Longread EIC-1


De hold-up op Congo: hoe de clan-Kabila 122 miljoen stal van de staat

Jarenlang heeft de clan van voormalig president Joseph Kabila Congo leeggezogen. Sinds 2013 verdween minstens 120 miljoen euro in de zakken van familieleden van Kabila en hun handlangers. Al dat geld versluisden ze met behulp van een corrupte bank en een postbusfirma, legt De Standaard bloot in een internationaal onderzoek.

vrijdag 19 november 2021

Jarenlang heeft de clan van voormalig president Joseph Kabila Congo leeggezogen. Sinds 2013 verdween minstens 120 miljoen euro in de zakken van familieleden van Kabila en hun handlangers. Al dat geld versluisden ze met behulp van een corrupte bank en een postbusfirma, legt De Standaard bloot in een internationaal onderzoek.

vrijdag 19 november 2021

Fabelachtig rijk waren Joseph Kabila (50) en zijn familie, toen hij in januari 2019 afscheid nam als president van de Democratische Republiek Congo. In zijn achttien jaar als heerser van het op vijf na armste land ter wereld, harkte zijn entourage een fortuin aan steekpenningen en gestolen overheidsgeld binnen. De voormalige president en zijn omgeving bezitten vandaag honderdtwintig kostbare mijnvergunningen en bedrijven, ter waarde van vele honderden miljoenen dollars. Op minstens vier continenten hebben ze vastgoed.

De clan rond Kabila wist een fiks deel van zijn fortuin te verwerven door het massaal wegsluizen van Congolees publiek geld. Tussen 2013 en 2018 werd via slechts één bank minstens 138 miljoen dollar, of meer dan 122 miljoen euro, verduisterd: een bedrag dat even groot is als het gemiddelde jaarloon van 250.000 Congolezen. Meer dan 70 procent van de bevolking van Congo, dat 102 miljoen inwoners telt, moet rondkomen met minder dan twee dollar per dag. In een land dat zo groot is als West-Europa en waar de democratie zwaar onder druk staat, stal de clan-Kabila onder meer geld dat bestemd was voor de organisatie van verkiezingen en de aanleg van wegen.

In 2017 en 2018 ging er telkens zo’n honderd miljoen euro Belgische ontwikkelingshulp naar Congo. De voormalige kolonie is de belangrijkste partner in de ontwikkelingssamenwerking. Vorig jaar ging het om 87,1 miljoen euro, waarvan een derde naar projecten die België uitvoert met de Congolese overheid. Het overige gedeelte gaat voornamelijk naar ngo’s en humanitaire noodhulp.

De staatsroof is de eerste onthulling van Congo hold-up, een maandenlang onderzoek van De Standaard en zijn onderzoekspartners. Aan de hand van het grootste Afrikaanse datalek ooit, krijgen we een zeldzame inkijk in de interne keuken van een van de meest corrupte regimes uit de recente wereldgeschiedenis.

Het onderzoek begon bij de Franse nieuwssite Médiapart en de ngo Plateforme de protection des lanceurs d’alerte en Afrique (PPLAAF). Zij kwamen in het bezit van meer dan 3,5 miljoen documenten van de Afrikaanse bank BGFI (Banque Gabonaise et Française Internationale). Met drieënhalf miljard op de rekeningen en 2.200 werknemers verspreid over elf landen, is het zonder twijfel de belangrijkste bankengroep in Centraal Afrika. Maar de bank is ook sterk verstrengeld met de macht van presidentiële families in verschillende Afrikaanse landen. Het Congolese filiaal van de BGFI stond onder de directe controle van de clan rond Kabila. Zes maanden lang hebben negentien internationale media de data onderzocht onder de koepel van het netwerk European Investigative Collaborations (EIC), waar De Standaard lid van is. Vijf ngo’s waren betrokken bij het onderzoek en publiceren op basis van de data hun eigen onderzoeksrapporten.

Over het onderzoek Congo hold-up, het grootste Afrikaanse datalek ooit, onthult hoe de bank BGFI werd gebruikt om de natuurlijke rijkdommen en de staatskassen van de Democratische Republiek Congo te plunderen. Met de opbrengsten van die plundertocht financierde de entourage van voormalig president Joseph Kabila haar binnen- en buitenlandse weelde. Maar daar hield het niet op.
lees meer

Ze hielden ook een corrupt systeem overeind waarin de BGFI-bank een draaischijf was. De bankengroep BGFI heeft een troebele geschiedenis als de spil in corrupte deals van Afrikaanse autocraten en Europese ondernemingen. Congo hold-up bewijst dat het ook een doorgeefluik was voor wie invloed wilde uitoefenen op Kabila: internationale zakenlui, maar ook Chinese staatsbedrijven verwikkeld in enorme mijnbouwondernemingen.

De bank bood ook onderdak aan Belgen die de voormalige president hielpen geld te versluizen, bedrijven die worden verdacht van de financiering van Hezbollah en een Belg die zich in alle stilte verrijkte op de kap van Congolese landbouwontwikkeling.

In een onuitgegeven onderzoeksalliantie hebben het medianetwerk European Investigative Collaborations (EIC) en zijn mediapartners een team gevormd met een groep non-profit onderzoeksgroepen onder leiding van het Plateforme pour la protection des lanceurs d’alerte en Afrique (PPLAAF). Samen hebben ze de documenten van Congo hold-up meer dan negen maanden onderzocht.

Het datalek, dat in handen kwam van PPLAAF en de Franse onderzoekssite Mediapart, bestaat uit meer dan 3,5 miljoen interne documenten van de BGFI, samen met miljoenen transacties over een periode van ongeveer tien jaar.

De komende weken leggen De Standaard en zijn partners de netwerken bloot die geld verduisterden en versluisden via de bank. We laten zien bij wie het geld terechtkwam, waar het aan besteed werd en hoe internationale banken faalden in het stoppen van die dubieuze geldstromen.

Te gulle leningen, valse mededelingen bij stortingen, dubieuze facturen, geantidateerde bankverrichtingen: de BGFI-bank bediende zich van een hele serie technische trucs om de clan-Kabila te helpen bij een hold-up op de staat. ‘Een maffieuze bank’, noemt het hoofd van de Congolese Algemene Inspectie van Financiën (IGF), Jules Alingete, de BGFI in een reactie op ons onderzoek.

De heimat van de bank ligt in Gabon, waar de instelling nauwe banden heeft met de presidentiële familie Bongo . In 2010 opende de BGFI zijn filiaal in de Democratische Republiek Congo. Al van bij de oprichting hadden de Kabila’s er een vinger in de pap. Gloria Mteyu, een zus van Joseph Kabila, verkreeg 40 procent van de aandelen. Een paar jaar later werd de adoptiebroer van Kabila, Francis Selemani, directeur-generaal van het Congolese filiaal van de BGFI.

Met de bank had de clan het gedroomde instrument in handen om, ver weg van pottenkijkers, zijn financiële zaakjes te regelen. De tweede poot van de operatie was een firma waarlangs al dat geld kon worden versast: Sud Oil.

Met de controle over een postbusbedrijf én een bank was alles in stelling gebracht voor het plunderen van de Congolese staat.

Sud Oil was oorspronkelijk een verdeler van brandstoffen, opgericht door de invloedrijke zakenman Pascal Kinduelo, een intimus van de Kabila’s. Na de oprichting in 2008 beheerde Sud Oil een aantal benzinestations en was het betrokken in de ontginning van olie, maar in 2012 liet Kinduelo de firma voor wat hij was. Sud Oil ging in winterslaap.

In 2013 bracht Gloria Mteyu, de zus van Kabila, Sud Oil weer tot leven. Ze verkreeg 20 procent van de aandelen van het bedrijf, dat intussen een postbusfirma was geworden, in de Congolese hoofdstad Kinshasa. De echtgenote van BGFI-directeur Francis Selemani werd de andere eigenares van Sud Oil.

Met de controle over een postbusbedrijf én een bank was alles in stelling gebracht voor het plunderen van de Congolese staat. De grootste geldstromen richting Sud Oil vonden plaats in 2015 en 2016. Toen liep het tweede en laatste mandaat van de president ten einde en probeerde hij koste wat het kost aan de macht te blijven.

De druk om te vertrekken en nieuwe presidentsverkiezingen te organiseren nam toe, al zouden die er pas in 2018 komen. Maar ook de stortingen richting Sud Oil intensifieerden: in die periode slorpte het vehikel 66 miljoen dollar op. Daarenboven deed Sud Oil ook dienst als een instrument om steekpenningen te ontvangen: 12 miljoen van buitenlandse bedrijven bij de verkoop van kostbare mijnconsessies bijvoorbeeld, zoals in volgende afleveringen van ons onderzoek zal blijken.

Weken geleden kregen Joseph Kabila, Francis Selemani, Gloria Mteyu, Pascal Kinduelo en de BGFI de kans om uitgebreid te reageren op onze bevindingen. Ze zijn niet op ons verzoek ingegaan, net zoals de meeste personen en bedrijven die betrokken zijn in deze affaire.

Amper 10 procent van de wegen in Kinshasa is geasfalteerd. In april schatte de directrice van het wegenfonds Foner dat er 145 miljard dollar nodig is om het netwerk uit te breiden en te verbeteren.

Naar de garage

De eerste deal die het hernieuwde postbusbedrijf Sud Oil in 2013 sloot was met de Belg Philippe de Moerloose. Net als vele andere rijken huldigde de Moerloose lang het principe ‘pour vivre heureux, vivons cachés’. Na het vertrek van Kabila in 2019, trad hij voor het eerst echt uit de schaduw in België, met een nominatie voor de titel Manager van het Jaar, een prijs van het weekblad Trends, en lovende interviews in De Tijd en L’Echo. Al drie decennia bouwtde Moerloose, onder meer als invoerder van zwaar bouwmateriaal, een zakenimperium uit in Congo en elders in Afrika en Europa. Hij kent de voormalige kolonie als zijn broekzak en had toegang tot de allerhoogste kringen - ook tot Joseph Kabila zelf.

In 2014 verkocht de Moerloose aan Sud Oil het voormalige gebouw van zijn autoconcessie ATC, dat het merk Nissan invoerde. Twee jaar voordien had Dde Moerloose dat pand, in de Gombe-wijk in Kinshasa, zelf aangekocht van zijn eigen ATC. Sindsdien was het zijn persoonlijk bezit. In 2014 vroeg hij er 12 miljoen dollar (10,4 miljoen euro) voor aan Sud Oil.

De maatschappelijke zetel van Sud Oil, aan de Avenue Tombalbaye in Gombe.

Documenten van Congo hold-up tonen dat ook BGFI-directeur Francis Selemani, die zelf geen functie had in het spookbedrijf Sud Oil, over de deal leek mee te praten. ‘Beste Francis’, schrijft de Moerloose aan Selemani. ‘Hopelijk gaat het goed met je. Wees er alsjeblieft gerust in dat we deze deal zullen sluiten en dat ik er geen enkel probleem mee heb omdat ik je vertrouw. Dat is het belangrijkste.’

Sud Oil zou 5 miljoen dollar meteen betalen en de overige 7 miljoen aflossen over twaalf maanden, gedekt door een bankgarantie van de BGFI.

Op het moment dat Sud Oil de eerste schijf van vijf miljoen moest storten aan De Moerloose, heeft het bedrijf slechts 100.000 dollar op de rekening. De hulp kwam uit een bijzondere hoek: de Congolese Centrale Bank. In die periode werd de centrale bank, die moet toezien op de openbare financiën van Congo, geleid door een vertrouweling van Kabila. De toenmalige gouverneur van de Centrale Bank, de econoom Deogratias Mutombo, was in 2013 door hem aangesteld. Vanuit die Centrale Bank ging op 25 november 2014 5,5 miljoen dollar naar het geldvehikel van familieleden van de president. In de jaren die volgden zou nog veel meer geld weglekken uit de Centrale Bank naar Sud Oil.

De Banque Gabonaise et Française Internationale huurde 357 vierkante meter in de garage die Sud Oil kocht van de Moerloose.

Die eerste vijf miljoen voor het gebouw van de Moerloose stroomde dezelfde dag nog door naar zijn rekening bij UBS in het Zwitserse Genève.

Philippe de Moerloose verklaarde tegenover ons dat de ‘uitwisselingen met Mr. Selemani’ uitsluitend over de BGFI-bankgarantie gingen en ‘niet over de vastgoedtransactie’. Hij ontkent ook een bevoorrechte relatie met Kabila en zijn entourage te hebben. Een kopie van de aandeelhouderslijst van Sud Oil waar hij indertijd om verzocht had, bevatte volgens hem ‘geen enkel lid van de familie-Kabila’. Nochtans was de zus van de president op het moment van de verkoop aandeelhouder van Sud Oil. In 2016 verklaarde Mteyu aan persagentschap Reuters dat ze dan geen aandelen meer bezat van de bank.

Nadat Sud Oil de garage in handen had gekregen, wilde het de aankoop terugverdienen door er huurders in onder te brengen. Lang duurde die zoektocht niet. De BGFI-bank was geïnteresseerd om in het gebouw 357 vierkante meter te huren.

Ook Sud Oil zelf bracht zijn maatschappelijke zetel onder op het adres van de garage, aan de Avenue Tombalbaye in Gombe. Volgens verschillende getuigen zat daar geen enkele medewerker van het bedrijf en was er zelfs geen kantoor voor zaakvoerder David Ezekiel, een stroman van BGFI-directeur Selemani. Bij het Congolese ministerie van Financiën stond Sud Oil niet officieel geregistreerd en zonder fiscaal nummer betaalde Sud Oil ook geen belastingen. Recente sporen van activiteit in de petroleumsector hebben we niet gevonden. Kortom: Sud Oil was een spookvennootschap. Langs de gewezen Nissan-garage passeerden vanaf dan tientallen miljoenen aan gestolen dollars.

(Lees verder onder de grafiek)

30 miljoen
2,1 miljoen
15 miljoen
2 miljoen
10,1 miljoen
6,8 miljoen
2,18 miljoen
2,5 miljoen
38 miljoen

LEES VERDER ↓ ↓

Het geld stroomt naar Sud Oil

Aan de hand van de gelekte documenten is De Standaard er samen met de andere EIC-partners in geslaagd om een gedetailleerd beeld te schetsen van de geldstromen naar en van Sud Oil. Wat volgt, zijn enkele van de meest frappante voorbeelden van hoe de miljoenen binnenstroomden.

Centrale Bank van Congo (1)

Op 29 september 2016 schreef de Centrale Bank 30 miljoen dollar over naar een interne rekening van de BGFI. Diezelfde dag zette de bank het geld om in 30,36 miljard Congolese francs en schreef dat over naar Sud Oil. De mededeling was: ‘nivellement’. Dat is vreemd, want ‘nivellement’ duidt doorgaans op een overschrijving tussen rekeningen van hetzelfde bedrijf of dezelfde persoon. In dit geval ging het om een overschrijving van een interne BGFI-rekening naar een Sud Oil-rekening, met geld dat oorspronkelijk afkomstig was van de Centrale Bank.

Centrale Bank van Congo (2)

Op 5 juli 2016 ging er via de BGFI 32,4 miljoen dollar van de Centrale Bank naar Sud Oil, met als vermelding ‘betaling’. Een dag later stortte Sud Oil 30,3 miljoen dollar terug, met vermelding ‘ruil’. Winst voor Sud Oil: 2,1 miljoen dollar. Alles samen ging er van de Congolese Centrale Bank meer dan 51 miljoen dollar naar Sud Oil.

Staatsmijnbedrijf Gécamines (1)

Op 2 augustus 2017 schreef Gécamines, het staatsmijnbedrijf dat goed is voor een groot deel van de inkomsten van de Congolese staat, 15 miljoen dollar over van zijn eigen rekening bij de BGFI naar die van Sud Oil. De mededeling luidde ‘betaling om onze rekening aan te vullen’. Maar Gécamines en Sud Oil zijn aparte bedrijven: een transfer tussen de twee kan dus niet dienen om een rekening aan te vullen. Twee dagen later plaatste Sud Oil het gekregen geld op een termijnrekening, om het verder te laten opbrengen.

Staatsmijnbedrijf Gécamines (2)

Op 13 juni 2016 scheef Gécamines 2 miljoen dollar over naar een rekening van Sud Oil, met de vermelding ‘saldo van belastingvoorschot’. Het ging om taksen die Gécamines aan de staat moest betalen, maar die afgeleid werden naar Sud Oil.

Foner, het fonds voor wegen

Amper 10 procent van de wegen in Kinshasa is geasfalteerd. Over heel Congo, een land groter dan West-Europa, ligt er 3.000 kilometer aan verharde wegen, 22 keer minder dan in Vlaanderen. Het wegenfonds Foner schat dat er 145 miljard dollar nodig is om het netwerk uit te breiden en te verbeteren. Elke cent komt dus van pas. Toch schreef het wegenfonds tussen april 2015 en maart 2016 in 21 stortingen een totaal van minstens 10,1 miljoen dollar over naar Sud Oil en Kwanza.

Geld voor VN-missie

Bij de VN-vredesmissie Minusca in de Centraal-Afrikaanse Republiek waren 925 Congolese militairen betrokken. Na meldingen van verkrachtingen maakten de Verenigde Naties in januari 2016 een einde aan de samenwerking. De VN stortten 7,3 miljoen dollar aan de Congolese diplomatieke afvaardiging bij de VN, bestemd voor de kosten die Congo maakte. 6,8 miljoen dollar daarvan kwam uiteindelijk terecht bij Sud Oil.

Die afvaardiging laat op onze vragen weten dat ze de VN-gelden overschreef naar een rekening bij de BGFI, omdat ze daartoe de opdracht had gekregen ‘uit de hoofdstad’. De bank zou het geld op een BGFI-rekening die toebehoort aan de Centrale Bank plaatsen, was hen gemeld. In plaats daarvan zond de BGFI het geld naar Sud Oil.

Kiescommissie Ceni

In een uitgestrekt land als Congo zijn de verkiezingen een enorme onderneming. Het is een operatie waar veel geld in omgaat. Daarvan kwam een deel terecht bij de clan-Kabila. De kiescommissie Ceni opende bij de BGFI een speciale rekening om 25 miljoen dollar te lenen van de bank. Dat raakte eind 2016 bekend via Le Soir. Voor de bank was die rekening een melkkoe. Niet alleen vroeg ze daarvoor 1 miljoen dollar bankkosten, een audit van PWC stelde vast dat die vergoeding in mei 2016 twee keer werd aangerekend. De tweede betaling stuurt de bank richting Sud Oil.

BGFI zelf

De Banque Gabonaise et Française Internationale heeft aan Sud Oil onder meer 934.000 dollar betaald voor de aankoop van enkele dienstwagens, waaronder 145.000 dollar voor die van directeur Selemani en voorzitter Kinduelo.

Andere transacties

Andere transacties richting Sud Oil kwamen onder meer van het Assemblée nationale (0,77 miljoen dollar), de BGFI-rekening bij de Centrale Bank (6,1 miljoen dollar), haven-, waterwegen- en spoorbeheerder SCTP (2,6 miljoen dollar) en voor 28,5 miljoen dollar aan cash stortingen.

Maar het geld stroomde uiteraard niet alleen náár Sud Oil. Scroll verder om te zien wie uit de Sud Oil-ton graait.
52,9 miljoen
12 miljoen
9,2 miljoen
1,74 miljoen
23 miljoen

Het geld vloeit weg

Vanuit Sud Oil stroomde het geld naar individuen en bedrijven van de clan-Kabila. Tachtig miljoen dollar werd cash afgehaald.

David Ezekiel

Dé man van de cash afhalingen was stroman David Ezekiel. Hij haalde alles samen 52,9 miljoen dollar af. In de zomer van 2018 haalde hij op een kleine twee weken tijd vijftien miljoen dollar op bij de bank.

Francis Selemani

De baas van de BGFI ontving minstens 12 miljoen dollar (10,6 miljoen euro) van Sud Oil. Samen met zijn vrouw kocht Selemani – rechtstreeks of via bedrijven en trusts – onder meer voor 6,6 miljoen dollar aan vastgoed in Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. In Montgomery County, Maryland, een van de duurste immobiliënmarkten in de VS, bezit Selemani vier villa’s met drie of vier slaapkamers, waarvoor hij tussen 670.000 en 1,3 miljoen dollar betaalde.

Pascal Kinduelo

Bij de Congolese zakenman Kinduelo, de oorspronkelijke oprichter van Sud Oil, kwam 9,2 miljoen dollar terecht, via schermbedrijven van Sud Oil. Tot november 2018 was hij voorzitter van de BGFI. Daarnaast was Kinduelo hoofdaandeelhouder van Kwanza Capital, een van de geldvehikels van de familie-Kabila. In een Youtube-video wordt Kinduelo omschreven als een ‘legendarische ondernemer’ die als ‘een van de weinigen hard heeft gewerkt voor zijn fortuin in plaats van in de staatskas te graaien’.

Alain Wan en Marc Piedboeuf

Dit Congolees-Belgische duo zakenlui staat dicht bij Joseph Kabila en beheert een economisch imperium in Congo, waaronder ‘Grands Elevages du Bas-Congo’, het enorme landbouwdomein van de ex-president. Op 25 mei 2016 haalde Piedboeuf via een cheque 640.000 dollar af van de rekening van Sud Oil. Een maand later incasseerde André Wan, de zoon van Alain, op dezelfde manier 1,1 miljoen af.

Kwanza Capital (1)

Kwanza Capital was de geheime investeringsbank van de familie Kabila. Vanuit Sud Oil ging er 23 miljoen dollar naar Kwanza Capital. De eerste storting, in augustus 2014, was er een van 5 miljoen dollar. Dat geld was afkomstig van de Centrale Bank.

Kwanza Capital (2)

Met dat ‘startgeld’ kon Kwanza aan de slag als kredietverstrekker voor een select groepje klanten, waaronder het Congolese staatsbedrijf SCTP, dat de havens en waterwegen beheert. Op een lening aan SCTP maakte Kwanza 1,3 miljoen winst. Een andere lening ging naar MW Afritec, dat ook wordt gecontroleerd door Alain Wan en Marc Piedboeuf. Daar haalde Kwanza 381.000 dollar winst uit.

Kwanza ontving zijn geld soms langs een hele reeks stationnetjes. Op 19 november 2014 ontving het bedrijf drie miljoen dollar van Sud Oil, dat zelf juist hetzelfde bedrag ontvangen had van Egal. Dat is ook een bedrijf waarbij Wan en Piedboeuf nauw betrokken zijn. Egal had het geld op zijn beurt gekregen via de Centrale Bank. Zodra het geld aankwam bij Kwanza, werd het afgehaald in cash.

De Centrale Bank noch zijn voormalige gouverneur Deogratias Mutombo, in 2013 aangesteld door Kabila, hebben gereageerd op vragen van EIC over de transacties. EIC stuurde ook een reeks vragen om commentaar naar Gécamines en zijn voorzitter Albert Yuma, maar daar kwam evenmin reactie op. Ook wegenagentschap Foner reageerde niet op vragen van EIC. De voormalige directeur van Foner, die momenteel een celstraf uitzit voor een zaak van verduistering van publiek geld, ging niet in op vragen om commentaar. De leden van de familie Wan en Marc Piedboeuf weigerden te antwoorden op onze vragen. Nog voor de publicatie van dit stuk dienden ze bij het Congolese gerecht een klacht in wegens onder meer ‘laster’ en ‘bedreigingen’.

Paniek bij de Kabila’s

In het voorjaar van 2018 stevende Congo af op de verkiezingen die het einde van het Kabila-regime zouden inluiden. De clan rond de president was niet langer ongenaakbaar. Ook bij Sud Oil was de paniek voelbaar. Via diverse constructies trachtten ze zo snel mogelijk geld weg te trekken uit hun bedrijf. Daarbij kregen ze hulp van toplui binnen de BGFI, die hun eigen bank op die manier bijna richting bankroet dreven.

