Dure energie kost 1,8 miljard per maand
Gouverneur Pierre Wunsch van de Nationale Bank.   Foto:   Fred Debrock

De kostprijs is ‘enorm’, zegt de Nationale Bank, en iedereen betaalt het gelag. België verliest aan concurrentiekracht, maar dat effect is waarschijnlijk tijdelijk.

De Belgische ondernemingen zullen door de hoge inflatie op korte termijn aan concurrentiekracht inboeten. Dat zegt Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank van België. Uit berekeningen van de bank blijkt wel dat het verlies tijdelijk kan zijn, omdat ook in de buurlanden de lonen aangepast zullen worden aan de prijsstijgingen. Dat gebeurt echter met enige vertraging, doordat deze landen in tegenstelling tot België geen directe koppeling tussen inflatie en lonen kennen. In de volledige periode tussen 2021 en 2024 zullen de lonen in de buurlanden naar verwachting in dezelfde mate stijgen als in België.

In 2022 doet zich een sterke verslechtering van de concurrentiekracht voor: de lonen zullen in België drie maal zoveel stijgen als gemiddeld in de drie buurlanden. ‘Maar na verloop van tijd keert die verhouding om’, zegt Wunsch. ‘Door de wet op de loonnorm is het verschil over een periode van vier jaar marginaal. Wat we in 2022 verliezen, winnen we in 2024 terug. Toch is er wel enige onzekerheid over de ontwikkelingen in de buurlanden, wat dus een risico met zich meebrengt’.

De Belgische inflatie, die in november volgens de Europese definitie op 7,1 procent piekte, zal volgend jaar gemiddeld uitkomen op 4,9 procent. De loonkosten per uur zullen dan met 4,5 procent stijgen. Als ook de loonkostenstijgingen van de twee jaren daarna erbij geteld worden, gaat het om een totale toename van 9 procent. ‘Cijfers die we zelden of nooit gezien hebben’, zegt macro-econoom Geert Langenus van de Nationale Bank.

Toch acht hij het risico gering dat een loon-prijsspiraal de inflatie uit de hand kan doen lopen. De wet op de loonnorm verhindert dat, en bovendien zal de inflatie weer afnemen doordat de energieprijzen niet in hetzelfde tempo zullen blijven stijgen. Waarschijnlijk zullen ze in de volgende jaren wat dalen, tenzij er een conflict uitbreekt tussen Rusland en Oekraïne. Dan ‘is de sky de limit’, aldus Wunsch.

Ook het effect van de haperende aanvoerlijnen zal afnemen. En de bedrijven zullen via lagere marges een deel van schok opvangen. De onderliggende inflatie zal in 2023 en 2024 weer onder 2 procent zakken.

De hoge energieprijzen brengen de Belgische economie maandelijks 1,8 miljard euro schade toe. ‘Een enorme kostprijs’, zegt Langenus. ‘Als je de vraag stelt wie de kosten betaalt, is het antwoord: iedereen. Al lijkt het erop dat het grootste verlies voor de ondernemingen is, omdat de gasprijs voor de gezinnen wordt gecompenseerd door de index. Al is dat niet voor alle inkomensniveaus in dezelfde mate het geval’. Ondanks de inflatie is de koopkracht per hoofd van de bevolking dit jaar nog met 0,3 procent toegenomen. De inflatie ondermijnde de koopkracht wel, maar toegenomen werkgelegenheid en loonsverhogingen bovenop de index compenseerden dat. Volgend jaar zou de koopkracht er met 1,9 procent op vooruitgaan.

Wunsch waarschuwde opnieuw dat de overheidsfinanciën op een verkeerd traject terechtgekomen zijn. De overheidsuitgaven liggen structureel 3 procent hoger dan voor de crisis, terwijl de inkomsten niet gestegen zijn. Daardoor dreigt het tekort zich op termijn te stabiliseren rond 4 procent. De staatsschuld blijft dan stijgen.

Wunsch: ‘Is dat dramatisch? Nee. Maar het is evenmin comfortabel. Als we niks doen, dreigt het tekort bij een nieuwe recessie te hoog op te lopen, en worden we gedwongen te saneren op een moment dat de economie het niet goed doet. Als we de volgende crisis op een correcte manier willen kunnen opvangen, moet het tekort naar 3 procent.’ Hij herinnerde er ook aan dat in 2023 de normale Europese begrotingsregels weer van kracht worden.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig