Onze industrie heeft nood aan een nieuwe energie- en CO2-infrastructuur om de omslag naar een volledig CO2-vrije productie te kunnen maken. Dat zal dan zonder kernenergie zijn. De topman van Electrabel herhaalde dat het te laat is om de kerncentrales te verlengen.

Het derde klimaatdebat van De Standaard bracht gisteren de vier Belgische bedrijven samen die een vijfde van de totale CO2-uitstoot in ons land uitmaken: de staalfabriek ArcelorMittal Gent, BASF Antwerpen, Total en Electrabel. De laatste drie zijn goed voor de helft van de totale CO2-uitstoot in de haven van Antwerpen. Maar samen zijn ze ook goed voor meer dan 14.000 rechtstreekse banen en nog eens verscheidene duizenden via onderaannemers.

De ceo’s deden alvast hun best om het publiek ervan te overtuigen dat ze serieus bezig zijn met het -vergroenen van hun activiteiten. Geert Van Poelvoorde, de topman van alle staalfabrieken van ArcelorMittal, speelde daarbij de hoofdrol. Onlangs kondigde hij een grote groene investering in de staalfabriek in de Gentse kanaalzone aan.

‘Aardgas blijft nodig’

Jacques Beuckelaers van TotalEnergies Antwerpen stelde dat zijn bedrijf weliswaar inzet op de productie van meer hernieuwbare energie, maar zei ook openlijk te blijven investeren in de uitbreiding van de productie van aardgas. Volgens hem blijft aardgas de komende jaren broodnodig voor een snelle vervanging van de steenkool die nu nog gebruikt wordt bij de productie van elektriciteit. De uitspraken van het Internationaal Energieagentschap, bijvoorbeeld, dat er onmiddellijk gestopt moet worden met het aanboren van nieuwe olie- en gasvelden vindt hij ‘niet verstandig’.

‘Als we dergelijke adviezen volgen, zal de energie de komende jaren nog duurder worden.’ Er zal in de toekomst nog heel wat aardgas en olie nodig zijn, concludeert hij.

• Herbeleef De Grote Shift | ‘Kerncentrales verlengen? Gewoon te laat’

De ceo’s maakten ook duidelijk dat er enorme hoeveelheden groene energie nodig zijn om hun fabrieken milieuvriendelijker te maken. Daarbij werden vraagtekens gezet bij de rol van groene waterstof. Voor de staalindustrie is dat alvast een mythe, zei Van Poelvoorde. Om de staalfabriek in Gent volledig op groene waterstof te laten draaien, zijn enorme volumes groene stroom nodig om die waterstof te kunnen maken. Hij schatte dat die gelijkstaan aan een kwart van het huidige totale stroomverbruik in ons land.

Geen draagkracht voor infrastructuur

Voor de vergroening van de Belgische industrie zullen ook bijzonder grote infrastructuurwerken nodig zijn. Electrabel-topman Thierry Saegeman wees erop dat de binnenlandse capaciteit voor de productie hernieuwbare energie lang niet zal volstaan, ook al is onlangs aangekondigd dat de capaciteit van een volgende windenergiepark op de Noordzee gevoelig wordt opgetrokken.

Het is zijn inschatting dat tegen 2050 drie keer zoveel energie als vandaag ingevoerd zal moeten worden. Die moet dan komen vanop continenten waar de zon vaak schijnt en waar het veel waait. Electrabel heeft de krachten gebundeld met enkele andere bedrijven om tegen 2035 de eerste grote volumes groene waterstof te kunnen invoeren. Het zal ook niet volstaan om veel windenergieparken op zee te bouwen, grote tankers vol groene waterstof aan te voeren in de havens of op grootschalige manier CO2 af te vangen in de bedrijven. Jan Remeysen van BASF-Antwerpen wees erop dat ook die CO2, waterstof en groene elektriciteit getransporteerd moeten worden van en naar de bedrijven. En daarvoor zijn pijpleidingen en hoogspanningslijnen nodig. De bouw daarvan stuit op heel wat maatschappelijke weerstand.

De ceo’s maakten ook duidelijk dat niet verwacht kan worden dat zij moeten opdraaien voor het bouwen en financieren van de nieuwe energie-infrastructuur. Het zal een gezamenlijke inspanningen moeten worden waarbij heel wat partners mee in de boot moeten. Waaronder ook de overheid. De overheid heeft in de jaren zestig grote investeringen gedaan in de havens waardoor er heel wat bedrijven zijn gekomen en heel wat welvaart is gecreëerd. Nu is er opnieuw zo’n inspanning nodig, stelt Jan Remeysen. Daarvoor zullen miljarden uitgetrokken moeten worden. En het gaat daarbij niet enkel over de Vlaamse of de Belgische overheid. De nieuwe waterstof-, elektriciteits- en CO2-infrastructuur die nodig stopt niet aan de grenzen. ‘Er is een Europese infrastructuur nodig’.

Tenslotte konden de toplui van Belgische grootste industriële bedrijven niet wegstoppen dat ze met stijgende verbazing zitten toe te kijken hoe in ons land gediscussieerd wordt over de elektriciteitsvoorziening van ons land in de toekomst.

Geert Van Poelvoorde: ‘Hier wordt altijd gezegd wat we niet willen. Geen gascentrales, geen kerncentrales, geen windenergieparken. Het is tijd om eens te weten wat we wel willen. Anders zullen ze in het buitenland beslissen hoe onze stroom wordt gemaakt’.

Voor Jan Remeysen is het nochtans eenvoudig. Het enige wat telt is leverzekerheid, duurzaamheid en een stabiele en redelijke prijs. Mijn boodschap aan de overheden is: zet de mogelijkheden op basis van deze drie criteria naast elkaar en hak de knoop door.

Waarna Electrabel-topman Thierry Saegeman duidelijk maakte dat voor hem kernenergie niet meer in aanmerking komt. ‘Een verlenging van de kerncentrales komt te laat om de stroomvoorziening vanaf 2025 te garanderen’. Hij vindt de bouw van gascentrales een veel realistischer scenario. ‘Een gascentrale bouwen is 100 meter sprinten, een kerncentrale verlengen 3.000 meter steeple.’

Bekijk hier het integrale debat: