Kamer geeft begrotingsakkoord motie van vertrouwen
Foto: Belga

Na een marathon van een begrotingsdebat van zo’n 34 uur is de vertrouwensstemming - die initieel gepland stond om 15 uur - afgerond. Met 81 stemmen voor en 59 stemmen tegen kreeg de regering donderdagavond uiteindelijk het vertrouwen van de Kamer.

De Kamer begon woensdagvoormiddag om 10 uur aan het debat over de State of the Union van premier Alexander De Croo. Een dag eerder bereikte die met zijn regering een akkoord over de begrotingsopmaak van 2022, die gepaard gaat met een honderdtal maatregelen in een resem domeinen.

Een bescheiden sanering met een groot vraagteken

De algemene bespreking leverde een scherp debat op, waarbij de oppositie de pijlen vooral richtte op de maatregelen tegen de stijgende energieprijzen, die de middenklasse in de steek zouden laten. Ook het optrekken van de verwachtingen voor extra jobs, boven op de jobs die het Planbureau sowieso verwacht de komende jaren, werd aan de kaak gesteld.

De linkse oppositie nam ook het voornemen van de Vivaldi-ploeg om langdurig zieken te sanctioneren als die pertinent weigeren mee te werken aan hun re-integratie op de arbeidsmarkt op de korrel, net als de plannen om de arbeidsmarkt te flexibiliseren. Voor rechts gaan die laatste maatregelen dan weer niet ver genoeg.

Rond 2.30 uur begon de Kamer aan de thematische besprekingen waarbij elke minister apart kan worden ondervraagd. Een flink deel van de voormiddag was gewijd aan het energiebeleid en de ondervraging van minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen). Na een middagpauze kwam om 15 uur nog staatssecretaris van Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) aan de beurt.

Tijdens het afsluitende themadebat benadrukten Sander Loones (N-VA) en Wouter Vermeersch (Vlaams Belang) dat ze de begrotingsoefening ongeloofwaardig vinden. ‘Opgeblazen bedragen’, ‘zeepbellen’ en ‘belastingsregering’ waren maar enkele van de termen die tijdens hun respectieve tussenkomsten vielen.

Volgens staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker (Open Vld) is met de begrotingsoefening de weg naar het budgettair herstel echter ingeslagen. Voor haar is dat herstel de manier om de staatsschuld onder controle te houden. ‘Als we die niet onder de knoet houden, zal de staatsschuld ons onder de knoet krijgen.’ De staatssecretaris merkte nog op dat de staatsschuld voor de start van de regering richting 120 procent van het bbp ging. ‘Dat scenario is afgewend.’