Reportage ‘De Schrijfwijzen’ | Laqué naaldhakken in een lawaaiige bibliotheek
Presentator Arno Moens hield de sfeer erin. Foto: Astrid Houthuys (ahh)

Duizenden deelnemers beten vrijdagavond in het dictee De Schrijfwijzen hun tanden stuk op woorden als QR-codescanner en whiplash. Onze chef eindredactie schreef mee in een van de 70 deelnemende bibliotheken. Dat was leuk.

Vrijdagavond, 20 uur. Met zijn veertigen zitten we in de zaal van de Predikherenbibliotheek in Mechelen. Tegelijk met ons wachten in negenenzestig andere Vlaamse bibliotheken deelnemers in spanning de start af van De Schrijfwijzen – Het Groot Dictee Heruitgevonden, georganiseerd door De Standaard, NRC en de vzw Creatief Schrijven. ‘Deze opvolger van het voormalige Het Groot Dictee der Nederlandse Taal’, vertelt presentator Arno Moens in zijn ‘uiterst uitgeschreven welkomstwoord’, ‘is een wedstrijd in taal en niet alleen in spelling’. ‘Plezier primeert’, aldus de vrolijke gastheer, bekend van Thuis en Lisa.

Smadelijke nederlaag?

Reportage ‘De Schrijfwijzen’ | Laqué naaldhakken in een lawaaiige bibliotheek
Winnares Kris Van Ransbeeck met het gouden ticket naar de finale in Brussel. Foto: ahh

Ik schuif onrustig op mijn stoel – ‘plezier primeert’, makkelijk gezegd, maar als chef eindredactie van deze krant is er veel aan gelegen straks niet met de laagste score huiswaarts te keren. Links van mij drie broers en zussen, al drie jaar vaste klant van De Schrijfwijzen. Aan mijn rechterzijde Jenny Stieglitz (32) en Mats Craessaerts (35). Hadden elkaar leren kennen op het internet en vonden het plezierig elkaar op spellingfouten te wijzen. En dus zitten ze nu naast me aan een tafeltje, klaar om de zaal maar vooral elkaar af te troeven. Of ze wat met elkaar hebben, vraag ik me – geheel naar goede gewoonte – af terwijl ik een duik neem in mijn schrijfetui. Welke pen kan me een smadelijke nederlaag besparen?

Gastheer Moens heeft net de regels toegelicht. Cijfers moeten voluit geschreven, facultatieve koppeltekens zijn niet toegestaan. ‘De lettervreter’ luidt de titel. ‘Mogen we dat in drukletters schrijven?’ Juryvoorzitter Ludo Permentier en bijzitster Brien Coppens, moeder van De Schrijfwijzen, schudden streng van neen. En daar gaat de geit. Met zijn behaaglijk geruststellende stem – geen weer is ook goed weer – glijdt weerman en voorlezer van dienst Frank Deboosere door het dictee. Zo gaat ie goed. Ik aarzel bij laqué naaldhakken (lacké?), QR-codescanner (qr-code-scanner?), whiplash (wiplash?), kasjmieren of cashmeren, hoofdletter L (of l?), maar dit is géén Groot Dictee. Ik ontspan. In mijn mooiste handschrift – opgedolven uit mijn hoogstpersoonlijke stenen tijdperk – vorm ik de letters. We moeten duidelijk schrijven.

Reportage ‘De Schrijfwijzen’ | Laqué naaldhakken in een lawaaiige bibliotheek
Schoon schrijven: verplicht. Foto: ahh

Coronahoester

‘Mevrouw Houthuys, u mag geen gsm gebruiken!’ De stem van bijzitster Coppens dondert door de zaal. De andere deelnemers grinniken als ik, schaamrood op de kaken, mompel dat ik van de schrijvende pers ben en wat foto’s nodig heb. Duik wat dieper mijn blad in. Verbouwereerd of verbauwereerd, ei zo na of ei-zo-na? De focus komt terug. Het geluid van balpennen, de groep gebogen over papier. Niet één coronahoester. Tiran gsm anderhalf uur gekerkerd. Je kunt een lettervreter door de zaal horen lopen. Dit is ronduit behaaglijk. Dit moet ik meer doen. ‘Pennen neer.’ De betovering verbreekt. Moens spreekt de oudvertrouwde formule uit, eerbetoon aan het Groot Dictee: ‘En dan hebt u nu drie minuten om fouten te corrigeren, óf om er bij te maken.’ Wat ik, oen, prompt ook doe – van whiplash maak ik wiplash. Dat kost me, blijkt achteraf, een foutloos dictee.

‘Ik ben zo blij dat ik mijn weerberichten in een iets sneller tempo mag voorlezen.’ Deboosere heeft de lachers op zijn hand en sleurt de zaal mee de wervelwind in van ronde twee. Het verhaal, van Anneke Verbeeck, loopt door, maar bij negentien woorden rinkelt een belletje: we moeten uit twee geprojecteerde opties kiezen, daartoe krijgen we telkens 8 seconden de tijd. Ge-etaleerd of geëtaleerd? Tarzankreet met grote of met kleine t? Ophanden zijnde of op handen zijnde. Mmm, ik kies voor het laatste.

‘Dat vond ik het moeilijkst’, vertelt Craessaerts achteraf. ‘Als je geen schrijfwijze in je hoofd hebt vóór je naar het scherm kijkt, brengen die opties je totaal in verwarring.’ Zijn compagnonne is hij intussen kwijt. Stieglitz is vooraan gaan zitten, de laatste letter wil ze zien. Een eventuele nederlaag zal niet aan haar ogen gelegen hebben. In hoog tempo verzamelen we nu ook negentien letters, juiste maar bij een verkeerde spelwijze ook foute, waarmee we in de laatste ronde een zo lang mogelijk woord moeten bedenken. Eén foute letter betekent nul punten. Trots noteer ik lentebeginselen.

Reportage ‘De Schrijfwijzen’ | Laqué naaldhakken in een lawaaiige bibliotheek
Concentratie: verplicht. Foto: ahh

‘Weinig streberkes’

Het was weer ogenschijnlijk makkelijk’, vertelt deelnemer Ludo (61), biertje in de hand, tijdens de pauze. ‘En de sfeer zat goed. Weinig streberkes ook deze keer. Die ontdek je zo aan de blik in hun ogen. Ik zie een jong publiek. Het geeft me een goed gevoel dat jonge mensen nog met taal bezig zijn.’

Deboosere, al jaren de vaste voorlezer in Mechelen, treedt Ludo bij. ‘Al ben ik een man van de exacte wetenschap, ik voel dat taal hier jong en oud verbindt. Dat doet deugd. Als wij over een paar tientallen jaren onder de groene zoden liggen, zullen er nog mensen bekommerd zijn om taal.’ Zelf neemt de geestelijke vader van het woord ochtendgrijs nooit deel aan dictees. ‘Maar ik lees mijn vrouw deze tekst nog deze week voor.’

Deboosere verbreekt en passant ook mijn licht euforische stemming: geen letter b bij de te verzamelen letters, want ophanden zijnd moest in twee en niet in drie woorden. Daar gaan mijn lentebeginselen en alsnog verhoopte podiumplek. Dat smaakt zuur. Wist niet dat ik me nog zo in een spelletje kon verliezen.

Reportage ‘De Schrijfwijzen’ | Laqué naaldhakken in een lawaaiige bibliotheek
De spellingbee: afvalrace, met tweede links, De Standaard-eindredacteur Gert Devreese. Foto: ahh

Safraan en diletant

De biertjes verzwolgen, breekt het moment van de waarheid aan. ‘In de schrijfronde zijn in totaal 215 fouten gemaakt,’ vat juryvoorzitter Permentier samen, ‘wat uitkomt op een gemiddeld aantal fouten van 6,1 fouten per deelnemer.’ En dat geeft het algemene goede gevoel een boost. Spellen is leuk – een heel andere boodschap dan bij het Groot Dictee, waar pas van een succes gesproken werd als een goede speller rond de 30 fouten landde. Velen struikelden over laqué naaldhakken, verslikten zich in kukelen of stokten op whiplash – ‘niet te verwarren met de flashwip,’ grijnst Permentier, ‘een heel snelle beurt.’

Eén winnaar steekt er met kop en schouders bovenuit. De zes bijna-besten nodigt hij uit voor een afvalrace, de spellingbee, op het podium. De spanning is in de stem van de kandidaten te horen. Eén na één struikelen ze over de woorden die ze zonder haperen luidop moeten spellen: caramel (met k), zedenloos (zonder tussen-n), safraan (met twee f’en), diletant (met twee t’s) en kolibri (met ie). Tot een leerkracht Frans-Nederlands overblijft – ook vorig jaar werd hij tweede.

Reportage ‘De Schrijfwijzen’ | Laqué naaldhakken in een lawaaiige bibliotheek
Voorzitter Ludo Permentier legt het uit en kan dat goed. Foto: ahh

Dichter bij elkaar

Dan roept Permentier de winnares op het podium. Dat is, eveneens voor de tweede keer op rij, Kris Van Ransbeek (53), Germaniste en lerares Engels. ‘O nee, ik bereid me nooit voor op een dictee. Dat vind ik flauw. Spellingregels ken je of ken je niet. Het Groene Boekje blokken vind ik ziek’, vertelt ze achteraf, terwijl ze me haar gouden pen en het gouden ticket toont. Dat biedt haar een plek in de finale op 23 oktober in de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel, waar alle winnaars van de bibliotheken en het onlinedictee van De Standaard en NRC het tegen elkaar opnemen. Van Ransbeek bekijkt haar winst nuchter. ‘Ik lees gewoon graag en ik vind het fijn om te schrijven – ik leuk mijn e-mails voor het werk graag op.’

Zelf smaak ik nog de teleurstelling van het gemiste langste woord, maar trek me op aan een eerste ronde met maar één fout. Eer gered. Stieglitz en Craessaerts zwaaien vanuit de deur. Ik kan het me niet laten. ‘Of ze een koppel zijn?’ Ze lachen geheimzinnig en verdwijnen de pandgang van het prachtige Predikheren in. Eén ding is zeker: spelling bracht hen dichter bij elkaar.

Reportage ‘De Schrijfwijzen’ | Laqué naaldhakken in een lawaaiige bibliotheek
Pandgang van de Predikherenbibliotheek, plaats van het gebeuren. Zoek Jenny en Mats. Foto: ahh

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig