blikvanger Tadej Pogacar

‘Nieuwe kannibaal’ schrijft spelenderwijs geschiedenis

In de Ronde van Lombardije heeft Tadej Pogacar nog eens onderstreept waarom hij en niemand anders de beste renner van het jaar is. De Sloveen is goed op weg om een plaats te verwerven in het pantheon van de allergrootsten.

Zou er sinds zaterdag onder de stemgerechtigde wielerjournalisten nog iemand twijfelen wie er deze keer het meest recht heeft op de Vélo d’Or, de prestigieuze trofee die het Franse vakblad Vélo Magazine jaarlijks uitreikt aan de beste renner van het seizoen?

In de Ronde van Lombardije kroonde Tadej Pogacar zich tot internationale zegekoning van 2021, met dertien overwinningen, evenveel als Wout van Aert en Primoz Roglic. Kwalitatief duldt de Sloveen van UAE Team Emirates al helemaal niemand naast zich, als winnaar van twee monumenten (Lombardije en Luik) én de Tour. Van de vijf rittenwedstrijden waar hij dit jaar aan deelnam, stond hij alleen in de Ronde van het Baskenland niet op het hoogste schavotje. Als het ware tussendoor behaalde hij ook nog brons op de wegrit in Tokio.

‘Wat een waanzinnig seizoen is het geweest’, probeerde Po­gacar zaterdagavond in Bergamo zijn 2021 onder woorden te brengen. ‘Ik heb geweldige momenten beleefd met mijn ploeg en met het nationale team. Blijer kan ik niet zijn.’

Pogacar is de 25ste renner die in een en hetzelfde kalenderjaar meer dan één klassiek monument op zijn palmares weet te schrijven, en de 28ste die eindwinst in een grote ronde koppelt aan een monumentale klassieke zege. Wat zijn campagne evenwel uitzonderlijk maakt, is de combinatie van groterondewinst met zeges in meer dan één monument. Alleen Fausto Coppi (in 1949) en Eddy Merckx (in 1969, 1971, 1972 en 1973) deden het hem voor, twee renners die in alle ranglijsten van de beste renners aller tijden helemaal bovenaan staan. Bij een bezoek aan de Tour deze zomer liet Merckx al optekenen dat Pogacar ‘de nieuwe kannibaal’ is.

‘Ik word er dezer dagen wel vaker op attent gemaakt dat ik geschiedenis aan het schrijven ben, maar zelf sta ik daar niet bij stil’, blijft de Sloveen zijn jongensachtige zelve. ‘Ik rij gewoon met mijn fiets, neem deel aan wedstrijden en geef alles wat ik heb, of dat nu historisch is of niet. Voor mij is elke overwinning belangrijk.’

Pogacar is samen met onder anderen ­Mathieu van der Poel, Julian Alaphilippe en Remco Evenepoel de exponent van een nieuwe generatie kampioenen die zich niet laat vastbinden in de netten van de berekening of tactisch geschuifel. Zoals hij in de voorbije Tour in de Alpen een raid uit zijn benen schudde van meer dan 32 kilometer, zo zette de Sloveen de Ronde van Lombardije naar zijn hand met een aanval op ruim 35 kilometer van het einde.

Op instinct

‘Een actie meer op instinct dan gepland’, verklaarde Pogacar. ‘Davide Formolo en Rafal Majka kwamen almaar vragen wat we zouden doen. Ik had eerlijk gezegd geen idee. ‘Blijven volgen’, zei ik, ‘en dan zien we wel hoe we ons voelen op die klim.’ Toen niemand echt aanstalten maakte om daar de forcing te voeren, besloot ik zelf te gaan, al had ik niet gedacht dat er niemand zou meespringen.’

In de afdaling van de Passo di Ganda kreeg de tweevoudige Tour-winnaar nog het gezelschap van een renner van Deceuninck – Quick-Step: verrassend genoeg niet Alaphilippe, Evenepoel of Almeida, maar de uit aankomststad Bergamo afkomstige Fausto Masnada. ‘Ik wist dat Masnada deze wegen goed kende en in het technische deel van de afdaling zou komen aansluiten’, vertelde Pogacar, zelf debutant en alleen als belofte deelnemer aan de ‘kleine’ Ronde van Lombardije (zevende in 2017).

Dat Masnada in de vallei geen kopwerk leverde, zich verschuilend achter de achteropkomende Alaphilippe, en negen kilometer op adem kon komen in zijn wiel, hield Pogacar niet tegen. In de straten van Bergamo hield hij de thuisrijder in bedwang om hem uiteindelijk in de sprint te vloeren. Waarmee hij nog eens het klasseverschil en zijn veelzijdigheid in de verf zette. Klimmen, dalen, tijdrijden, sprinten: wat kan de kannibaal van Komenda niet?

Man van alle seizoenen

Waar jeugdige Tour-winnaars als Jan Ullrich in het verleden de weelde niet konden dragen, lijkt Pogacar voorlopig aan alle verlokkingen te weerstaan. De 23-jarige Sloveen is de eerste regerende Tour-winnaar sinds Bernard Hinault in 1979 die het kan opbrengen nog eens te pieken naar het laatste monument en dat ook te winnen.

‘De eerste helft van het seizoen duurde heel erg lang. Na Tokio heb ik wat rust genomen en toen ik hervatte, ging het op training best goed, maar in mijn eerste koers, in Plouay, voelde ik dat ik niet top was. Sindsdien wisselde ik goede en slechte dagen af, maar ik bleef geloven in mezelf en in het feit dat ik door wedstrijdritme op te doen goed kon zijn in Lombardije. Mijn prestatie in de Drie Valleien in Varese dinsdag (derde, red.) gaf me een vertrouwensboost. De dag nadien in Milaan-Turijn (vierde, red.) voelde ik nog de vermoeidheid, maar ook daar reed ik een goede wedstrijd, wat motiverend was voor Lombardije.’

De suggestie dat hij zich in de jongste wedstrijden bewust had gespaard, terwijl zijn landgenoot Roglic de pannen van het dak reed, wees Pogacar van de hand. ‘Ik ga nooit naar een wedstrijd met het idee mezelf te sparen. Wanneer ik koers, ga ik er altijd voor.’

Op zijn 23ste heeft Pogacar nu twee keer de Tour en twee monumenten gewonnen. Niemand in de geschiedenis die deze krachttoer zo vroeg in zijn carrière realiseerde – zelfs Merckx was al 25 bij zijn tweede Tour-zege.

Waar anderen zich afvragen of er in dit tempo voor de Sloveen nog wel onvervulde dromen overblijven, behoudt Pogacar zijn ontwapenende eenvoud. ‘Mijn droom is gewoon zo veel mogelijk plezier te beleven en van het fietsen te genieten. Wanneer dat niet meer lukt, zal het tijd zijn om nieuwe dromen na te jagen. Maar op dit moment is dat wat ik het liefst doe. Daarom zal mijn programma er volgend jaar waarschijnlijk min of meer hetzelfde uitzien, met de Tour als prioriteit.’

Tadej Pogacar:

‘Ik rij gewoon met mijn fiets, neem deel aan wedstrijden en geef alles wat ik heb, of dat nu historisch is of niet’

Niet te missen