Machtwacht | Een week lang beslissen om niet te beslissen
Premier Alexander De Croo.  Foto:  Bart Dewaele

De kernuitstap, het stikstofdossier en de bouwshift zullen in niet geringe mate de samenleving van morgen vormgeven. Maar de politiek is niet op de afspraak. En dat wordt stilaan een kwalijke gewoonte.

Politici hebben de mond vol van afspraken met de geschiedenis, tot er zich eentje aandient. Zowel de federale als de Vlaamse regering beslisten deze week eigenlijk om niet te beslissen. De kernuitstap, het stikstofdossier en de bouwshift zullen pas volgend jaar hun definitief beslag krijgen, al zal ook dat nog moeten blijken. Voor regeringen die prat gaan op het herstellen van vertrouwen en op rechtszekerheid is dat uitstelgedrag een vreemde praxis.

Zeker wanneer het gaat het om een trio dossiers die cruciaal zijn voor de toekomst. Ze luiden het einde in van hoe we in Vlaanderen zijn gaan wonen, ondernemen en beide van stroom hebben voorzien. Ze houden een fundamentele omslag in op weg naar een toekomst waarin onze energievoorziening het zonder kernenergie doet vanaf 2025, we in 2040 geen open ruimte meer aansnijden en zo snel mogelijk rigoureuze stikstofnormen opleggen aan landbouw en industrie. Dat is terra incognita die je best met een duidelijke GPS betreedt. Maar die ontbreekt nog steeds. En dat voor dossiers die al maanden (stikstof), jaren (bouwshift) en decennia (kernuitstap) op de plank liggen.

Oude rommel

Federaal lijkt de strategie nu wel om volop voor de volledige kernuitstap te gaan, maar plan B, het openhouden van twee reactoren, blijft toch als ‘vangnet’ achter de hand. Dat terwijl premier Alexander De Croo (Open VLD) zelf niet gelooft in die ‘oude rommel’ – we citeren hem letterlijk uit een interview in deze krant. Maar blijkbaar durft De Croo nog niet doorduwen. Een kwestie van voorzichtig besturen, aldus de premier. Maar evenzeer helpt de huidige spreidstand om de MR toch maar mee te krijgen in een akkoord, ook al werd dat volstrekt anders gelezen door de partijen rond de tafel. Communiceerde minister Tinne Van der Straeten (Groen) gisteren dat er nu eindelijk zekerheid komt, dan reageert Bouchez dat er nog ‘geen enkele zekerheid’ is.

Alweer baarde een nachtelijke federale onderhandeling zo een waaier aan interpretaties. Dat wordt stilaan een patroon. Eerder dit jaar zagen we het ook al met het loonakkoord, de begrotingsopmaak en de verplichte vaccinatie in de zorg. Recent nog ridiculiseerde PS-voorzitter Paul Magnette in Knack de methode De Croo tot het bereiken van een ‘mondelinge, vage bijna-overeenkomst, waarvan iedereen iets anders onthoudt’. Die karikatuur werd deze week niet bijgesteld. Hoeft het te verwonderen dat de werkgeversorganisaties in een opvallend eendrachtig communiqué vrijdag aangaven met ‘gemengde gevoelens’ en vooral bezorgd achter te blijven? ‘Is Vivaldi niet stilaan zelf een lijk dat dood is maar men wél blijft reanimeren?,’ zo sneerde N-VA-voorzitter Bart De Wever in een druk gedeelde tweet.

Bilateraal tijd winnen

Niet dat de Vlaamse regering met N-VA zo alive and kicking is. Federaal is er op zijn minst nog een planning. Vlaams is helemaal onduidelijk wanneer er nu eindelijk beslist wordt in de bouwshift en het stikstofdossier. Voorlopig is er enkel vastgesteld dat ‘niet iedereen klaar is om tot een akkoord te komen’. Dat Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) nu terug bilaterales organiseert is een beproefde manier van tijd winnen.

Het grote probleem is dat zijn regering niet opnieuw de gedane beloftes uit het verleden simpelweg kan afkopen, zoals in het dossier van de terugdraaiende teller wel gebeurde. Pro memorie: dat kostte begin dit jaar 550 miljoen euro. De veebedrijven uitkopen die te veel uitstoten, wordt in de miljarden becijferd, de eigenaars van gronden vergoeden wanneer ze straks niet meer mogen bouwen, zelfs in de tientallen miljarden. Bij gebrek aan dergelijke kredieten wordt het kiezen, en dus verliezen.

Het is dus letterlijk en figuurlijk money time voor de regering Jambon. Maar het ontbreekt CD&V, Open VLD en de N-VA aan een gedeelde visie, ook al heette het nog niet zo lang geleden dat deze centrumrechtse, ‘Zweedse’, coalitie, ideologisch coherent was. In de feiten rijdt elke partij voor de eigen club. CD&V neemt het logischerwijze op voor de boeren, het laatste electorale bastion binnen wat rest van de zuil. N-VA houdt om soortgelijke electorale reden een oog op de Antwerpse haven en de industrie. En Open VLD vecht voor de grondeigenaars op een manier die de andere twee partijen al langer op de zenuwen werkte. Door de dossiers aan elkaar te koppelen, houden de verschillende belangen elkaar in een wurggreep. Wie het interview met vice minister-president Bart Somers (Open VLD) van vrijdag leest, krijgt de indruk dat ook Jambon de autoriteit en de methode mist om dan zelf maar de knoop door te hakken.

Het federale en Vlaamse uitstelgedrag doet denken aan de recente waarschuwing van Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank: ‘de problematiek is fundamenteel: is onze democratie in staat om uitdagingen op middellange termijn het hoofd te bieden, zoals de vergroening van de economie en de vergrijzing? Zullen politici nog beslissingen durven te nemen op vier of vijf jaar, wanneer mensen steeds meer ­geneigd zijn om hun mening te geven op de sociale media over wat gisteren is gebeurd?’ Het antwoord op die vraag luidde deze week: nee. Dat het politieke voornemen van 2022 mag zijn om het tegendeel te bewijzen.




U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig