Vanaf volgend jaar kan iedereen alleen remgeld betalen bij tandarts of huisarts
Themabeeld. Foto: Getty Images/iStockphoto

Betaalt u straks nog maar 3,5 euro voor een bezoek aan de tandarts? Vanaf volgend jaar wordt dat alvast voor iedereen mogelijk. Het blijft voorlopig wel de arts die beslist, al wil minister Vandenbroucke een verplichting ‘op termijn’ overwegen.

De federale regering zette maandag definitief het licht op groen voor een stille maar reusachtige omwenteling in de zorg, waar De Standaard eerder al over berichtte (DS 8 oktober). Zo zullen alle artsen, van tandarts tot specialist, straks zelf kunnen beslissen om alleen nog het remgeld te vragen aan al hun patiënten.

Dat systeem, gekend als de derdebetalersregeling, was tot voor kort alleen toegestaan voor patiënten in een precaire financiële situatie of voor ziekenhuisopnames. Voor gewone consultaties is het vandaag nog verboden, ook al zijn er in realiteit al artsen die het ruimer toepassen. Ergens in de loop van volgend jaar worden de poorten van het systeem definitief opengegooid.

Wie vandaag naar de huisdokter of de tandarts gaat, moet in de meeste gevallen nog stevig in portefeuille tasten voor een consultatie. Het overgrote merendeel van dat bedrag wordt later wel terugbetaald via het ziekenfonds. Maar die tussenstap creëert, zeker bij de tandarts, vaak nog een drempel. Met de nieuwe regeling zou een patiënt bijvoorbeeld voor een jaarlijkse controle bij de tandarts nog maar 3,5 euro remgeld moeten betalen, een bezoek aan de huisarts zou slechts 4 euro kosten.

Ook opvallend: in lijn met het advies van Onderzoekscentrum Sociaal Europa (OSE) wil minister Vandenbroucke ook kijken of een verruiming van de verplichte toepassing wenselijk is. Op dat moment zullen de artsen geen vrije keuze meer hebben om het toe te passen.

Nadruk op toegankelijkheid

De beslissing kadert voor alle duidelijkheid in de veel bredere goedkeuring van de nieuwe aanpak en investeringen in de gezondheidszorg voor komend jaar. Dat gaat intussen over een te verdelen budget van maar liefst 31,7 miljard euro voor 2022. Een groot deel van dat bedrag gaat zoals gebruikelijk naar de lonen in de zorg en naar terugbetalingen van geneesmiddelen. Maar zowel federaal minister van Volksgezondheid Vandenbroucke als de ziekenfondsen wijzen op een aantal belangrijke vernieuwingen.

De uitbreiding van de derdebetalersregeling is daar één van, maar daarnaast wordt ook het plafond van de maximumfactuur verlaagd naar 250 euro in plaats van 450 euro. De gezinnen met de laagste inkomens zullen zo versneld hun kosten terugbetaald krijgen wanneer die boven de 250 euro gaan. Het Riziv zal ook sterker inzetten op een betere toegang tot tandzorg, onder meer door de kosten voor implantaten en kronen meer terug te betalen.

Er komen ook acties om het geneesmiddelengebruik te beheersen, onder meer voor slaap- en kalmeermiddelen. En er zijn extra investeringen gepland in bijkomende preventieve maatregelen voor bijvoorbeeld patiënten met diabetes, kinderen met obesitas of jongeren met psychiatrische problemen. Luc Van Gorp, de voorzitter van de koepel van de ziekenfondsen, geeft aan dat het bedrag dat uitgetrokken is voor de vernieuwingen – 124 miljoen euro – ‘mogelijk bescheiden lijkt’. ‘Maar,’ zo benadrukt Van Gorp, ‘het is wel de start is van een fundamentele ommekeer in de manier waarop we onze gezondheidszorg organiseren.’ inrichten’.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig