Max Verstappen over concurrent Lewis Hamilton: ‘Ik spreek zijn naam niet meer uit’
Max Verstappen: ‘Ik doe er alles aan om te winnen. Als ik zo niet denk, kan ik beter thuisblijven.’  Foto: afp

Onbewogen bereidt Max Verstappen (24) zich voor op de belangrijkste Formule 1-race uit zijn loopbaan. In een exclusief interview met Mediahuiskrant De Telegraaf gaat Nederlands populairste sportman in op de verhitte strijd met Lewis Hamilton, zijn eigen manier van racen en zijn kijk op de Formule 1. ‘Als ik in die auto van hem had gezeten, was het seizoen allang beslist geweest.’

De titelkandidaat die even rustig en in de anonimiteit rondloopt in Abu Dhabi? Vergeet het maar. Waar Max Verstappen ook gaat, de fotografen en cameraploegen zijn nooit ver weg. Toch wandelt de Red Bull-coureur ook op het Yas Marina-circuit rond alsof al die pottenkijkers niet bestaan. Gefocust en ontspannen tegelijk.

In aanloop naar dé Formule 1-finale houdt zijn team zo veel mogelijk bij hem weg. In een speciale Zoom-meeting heeft Verstappen liefst zestig journalisten te woord gestaan. Vervolgens maakt hij los van zijn televisieverplichtingen alleen voor Mediahuiskrant De Telegraaf tijd voor een exclusief interview. Eén op één, aan de achterkant van de hospitality-ruimte van Red Bull Racing.

Je bent een paar dagen in Dubai geweest deze week. Ben je een beetje tot rust gekomen?

Verstappen: ‘Ja, ik wel hoor. Daar heb ik sowieso niet heel veel moeite mee. Alles wat gebeurt op het circuit, heeft geen invloed op mijn gemoedstoestand als ik eenmaal thuis of ergens anders ben. Ik heb de verjaardag van mijn vriendin gevierd en mijn zusje is voor de tweede keer moeder geworden. Het was heel mooi om die berichten te lezen en foto’s te zien van de kleine.’

Heel Nederland lijkt bezig met deze race en een mogelijke titel. Wat krijg je daarvan mee?

‘Natuurlijk, ik krijg weleens wat doorgestuurd. Het is hartstikke mooi om te zien. Tegelijkertijd probeer ik ook niet te veel te lezen. Daardoor krijg ik niet alles mee, maar dat werkt denk ik wel het best. Iedereen kijkt uit naar de finale, maar ik benader deze grand prix niet als een andere race. Ik zeg altijd: Je kan dingen niet forceren. Iedereen weet dat ik mijn best zal doen en dat ik altijd tot het gaatje ga. Ik besef dat de mensen in Nederland over het algemeen hopen dat ik win. Dat is redelijk normaal. In Engeland zal dat ook het geval zijn voor hem.’

Jij spreekt ‘Lewis Hamilton’ en ‘Mercedes’ niet meer uit, valt mij op.

‘Dat klopt. Dat gebeurt gedurende een seizoen als dit. Daarvoor is er te veel voorgevallen.’

Komt dat door de race op Silverstone, toen jij na een touché met Hamilton keihard crashte?

‘Niet alleen door dat moment, maar door het hele seizoen. Het beeld dat ik heb van bepaalde personen is wel veranderd. En nee, niet in positieve zin. Zelf maakt me dat niet uit, het is niet dat ik daarvan baal. Maar ik heb wel gezien dat als de druk erop komt, bepaalde mensen een ander gezicht laten zien. De ware aard komt dan boven.’

Denk je dat Hamilton bang voor jou is?

‘Dat zal hij nooit toegeven. Ik ben in ieder geval niet bang voor hem. Ja, ik denk dat ik hem wel nerveus maak als hij mij in zijn spiegels ziet. Hij is een andere coureur dan ik, minder agressief. Hij weet niet hoe hij moet racen zoals ik doe. Dat kan ik hem ook niet kwalijk nemen, want dat heeft hij nooit kunnen leren zoals ik dat heb gedaan van mijn vader.’

Een gelijk aantal punten voor de laatste race is bijna uniek. Maar vind je dat jij de beste coureur bent?

‘Ik vind wel dat je er zo in moet staan, als je Formule 1-coureur bent. Dus zeg ik: ja, absoluut! Maar ik hoef dat niet te horen van iemand anders. Die erkenning heb ik niet nodig. Ik vind het veel belangrijker wat ik zelf denk, en wat de mensen vinden die dicht bij mij staan. Als ik in zijn auto had gezeten, was het seizoen allang beslist geweest.’

Bij Mercedes typeren ze jou als een superagressieve coureur, die er alles aan zal doen om Hamilton uit te schakelen. Hebben ze dan een punt?

‘Ik wil hem niet uitschakelen, ik wil hem verslaan. Dat is al een andere bewoording. Sommige mensen vinden mij agressief, anderen héél agressief en sommigen juist weer niet. Ik vind dat ik mezelf ben. De laatste wedstrijden moet ik meer verdedigen, omdat we wat langzamer zijn. Ik heb nu niet de luxe om een voorsprong te controleren of weg te rijden. En ja, ik doe er alles aan om te winnen. Als ik zo niet denk, kan ik beter thuisblijven. Wanneer ik die instelling niet had gehad, zaten we hier ook niet met een gelijk aantal punten. Dan was hij al kampioen.’

Heb je het idee dat autosportfederatie FIA liever wil dat Hamilton zijn achtste wereldtitel pakt?

‘Als je naar bepaalde beslissingen kijkt, heb ik in ieder geval niet het gevoel dat ze op mijn hand zijn. Bij de laatste race in Saudi-Arabië word ik gestraft en andere coureurs hoeven na eenzelfde situatie niet eens bij de stewards te komen. Waarom is het voor mij opeens anders? Met de kennis van nu is die klapband in Bakoe (Verstappen liep een zeker lijkende zege mis, red.) extreem pijnlijk geweest. In Hongarije ben ik eruit geknikkerd door zijn teamgenoot (Valtteri Bottas, red.) en op Silverstone door hemzelf. Daar heb ik veel punten verloren. In Engeland kreeg hij een tijdstraf van tien seconden, maar won hij de race. Nu is de FIA blijkbaar ook bezig met een mogelijke crash, want ineens wordt aangestipt dat je als coureur dan puntenaftrek kan krijgen. Dat vind ik belachelijk. Nu wel en toen niet, terwijl hij expres op mij inreed. Die hype nu over het gelijke aantal punten interesseert mij ook niet. Ik had eigenlijk al kampioen moeten zijn. Laat ik zeggen dat ik niet gelukkig ben geweest met beslissingen die zijn genomen.’

Wie gun je, naast jezelf, een eventuele titel eigenlijk het meest?

‘Iedereen die hier ook maar een klein beetje aan bijgedragen heeft, mag hem van mij claimen. Natuurlijk mijn vader voor een enorm groot deel. Dankzij hem sta ik hier. Daarnaast bij het team Helmut Marko en Christian Horner en mijn race engineer Gianpiero, maar eigenlijk heeft iedereen binnen Red Bull iets voor mij betekend. De familie Pex is vroeger ook heel belangrijk voor mij geweest. Zij zijn hier in Abu Dhabi eveneens aanwezig. Als het zou lukken, vind ik het voor hen ook prachtig.’