camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

Covid-vaccins

Waarom 65-plussers baat hebben bij een derde prik

Vandaag beslissen de ministers van Volksgezondheid over de derde prik voor senioren. De Hoge Gezondheidsraad heeft al groen licht gegeven. De dalende bescherming tegen ernstige covid-19 baart de experts zorgen.

zaterdag 25 september 2021 om 3.25 uur

belga

Houden de coronavaccins stand als de vierde golf losbarst deze herfst? Of is de werkzaamheid van de vaccins tegen dan al te sterk achteruitgegaan, waardoor veel gevaccineerden toch in het ziekenhuis belanden?

De Hoge Gezondheidsraad (HGR) bekent kleur in de discussie over een derde prik voor een grote groep Belgen: hij beveelt alle personen van 65 jaar en ouder een bijkomende prik aan met een mRNA-vaccin, zodat hun weerstand tegen ernstige covid-19 wordt opgefrist. Zowel de vaccins van Pfizer als Moderna zijn mRNA-vaccins. 65-plussers die eerder al AstraZeneca of Janssen kregen, wisselen voor de opfrissingsprik dus van merk.

Op basis van dat advies hakken vandaag de acht Belgische ministers van Volksgezondheid de knoop door of ze de HGR volgen. En zo ja, hoe ze de derde prik praktisch zullen organiseren: worden de huisartsen ingeschakeld of blijven de vaccinatiecentra toch langer staan dan gepland? Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V) maakte eerder al duidelijk dat hij het advies van de experts wil volgen. ‘Zij zijn altijd ons kompas geweest.’

Uit het HGR-advies blijkt een duidelijke bezorgdheid over de ­dalende werkzaamheid van de ­vaccins. Niet onterecht.

Een nieuwe studie uit het Verenigd Koninkrijk becijfert zeer nauwkeurig hoe de werkzaamheid van de vaccins achteruitgaat na verloop van tijd. Het gaat om een pre-print, die nog niet de gebruikelijke kwaliteitscontrole heeft doorlopen. De voorbije week heeft de studie internationaal veel aandacht gekregen, onder meer bij het Amerikaanse geneesmiddelenagentschap, dat groen licht gaf voor de herhalingsprik bij alle 65-plussers (DS 24 september). De studie bevat de data van ruim 4 miljoen Britten.

165-plussers die Astra­Zeneca kregen, hebben ­derde prik het meest nodig

Enkele weken na de tweede prik met het coronavaccin ligt de werkzaamheid van de coronavaccins het hoogst. Maar daarna begint de werkzaamheid te dalen. Het risico om toch covid-19 (met symptomen) te krijgen, stijgt, net als het risico om ondanks de vaccinatie in het ziekenhuis te belanden.

Uit de Britse cijfers blijkt dat de personen die ingeënt zijn met het AstraZeneca-vaccin hun bescherming tegen (ernstige) ziekte het sterkst zien dalen. Na 20 weken (ongeveer 4,5 maanden) is de bescherming van 65-plussers tegen hospitalisatie onder 80 procent gedaald. Bij het Pfizer-vaccin blijft de werkzaamheid beter behouden, maar ze daalt sneller bij de senioren dan bij wie jonger is dan 65 jaar.

In België zijn senioren voornamelijk ingeënt met de vaccins van Pfizer (1,3 miljoen 65-plussers) en met het AstraZeneca-vaccin (577.000 senioren). Die laatste groep zal dus meer baat hebben bij de derde prik.

2Veel meer gevaccineerde covid-patiënten in het ­ziekenhuis

Ook na bijna vijf maanden is een gevaccineerde dus nog steeds veel beter beschermd dan een niet­gevaccineerde. Maar wat betekent het voor de coronacijfers als in­geënte personen minder weerbaar worden tegen het virus?

Door de dalende immuniteit zullen er meer mensen dan vandaag in het ziekenhuis belanden, zelfs als het virus niet sterker gaat circuleren. Een rekenvoorbeeld: stel dat er in een wereld zonder vaccins honderd 65-plussers met ­covid-19 in het ziekenhuis belanden, dan daalt dat aantal dankzij vaccinatie met AstraZeneca naar acht, blijkt uit de Britse cijfers. Maar vijf maanden later is dat, door de dalende werking van het vaccin, opnieuw gestegen naar 24. Hebben die 65-plussers allemaal een onderliggende aandoening, dan stijgt dat aantal naar 41. Ook dat is nog steeds een sterke vermindering ten opzichte van de initiële honderd, maar het betekent wel dat een grotere groep opnieuw het risico loopt op een ernstig covid-19-verloop. Bij Pfizer is de stijging door een dalende werking minder uitgesproken.

Dat risico hangt uiteraard ook af van de viruscirculatie. Met de winter in aantocht is het aannemelijk dat die opnieuw toeneemt, zeker nu blijkt dat gevaccineerden – ook in de jongere bevolking – na verloop van tijd opnieuw vatbaar ­worden voor infecties en ze dus het virus vaker dreigen door te geven aan anderen.

3Hoe sterk de derde prik de bescherming opkrikt, is koffiedik kijken

Over het algemeen geldt: een herhalingsvaccin verhoogt de bescherming. Uit een labostudie blijkt dat de derde prik van het Pfizer-vaccin aanzienlijk meer neutraliserende antistoffen opwekt dan de tweede prik. Hoewel de samenstelling van het vaccin niet gewijzigd is, is de bescherming tegen de deltavariant ook beduidend beter. Dat is zowel bij 65-plussers als bij jongere mensen het geval.

Maar naar welke beschermingsgraad zich dat in de praktijk vertaalt, is nog onduidelijk. Een studie bij ruim 1 miljoen Israëlische ­60-plussers toont dat een derde prik met het Pfizer-vaccin de besmettingen en ziekenhuisopnames sterk doet dalen. In de groep die al drie prikken kreeg, waren er elf keer minder besmettingen, en twintig keer minder ernstige gevallen. Een beperking van die studie is dat ze alleen de bescherming vlak na de derde prik onderzoekt. Het is nog niet duidelijk of ook de ­bescherming na de derde prik na verloop van tijd weer daalt.

Een opsteker is dat er na de ­derde dosis gevoelig minder bijwerkingen gerapporteerd werden, blijkt uit cijfers van het Israëlische ministerie van Volksgezondheid. Bij de eerste en vooral de tweede ­dosis werden veel vaker bijwerkingen gemeld, waaronder hoofdpijn, koorts en krachteloosheid.

Wie is na de 65-plussers aan de beurt?

De Hoge Gezondheidsraad ­beveelt aan om behalve de ouderen ook mensen met een handicap in residentiële voorzieningen een extra dosis te geven.

Op dit moment neemt de Raad ook nog andere bevolkingsgroepen onder de loep. Het gaat om mensen van 18 tot 64 jaar met een hoog risico op ernstige covid-19, en mensen die ­beroepsmatig frequent bloot­gesteld worden aan sars-CoV-2. Dat zijn onder meer artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners. (mec, dds)

Niet te missen


LEES OOK

De podcasts van De Standaard

Niet te missen