Zuid-Koreaanse dictator Chun Doo-hwan (90) overleden
Chun werd schuldig bevonden aan muiterij, verraad en omkoping. Hij kreeg in 1997 gratie in een poging ‘nationale eenheid’ te creëren.  Foto:  AP

Chun Doo-hwan, de Zuid-Koreaanse dictator die achter het bloedbad van Gwanju in 1980 zat, is op 90-jarige leeftijd overleden. Zuid-Korea kende onder zijn bewind economische vooruitgang, maar hij wordt in het land vooral herinnerd als iemand die met een ijzeren vuist regeerde.

Voordat hij aan de macht kwam, was Chun generaal. In 1979 zag hij zijn kans schoon tijdens een machtsvacuüm en pleegde hij een succesvolle staatsgreep. Hoewel de coup destijds leidde tot massale protesten in het land, sloeg hij er in 1980 in de eed als president af te leggen. Hij bleef tot 1988 aan de macht.

Bloedband van Gwangju

Zijn bewind werd gekenmerkt door bloedige repressie. Zo werd in 1980 een opstand in de zuidwestelijke stad Gwangju bloedig neergeslagen. De stad werd verschillende dagen volledig afgesloten en er werd geschoten op mensen die de stad probeerden te ontvluchten, of van wie vermoed werd dat ze probeerden te vluchten. Er werd ook op kinderen geschoten.

Er kwamen bij het protest vermoedelijk duizenden mensen om het leven en het ging de geschiedenis in als ‘het bloedbad van Gwangju’. Chun beweerde toen dat Noord-Korea achter de ‘opstand’ zat. Een bewering die vandaag nog steeds controversieel is en die de huidige Zuid-Koreaanse regering nu illegaal probeert te maken.

Onder het bewind van Chun was de relatie tussen de twee Korea’s overigens barslecht. In 1983 werd zijn hotel tijdens een bezoek aan Myanmar gebombardeerd door Noord-Korea – toen onder leiding van stichter Kim Il-Sung, grootvader van de huidig Noord-Koreaanse leider. Daarbij vielen 21 doden, waaronder verschillende Zuid-Koreaanse ministers en een ambassadeur. Chun overleefde de aanslag omdat hij bij toeval enkele minuten vertraging had. Myanmar verbrak daarop tot 2007 diplomatieke betrekkingen met Noord-Korea.

In 1987 vonden er opnieuw studentenprotesten plaats tegen Chun, ditmaal over heel Zuid-Korea. De betogers eisten een democratisch kiessysteem. In 1988 werd hij opgevolgd door Chun’s bondgenoot Roh Tae-woo. Roh, die een maand geleden op 88-jarige leeftijd overleed, zou uiteindelijk de laatste militaire president van Zuid-Korea zijn. Op zijn sterfbed vroeg hij vergiffenis aan de nabestaanden van de Gwangju-slachtoffers voor zijn rol in het neerslaan van de opstand. Chun zelf heeft nooit berouw getoond, ook niet voor zijn staatsgreep.

Onuitgevoerde doodstraf

Na zijn presidentschap trok hij zich twee jaar terug in een boeddhistisch klooster. Verschillende parlementscommissies deden echter onderzoek naar machtsmisbruik en corruptie tijdens zijn bewind. Ook Gwanju werd onder de loep genomen. Het kwam tot een grote rechtszaak in 1995. Lokale media noemden het ‘de rechtszaak van de eeuw’ en uiteindelijk werden zowel Chun als Roh schuldig bevonden aan muiterij, verraad en omkoping.

Chun werd tot de doodstraf veroordeeld, maar het hooggerechtshof in Seoel zette deze straf om naar een gevangenisstraf vanwege de economische vooruitgang die Zuid-Korea had geboekt onder het bewind van Chun en vanwege de vredige machtsoverdracht aan Roh. In 1997 kregen beide oud-presidenten gratie door hun opvolger Kim Young-sam, in een poging om ‘nationale eenheid’ te creëren.

Chun was de enige nog levende Zuid-Koreaanse ex-president die niet in de gevangenis zat. Hij stierf in zijn huis in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoel aan de gevolgen van een hartstilstand. Dat huidig president Moon Jae-in stil blijft over Chuns overlijden, maar de dag van zijn overlijden wel tweet over de Zuid-Koreaanse popgroep BTS, is veelzeggend.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig