Amateurtrainers mogen tot 450 uur bijklussen aan 10 procent
Themabeeld.  Foto:  Elke Meert

Vanaf 1 januari 2022 kan een ‘verenigingswerker’ tot 450 uren betaald actief zijn bij een sportvereniging en tot 300 uren bij een vereniging in de socioculturele sector. De verenigingswerker betaalt dan wel nog 10 procent personenbelasting. Dat staat in de definitieve regeling voor verenigingswerk die de ministerraad vrijdag heeft goedgekeurd.

Amateurtrainers, scheidsrechters, dirigenten, regisseurs, choreografen, begeleiders, animatoren, coördinators, materiaalmeesters enzovoort werken buiten hun werk- of schooluren ook vaak voor een club of gezelschap van amateurs. Ze vallen daarbij tussen het statuut van vrijwilliger en vaste werknemers in.

Zij kunnen nu tot 450 uren betaald actief zijn bij een sportvereniging en tot 300 uren bij een vereniging in de socio-culturele sector, mits ze daarop 10 procent personenbelasting betalen. ‘De definitieve regeling die we hebben goedgekeurd, moet vermijden dat we verenigingen opnieuw richting zwartwerk duwen,’ aldus minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit).

Tot vorig jaar konden verenigingswerkers onbelast bijklussen tot 6.000 euro per jaar, maar het Grondwettelijk Hof vernietigde die regeling in 2019. Het Hof vond het niet kunnen dat eenzelfde vergoeding anders ­behandeld werd naargelang ze ­betaald werd aan een verenigingswerker, een werknemer of een zelfstandige.

Sinds dit jaar geldt bijgevolg een voorlopige regeling, slechts gericht op de sport- en socioculturele sector, waarbij de verenigingswerker een sociale bijdrage van 10 procent en de vereniging een fiscale bijdrage van 10 procent moesten betalen. Deze regeling loopt af op 31 december 2021. Vanaf 2022 zal de nieuwe en definitieve regeling van start gaan.

Studentenarbeid

De definitieve regeling houdt rekening met enkele bezorgdheden uit het werkveld. Wie eerder een jaar lang aan een vereniging was gebonden door een arbeidsovereenkomst, een statutaire aanstelling of een aannemingsovereenkomst, mag er geen verenigingswerk doen. Zowel de arbeidsongevallenwet als de welzijnswetgeving zijn van toepassing.

Wie het statuut wil combineren met studentenarbeid, mag maximum 190 uur van de regeling gebruikmaken. Het aantal te werken en gewerkte uren zal te vinden zijn in een toepassing gelijkaardig aan student@work, gebruikt voor studentenarbeid. Ten slotte krijgen verenigingen een uitzondering op sociale documenten. ‘Eenvoud is cruciaal. We willen niet te veel paperasserij’, staat in het persbericht van de minister te lezen.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig