Aantal patiënten met eetstoornissen op wachtlijsten vervijfvoudigd
Foto: katrijn van giel

Hulpverleners vragen extra steun aan de regering om de crisis te dempen.

De epidemie doet het aantal patiënten met een eetstoornis toenemen: 11 procent van de volwassenen rapporteerde signalen van een eetstoornis dit jaar, tegenover 7 procent van de bevolking (van 15 jaar en ouder) in 2018, volgens de zesde corona-enquête van Sciensano.

Die trend zet zich voort in het najaar, zeggen experten. De aanhoudende epidemie maakt het moeilijk voor mensen met een eetstoornis om hulp te vinden: klinieken werken met een wachttijd van vier tot zes maanden, zegt An Vandeputte, coördinator van Eetexpert, een Vlaams kenniscentrum voor eet- en gewichtsproblemen. ‘Intensieve hulp vinden is momenteel heel moeilijk.’

De pandemie maakte vooral veel slachtoffers onder jonge mensen, zegt Katrien Maes, kinder- en jeugdpsychiater in het Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA). ‘Zij zagen hun sociale leven compleet wegvallen en werden daardoor eenzamer.’ In haar ziekenhuis zag ze het aantal jonge patiënten op de wachtlijst vervijfvoudigen sinds mei vorig jaar. ‘De toestand is dramatisch.’

Ook herstel bestaande patiënten in gedrang

Niet alleen jongeren voelen zich gestrest en eenzaam door covid, 29 procent van de volwassen bevolking kampt volgens dezelfde enquête met een gevoel van eenzaamheid of worstelt met andere emoties. ‘Dan kan een eetstoornis een copingmechanism, een manier om dat te verwerken, zijn’, zegt Vandeputte.

‘Niemand kiest ervoor om een eetprobleem te ontwikkelen’, zegt ze. ‘Als mensen zich niet goed voelen, dan zoeken ze een manier om met de gevoelens om te gaan.’ Het verlies van controle dat velen ervoeren, heeft hiertoe bijgedragen en ‘veel emoties getriggerd bij iedereen’.

De pandemie bemoeilijkt zo ook het herstel voor bestaande patiënten. Routines, of gewoontes die toelaten om emoties te verwerken – in groepsverband of in de publieke ruimte – kwamen op de helling te staan.

Pleidooi

Daarom pleit Vandeputte om ‘allen zorgzaam met elkaar om te gaan’ en voor een verbreding van zorgcirkels: ‘Het ons terugtrekken – in ons nestje en huisje, en ieder voor zich – dat heeft ons geen goed gedaan’, zegt ze.

Het kenniscentrum werkt aan nieuwe materialen voor eerstelijnswerkers en ouders, en ook voor sportclubs en jeugdbewegingen om risicopatiënten vroeger te kunnen begeleiden. Ambulante zorg, waaronder een hulplijn, blijft beschikbaar, benadrukt Vandeputte.

Intussen vangen kinderartsen, die daar eigenlijk niet in gespecialiseerd zijn, nieuwe patiënten op, zegt An Bael, medisch diensthoofd pediatrie van Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA). ‘Zij kunnen hulp bieden bij levensbedreigende situaties, maar niets aan de oorzaak van het probleem doen’, zegt ze. Voor psychologische hulp blijven patiënten vaak in de kou staan.

De beschikbare fondsen voor kinderpsychiatrie zijn beperkt, terwijl het aantal patiënten gestaag toeneemt, zegt Vandeputte. Daar kan nu misschien iets aan veranderen. ‘Het opvangnet zijn we volop aan het opbouwen’, voegt ze toe. ‘Door covid moet het aantal plaatsen worden bijgespijkerd.’