Voor Kabila’s adoptiebroer en BGFI-directeur Selemani, jarenlang een spilfiguur in het geldnetwerk rond Sud Oil, barstten de problemen los op maandagavond 23 april 2018. In Kinshasa was het al donker toen een e-mail binnenliep bij hem en zijn adjunct Abdel Kader Diop.

De BGFI-bank in Kinshasa.

De afzender van het bericht was de algemeen directeur van de hele BGFI Holding, die tekst en uitleg wilde bij een artikel dat de dag voordien was verschenen in Jeune Afrique . Dat Afrikaanse magazine had blootgelegd hoe de Congolese Centrale Bank in 2016 7,5 miljoen dollar (6,6 miljoen euro) naar de rekening van Sud Oil had overgeschreven. Op diezelfde dag in 2016 ging ook de 6,8 miljoen dollar van de Congolese diplomatieke missie bij de VN naar Sud Oil.

Bij de grote baas van de BGFI raakte het geduld met de afdeling-Kinshasa op. 'Klopt die informatie? Waarover gaat dit?', vroeg de topman van de BGFI, zo blijkt uit de Congo hold-up-documenten. Meteen trok de afdeling Kinshasa van de bank een rookgordijn op. Door transacties te antidateren, leek de 7,5 miljoen die van de Centrale Bank naar Sud Oil ging, plots op een legitieme aankoop van dollars.

Adoptiebroer van Joseph Kabila, tussen 2013 en 2018 algemeen directeur van de BGFI-bank in Congo

De aanpassingen aan de data voorkwamen niet dat SelemaniAdoptiebroer van Joseph Kabila, tussen 2013 en 2018 algemeen directeur van de BGFI-bank in Congo vijf dagen later werd weggepromoveerd naar het hoofdkantoor in Gabon. Zijn opvolger, Abdel Kader Diop, stelde geen orde op zaken. Integendeel. Onder zijn bewind kwam 'operatie evacuatie' op stoom. Via stroman David Ezekiel, die niet reageerde op onze vragen om commentaar, trok de clan-Kabila alles samen meer dan 52 miljoen dollar aan cash uit de BGFI. In 2018 verdween op acht maanden tijd bijna 30 miljoen van de rekeningen van Sud Oil en verwante bedrijven. Ook Diop ging niet in op de vragen van EIC over zijn rol bij de bank.

‘Wat brengt iemand ertoe twee verschillende handtekeningen te hebben? Dit tart alle verbeelding.’ Yvon Douhore, chef interne audit BGFI

15 miljoen dollar in zeven dagen

De run on the bank bereikte een hoogtepunt in de zomer. Op 11 juli 2018 liet stroman David Ezekiel de bank weten dat hij tussen 12 en 18 juli 15 miljoen dollar (13,2 miljoen euro) wilde afhalen. Doordat er op dat moment een interne audit liep naar belangenvermenging tussen de BGFI en Sud Oil waren de rekeningen van het bedrijf geblokkeerd. Moreau Kaghoma, directeur operaties bij de bank, voerde de forcing. Hij ontvroor 4 miljoen dollar van de rekening van Sud Oil, waarna Ezekiel de eerste schijf geld kon afhalen. De dag erna voegde hij daar nog eens 5 miljoen aan toe. Als reactie op de vragen van EIC verklaarde Kaghoma dat het voor hem om ‘nieuwe informatie ging’ en dat ze kwesties behandelen waar hij niet voor bevoegd was. Hij verwees naar de bank zelf voor commentaar, maar die ging niet in op onze vragen.

Sud Oil mocht dan een bevoorrechte partner zijn van de BGFI, binnen de bank begonnen ze toch te zweten. In hun kluizen zat genoeg om die eerste 9 miljoen dollar uit te keren, maar niet veel meer. De familie van de president zoog nu ook haar eigen bankfiliaal leeg. ‘Betekent dit dat we volgende week failliet zijn?’, vroeg de nieuwe directeur, Abdel Kader Diop, aan de directeur operaties Kaghoma, volgens een mail van die laatste. ‘Als we niets doen, is dat het risico dat we lopen’, bevestigde Kaghoma.

De man met twee handtekeningen

Intussen regende het doorlichtingen. Een van die analyses, die de banden tussen Sud Oil en de bank blootlegde, werd verspreid onder de top van de bank. Toch kwam er geen rem op de afhalingen: op 18 juli gaf de bank groen licht om Ezekiel opnieuw geld te laten opnemen. Op dat moment zat er 2 miljoen dollar in de kassa. Kaghoma verwachtte dat hij het beloofde saldo wel bijeen kreeg. Op 24 juli vertrok Ezekiel met 6 miljoen in contanten.

Yvon Douhore, chef interne audit bij de bank, zou in 2017 ontdekken dat Ezekiel al die tijd twee verschillende handtekeningen gebruikt had: een voor de Sud Oil-verrichtingen, een andere voor de andere schermvennootschap Horizon Congo, waarlangs ook geld werd versast. ‘Wat brengt iemand ertoe twee verschillende handtekeningen te hebben?’, schreef Douhore in een mail aan een collega. ‘Dit tart alle verbeelding.’

De doorlichtingen startten nadat Le Soir in oktober 2016 de eerste keer had bericht over malversaties binnen de BGFI. De Franstalige krant deed dat op basis van interne documenten van ex-medewerker Jean-Jacques Lumumba, een achterneef van de vermoorde premier Patrice.

Het consultancy-bedrijf PWC, de Congolese Centrale Bank en de moederholding van de BGFI onderzochten de werking van het filiaal in Kinshasa. Ze kwamen in de loop van 2017 tot dezelfde conclusie: de Congolese tak van de BGFI was een bank die naam amper waard. ‘De opeenstapeling van zwakke punten stelt de bank bloot aan zeer grote risico’s op het vlak van operaties, juridische procedures, witwassen van geld en reputatieschade’, schreef de Centrale Bank, nota bene zelf rekeninghouder bij de BGFI, in haar doorlichting.

Ondanks de vastgestelde onregelmatigheden trof de BGFI-groep nooit harde sancties tegen de verantwoordelijken van zijn Congolese dochteronderneming. Er is nooit aangifte gedaan bij de rechtbank. De ceo van de BGFI-groep, Henri-Claude Oyima, heeft niet geantwoord op onze vragen hierover.

Adjunct-directeur en later algemeen directeur van de BGFI-bank in Congo Congolees zakenman en vertrouweling van de clan-Kabila In het najaar van 2018, na een zomer waarin in korte tijd 15 miljoen dollar cash werd afgehaald, kreeg de BGFI Congo een nieuwe directeur. Abdel Kader DiopAdjunct-directeur en later algemeen directeur van de BGFI-bank in Congo, Pascal KindueloCongolees zakenman en vertrouweling van de clan-Kabila en andere leden van de oude garde werden aan de kant geschoven. De nieuwe directeur, Marlène Ngoyi, wilde schoon schip maken. Toch passeerde stroman Ezekiel in die periode nog eens langs de kassa om de resterende 10 miljoen dollar van de Sud Oil-rekeningen te halen. Ngoyi reageerde niet op onze vragen over die transacties.

In januari 2019 verlieten de laatste gestolen publieke fondsen de bank, net op het moment dat Joseph Kabila uit het presidentieel paleis verdween. Sindsdien brengt de ex-president zijn dagen in grote luxe door in een privaat dierenpark in de vallei van de N’Sele, zo’n vijftig kilometer van Kinshasa. Het land rond hem blijft, twintig jaar na zijn eedaflegging, verzonken in diepe armoede.

Op 19 november om 19 uur werd dit artikel aangepast om de ontwikkelingshulp die naar Congo vloeit te updaten en te verduidelijken.

Credits

Tekst: Nikolas Vanhecke, Kasper Goethals, Roeland Termote; Design & development: Tina Boeykens, Andy Stevens; Grafiek: Gert Verbelen, Jan Goossens; Beeld: Jan Desloover, Jan De Haese; Eindredactie: Marc Mercy
Met dank aan: Simon Toupet/Médiapart met AFP

In samenwerking met: European Investigative Collaborations