledig geïmproviseerd. Hij werd vaak vergeleken met de Amerikaanse freejazz-grootheid Cecil Taylor, maar daar reageerde hij altijd laconiek op: ‘Ik ben veel meer beïnvloed door de klokjes van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, want toen ik in hartje Antwerpen woonde, hoorde ik die elk kwartier klepperen.’

Van Hove beoogde ‘een ander soort pianospel, dat niet als een piano zou mogen klinken’, zei hij ooit in een interview. ‘Melodie moet ik niet hebben, ik wil iets anders. De onorthodoxe piano, die streef ik na.’

Van Hove heeft met zowat iedereen van de Europese impro-scene samengewerkt, maar ook met bijvoorbeeld de Amerikaanse sopraansaxofonist Steve Lacy. Behalve piano speelde hij ook accordeon en kerkorgel.

De Antwerpenaar werd geregeld gelauwerd. In 2010 kreeg hij de Sabam-prijs en in 2017 de carrièreprijs van Klara. Vorig jaar maakte regisseur Philippe Cortens een documentaire over hem: ‘Fred Van Hove, an improvised life’.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig