Nog geen intern Belgisch akkoord voor Glasgow
Het congresgebouw waar de klimaattop wordt gehouden.  Foto:  afp

De klimaattop van de Verenigde Naties, de COP26, start zondag in Glasgow. Verschillende ministers van ons land nemen deel, maar zij zullen waarschijnlijk geen intern Belgisch akkoord kunnen voorstellen over de verdeling van de inspanningen die nodig zijn om de doelstellingen rond de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te bereiken.

We moeten nadenken over een soort van ‘federaal commandocentrum’ dat de gesprekken over het klimaat leidt tussen de federale overheid en de overheden van de drie gewesten. Dat zei federaal minister van Milieu Zakia Khattabi zaterdag toen ze vanuit Brussel de ‘klimaattrein’ nam richting Glasgow.

Ze reageerde daarmee op het feit dat ons land waarschijnlijk geen intern Belgisch akkoord zal kunnen voorstellen over de verdeling van de inspanningen om de klimaatopwarming tegen te gaan. De ogen zijn daarbij gericht op de Vlaamse regering, die vrijdag al een overleg had over het klimaatbeleid en zondag opnieuw samenkomt.

Moet premier Alexander De Croo dan niet het voortouw nemen in deze discussie? ‘Als we dat zouden kunnen, hadden we dat allang gedaan’, aldus Khattabi. De Belgische structuur laat dat echter niet toe.

Kan er in de komende dagen toch nog een akkoord gesloten worden? ‘Mijn collega Philippe Henry (Waalse minister) probeert de standpunten met elkaar te verzoenen, maar mevrouw Demir (Vlaamse minister) zit rond de onderhandelingstafel zonder mandaat van haar regering. Hoewel het belangrijk is dat België een nationaal akkoord bereikt, verkies ik een ambitieus akkoord na de COP boven een zwakke deal voor de COP’, aldus Khattabi. Ze vindt dat de federale regering haar deel heeft gedaan en dat ook de Brusselse en Waalse regeringen hun best hebben gedaan.

De federale regering klopte op 8 oktober de ambities voor de federale klimaatpolitiek voor de periode 2021-2030 af. Concreet wil het federale niveau de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 55 procent terugdringen in vergelijking met referentiejaar 1990. Naast de maatregelen die het federale luik van het Energie- en Klimaatplan uitvoeren - goed voor een vermindering van 208 miljoen ton - werden bijkomend nieuwe maatregelen genomen voor nog eens 25 miljoen ton. Die nieuwe of versterkte beleidslijnen en maatregelen slaan onder meer op de vergroening van de fiscaliteit (waaronder de hervorming van de fiscale regeling voor bedrijfswagens), de klimaatbonus, transport, gebouwen en de productnormen.

Binnen de Vlaamse regering loopt de discussie nog. (Over wat op tafel ligt, gaat dit artikel.) Zondag ­komen de Vlaamse ministers opnieuw samen. Bevoegd minister Zuhal Demir (N-VA) vertrekt pas over een week naar de klimaattop in Glasgow. Ze kondigde eerder al aan dat ze dat niet doet zonder akkoord over bijkomende maatregelen.

Volgens het Vlaamse energie- en klimaatplan moet Vlaanderen ­tegen 2030 een reductie van de CO2-uitstoot met 35 procent ­optekenen. Met de maatregelen in het voorlopige Vlaamse Energie- en Klimaatplan komt de Vlaamse overheid aan 32,6 procent. Maar onder­tussen heeft Europa de lat ­opgetrokken en wordt van België ­een reductie van 47 procent verwacht tegen 2030. Over de ver­deling van die inspanning tussen de ­verschillende regeringen wordt zoals gezegd dus nog onderhandeld.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig