Regering IJsland wint verkiezingen
Premier Katrín Jakobsdóttir Foto: AFP

In IJsland heeft de uittredende regeringscoalitie goed gescoord bij de parlementsverkiezingen van zaterdag. Dat blijkt nu meer dan een derde van de stemmen is geteld. De coalitie lijkt stand te kunnen houden.

De Links-Groene partij van premier Katrín Jakobsdóttir scoort wat minder goed dan in 2017. Haar coalitiepartners, de conservatieve Onafhankelijkheidspartij en de agrarisch-liberale Progressieve Partij gaan er wel op vooruit.

Zoals het er nu naar uitziet, zouden de drie partijen comfortabel voort kunnen regeren, mochten ze dat willen. In de voorlopige resultaten hebben ze uitzicht op een veertigtal van de 63 zetels in het parlement. Er zijn 32 zetels nodig voor een meerderheid.

De grootste partij blijft de Onafhankelijkheidspartij van oud-premier Bjarni Benediktsson. Die staat momenteel op achttien zetels, twee meer dan bij de verkiezingen in 2017. De Progressieve Partij zou vijf zetels winnen en op dertien uitkomen. Die partijen halen voorlopig dus net niet genoeg zetels voor een coalitie van twee partijen.

Links-Groen van premier Jakobsdóttir komt in de gedeeltelijke uitslagen uit op tien zetels, twee minder dan na de verkiezingen van 2017. Maar toen verlieten al snel twee parlementsleden de partij, waardoor maar negen zetels overbleven.

Bij de oppositiepartijen valt de vooruitgang van de Volkspartij op. Die gaat voorlopig van vier naar zes zetels. De partij voerde campagne rond de strijd tegen armoede. De Centrumpartij lijkt dan weer maar een van zijn zeven zetels te kunnen redden.

Zoals het er nu naar uitziet, zullen er meer vrouwen (32) dan mannen (31) verkozen geraken in het IJslandse parlement.