Aanwerven hoogopgeleide migranten in EU wordt makkelijker
Themabeeld van het Europees Parlement. Foto: REUTERS

Om bedrijven toe te laten makkelijker ‘brains’ van buiten de EU aan te trekken, geeft het Europees Parlement groen licht aan een versoepeling van de criteria.

‘Ik ben tevreden met deze vooruitgang inzake legale arbeidsmigratie. Het is voor het eerst in jaren dat de EU op dat vlak wetgeving goedkeurt.’ Europarlementslid Assita Kanko (N-VA) reageert enthousiast op de goedkeuring door het Europees Parlement van de herziening van de richtlijn die de toekenning van ‘blauwe kaarten’ regelt voor hoogopgeleide migranten. ‘Dit zal het voor hoogopgeleide werknemers van elders makkelijker maken om in de EU te werken en te wonen’, aldus Kanko, die schaduwrapporteur voor haar fractie in dit dossier was. ‘Europa en dus ook Vlaanderen mag de race om talent niet verliezen.’

De Europese blauwe kaarten bestaan al sinds 2009, maar zijn tot nog toe geen succes. In 2019 werden er maar een kleine 37.000 uitgereikt – vooral in Duitsland. De aanpassing van de richtlijn moet dat veranderen. Zo zal een arbeidscontract of bindend aanbod van minimum zes maanden volstaan, in plaats van een jaar nu. Het vereiste minimumloon wordt teruggebracht naar minstens 100 procent van het gemiddelde bruto salaris, in plaats van 150 procent nu.

Gekwalificeerde vluchtelingen zullen een blauwe kaart kunnen aanvragen in een andere lidstaat dan het land waar ze asiel kregen. En wie een blauwe kaart krijgt, zal na de eerste 12 maanden kunnen verhuizen naar een andere lidstaat. De procedures om de directe familie zoals partner en kinderen te laten overkomen, worden ook versoepeld.

Voor Kanko is het belangrijk ‘dat de lidstaten nog steeds de voorwaarden voor de toegang tot hun arbeidsmarkt kunnen bepalen, en rekening kunnen houden met nationale werkloosheidscijfers bij de beslissing om een blauwe kaart toe te kennen’. Ze spreekt van een ‘evenwichtig akkoord’.

Er stemden 556 Europarlementsleden voor en 105 tegen. De nieuwe regels moeten nu alleen nog goedgekeurd worden door de lidstaten, die eerder al informeel instemden met de aanpassing. Ze krijgen daarna twee jaar om hun wetgeving aan te passen.