Rechtbank verklaart Arco-procedure onontvankelijk
  Foto:  BELGA

De rechtbank verklaart de rechtszaak van de 2.100 coöperanten in de zaak-Arco onontvankelijk. Volgens de rechtbank is het geen groepsvordering en moet elke coöperant apart bewijs aanbrengen. De voormalige Arco-topvrouw Francine Swiggers krijgt dan weer gelijk dat er sprake was van een tergend en roekeloos geding tegen haar.

Volgens de rechtbank van Brussel gaat het niet op te procederen via de techniek van een groepsvordering zonder voor elke eiser apart bewijs te leveren. Zo moet volgens de rechter elke eiser apart aantonen welke bedrieglijke, misleidende of foutieve informatie werd verstrekt die leidde tot de aankoop van de Arco-deelbewijzen. Men moet ook aantonen wanneer en hoe die informatie werd verstrekt. En in welke mate die doorslaggevend was om in te tekenen op de Arco-aandelen.

Volgens de rechtbank worden een aantal gezamenlijke stukken neergelegd zonder dat de betrokken eisers ervan de bestemmeling waren. ‘Wie niet aantoont dat hij of zij die stukken kreeg, kan ze ook niet inroepen’, luidt het. Verschillende stukken zijn ook nog eens niet gedateerd, merkt de rechter op. En men verwijst naar elkaar.

De eisers laten ook na bewijs te leveren dat de bewijsstukken voor hen hadden kunnen bedoeld zijn. Ze tonen ook niet aan dat ze intekenden op de aandelen na ontvangst van het voorgelegd bewijsmateriaal. De enquête die Deminor voerde bij de Arcopar-aandeelhouders en waarin gepeild werd in welke omstandigheden ze de effecten kochten, is ook geen bewijs, zegt de rechter. De rechter vindt de enquête ook tendentieus.

De rechter is ook hard voor de getuigenissen van een zevental personen. Er zou sprake zijn van vooringenomenheid en een gebrek aan neutraliteit.

Feiten ontbreken

De rechtbank stelt ook vast dat de eisers in hun syntheseconclusie niet vermelden wanneer de betrokken coöperanten hun aandelen kochten en welk type aandelen ze precies kochten. De ondernemingsrechtbank begrijpt ook niet waarom Deminor dat bij de enquête die 1.570 coöperanten invulden niet deed. ‘Ze laten een voor de hand liggende wijze van bewijsgaring na.’ Omgekeerd vroeg Deminor wel dat Belfius deze informatie zou vrijgeven en dit op straffe van een zware dwangsom. De rechtbank noemt deze laatste vordering ongegrond en wijst ze af.

Doordat de eisers de procedure ook als een groepsvordering voerden, was het voor de verwerende partijen moeilijk om per individu een verweer te voeren. De rechtbank zegt dat de eisers tekortschieten in hun stelplicht, de aanvoeringslast. Dat houdt in dat men de feiten op afdoende wijze aanbrengt. De eisers slagen er niet in om per individu het feitenrelaas voldoende te brengen. Ze tonen onvoldoende aan dat ze een individueel belang hebben in deze procedure. Dat is meteen de reden waarom de procedure tegen Belfius, de Belgische Staat en Arco-topvrouw Francine Swiggers onontvankelijk wordt verklaard.

Swiggers zelf, die een tegeneis had ingesteld tegen Deminor wegens tergend en roekeloos geding, krijgt het gelijk aan haar kant. De rechtbank keert wel slechts één euro schadevergoeding toe. Deminor had Swiggers als enige voormalig Arco-kopstuk gedagvaard. Ze werd onder meer beschuldigd van fraude met jaarrekeningen.

Deminor heeft nu één maand na betekening van het vonnis om in beroep te gaan.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig