VRT-journalist Riadh Bahri, die vrijdag 10 september ’s ochtends op straat werd aangevallen in zijn woonplaats Molenbeek, sprak in het avondprogramma De Cooke & Verhulst show openlijk over wat die aanval twee weken later nog voor hem betekent.

Of het om een homofobe aanval ging, kon Bahri niet zeggen. ‘Vuile homo, ik krijg dat zo vaak naar mijn hoofd geslingerd dat ik niet meer weet of het is omdat ik er zo uitzie, of dat het een standaard scheldwoord is geworden.’

Het scheldwoord mag voor hem aan kracht hebben verloren, de ‘pandoeringen’ deden pijn, net als de onverschilligheid van voorbijgangers. ‘Ik lag even dramatisch te huilen op de grond. Niemand stopte om te vragen wat er aan de hand was’, klonk het. Het was wachten op de politie voor een vriendelijk woord.

Bahri trok nadien toch naar het werk. ‘Ik had geen zin om thuis te zitten kniezen’, zei hij daarover. Echte trauma’s heeft hij er niet aan overgehouden, aldus Bahri, al is de hond uitlaten nog moeilijk. ‘Mijn lief vroeg me onlangs de hond uit te laten. Natuurlijk, dacht ik, ik laat me niet doen. Het is belachelijk, maar als ik dan iemand tegenkom, loop ik terug naar huis en verstop me in de hal, tot die persoon weer voorbij is.’

Wat is er precies gebeurd? ‘Hond uitlaten. Man vraagt de weg. Ik ben zo vriendelijk en naïef om te antwoorden. Klap krijgen. Schop krijgen. Ketting afgerukt en gestolen. Vuile homo horen. Beetje huilen in de straat. Boos zijn. En alweer moedeloos. Typische ochtend in Brussel. #TGIF (Thank god it’s friday, red.) of zoiets zeker’, schreef Riadh Bahri die bewuste vrijdag op zijn Twitterprofiel.

Het is niet de eerste keer dat Bahri iets dergelijks overkomt. In eerdere interviews vertelde hij al dat hij ‘alles al had meegemaakt, van spuwen tot achtervolgingen.’