Burgerlijke partijen in zaak-De Pauw gaan ook niet in beroep
  Foto:  Olivier Matthys

De burgerlijke partijen in het dossier tegen televisiemaker Bart De Pauw gaan niet in beroep tegen het vonnis dat op 25 november door de correctionele rechtbank van Mechelen werd uitgesproken. De burgerlijke partijen zijn het niet eens met enkele dingen die in het vonnis staan, maar zijn wel tevreden dat er erkenning kwam dat de feiten die De Pauw pleegde wel degelijk strafbaar zijn. De Pauw kreeg zes maanden celstraf met uitstel voor belaging van vijf vrouwen en elektronische overlast ten aanzien van een van hen.

‘Mijn cliënten zijn tevreden dat het grensoverschrijdende gedrag van Bart De Pauw werd veroordeeld door de rechtbank en erkend als strafbaar’, zegt meester Christine Mussche, die voor alle burgerlijke partijen optrad. ‘Dat was voor hen het belangrijkste. De juridische strijd waar zij al vier jaar in verwikkeld zijn, en die er overigens niet kwam op hun initiatief, komt zo hopelijk tot een einde. Dat is voor hen een enorme opluchting. Het heeft veel moed, tijd en energie gevraagd, maar zij hebben wel een steen in de rivier verlegd door dit gedrag te durven aankaarten.’

Dat ze geen beroep aantekenen, wil echter niet zeggen dat ze het volledig eens zijn met het vonnis. Zo vinden de burgerlijke partijen het onbegrijpelijk dat de rechters geen rekening hielden met het herhaaldelijk karakter van de feiten en de belaging vrouw per vrouw hebben beoordeeld zonder naar het grotere geheel te kijken. ‘Zo wordt er nauwelijks aandacht besteed aan het telkens terugkerende patroon waar elke vrouw slachtoffer van werd, noch aan de machtsverhouding tussen De Pauw en de vrouwen’, klinkt het.

Sterk maatschappelijk signaal

Ook het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen zit op zijn honger met dit vonnis. Hun eis werd onontvankelijk verklaard. De rechtbank oordeelde dat deze zaak niets te maken heeft met gender. ‘Belaging, zeker op de werkvloer, is een uitgesproken gendergerelateerde problematiek’, zegt directeur Liesbet Stevens. ‘Anderzijds is dit vonnis een sterk maatschappelijk signaal dat grensoverschrijdend gedrag geen plaats heeft op de werkvloer. Ook niet als je een machtige, populaire figuur bent. Als Instituut volgen wij daarom de slachtoffers in hun beslissing om niet in beroep te gaan tegen dit vonnis.’

De vrouwen die zich burgerlijke partij stelden, zijn niet bereikbaar voor een reactie. Zij wensen de termijn van hoger beroep, die nog loopt tot 27 december, te respecteren.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig