Vincent Kompany: ‘Ik wil niemand op de brandstapel gooien, maar de leidinggevenden moeten actie ondernemen’
Vincent Kompany.  Foto:  AFP

Een statement. En weg was hij. Gedegouteerd verliet Vincent Kompany zondag het Jan Breydelstadion nadat hij en zijn staff in aanraking waren gekomen met racistische verwijten. Spreken deed de coach sindsdien niet meer. Vandaag deed hij dat in aanloop naar de bekermatch tegen KV Kortrijk voor de eerste keer opnieuw.

‘Wat die actie dan moet zijn, daar spreek ik me niet over uit. Ik heb al vaak heel expliciet aangegeven wat mijn positie is om dit op lange termijn op te lossen. Het allerliefste ben ik bezig met de volgende match, nu KV Kortrijk. De instanties moeten dit oplossen met acties. Het is niet zo dat ik voor wraak wil gaan of zo. Zo zit ik niet in elkaar. We moeten er gewoon voor zorgen dat we elkaar als mensen gaan zien en niet iets als huidskleur’, zei Kompany.

Het racisme van zondag in het Jan Breydelstadion blijft hem beroeren. ‘De situatie was er eentje die door enkelen werd gepleegd, maar het is iets dat vaak voorvalt en niet enkel in het voetbal. Het was niet erg verrassend voor mij, maar wel een gut punch (buikslag,red.). Ik wil mij als trainer kunnen voorbereiden op een match, niet op zo’n debat’, zegt hij.

‘Er is een bepaalde ondergrens van hoe je met elkaar omgaat, maar ik ben iemand die verbindend is. Ik wil niemand op de brandstapel gooien, maar de leidinggevenden moeten actie ondernemen.’

‘Soms is het een oncomfortabel debat, maar het is goed dat het op tafel is gekomen. Het is belangrijk om dit niet te minimaliseren. Dit gaat ook niet over mezelf. Ik heb dit zondag als mens ervaren, dus mijn reactie was er eentje als mens en niet als trainer’, klinkt het nog.