Misbruikproces tegen prins Andrew begonnen: advocaat beweert dat rechtszaak ongegrond is
Foto: AFP

In New York vond maandag de eerste zitting plaats in het proces tegen de Britse prins Andrew wegens seksueel misbruik. Zijn advocaat, een tegenstander van de #MeToo-beweging, probeerde daar de rechtszaak meteen te laten verwerpen. ‘We hebben ernstige zorgen over de gegrondheid van deze zaak.’

Nadat ze hem eerder al beschuldigd had, spande Virginia Giuffre (38) in augustus een burgerlijke rechtszaak aan tegen prins Andrew (61). Zij zou als slachtoffer van Jeffrey Epstein en Ghislaine Maxwell op haar zeventiende drie keer gedwongen zijn om seks te hebben met de Britse prins. Ze eist een schadevergoeding.

Prins Andrew, die bevriend was met Epstein, ontkent de beschuldigingen en beweerde in een BBC-interview in 2019 zelfs dat hij Giuffre nooit ontmoet heeft. De prins, broer van troonopvolger Charles, heeft Andrew Brettler als advocaat ingehuurd. Die werkt voor het befaamde advocatenkantoor Lavely & Singer in Los Angeles en vertegenwoordigde eerder al Hollywoodsterren zoals Bill Cosby, Armie Hammer en Bryan Singer in misbruikzaken. Hij sprak zich in een interview in mei nog uit tegen de #MeToo-beweging en zei dat ‘verondersteld wordt dat er wangedrag is, alleen gebaseerd op een beschuldiging, zelfs een anonieme’.

Misbruikproces tegen prins Andrew begonnen: advocaat beweert dat rechtszaak ongegrond is
Virginia Giuffre (midden) zou in 2001 onder meer in het Londense appartement van Ghislaine Maxwell (rechts) gedwongen zijn tot seks met prins Andrew (links). Foto: ISOPIX

Advocaat Andrew: ‘Ongefundeerd’

Bij de start van het proces tegen de prins, tijdens een eerste telefonische hoorzitting in het U.S. District Court in Manhattan, argumenteerde Brettler maandag dat de zaak verworpen moet worden. ‘Dit is een ongefundeerde, niet-levensvatbare, potentieel onwettige rechtszaak’, aldus Brettler.

Ten eerste ondertekende Giuffre volgens Brettler een schikkingsovereenkomst die haar het recht ontneemt om prins Andrew aan te klagen. Guiffre zou in 2009 in een andere zaak die in Florida was aangespannen een vrijwaring ondertekend hebben voor ‘vorderingen tegen personen geassocieerd met Jeffrey Epstein’. Brettler vroeg dat Giuffres advocaten die schikking openbaar maken, zodat kan worden nagegaan ‘of het inderdaad de hertog van alle mogelijke aansprakelijkheid vrijstelt, zoals wij vermoeden, en zoals al gebeurd is bij andere individuen in dezelfde situatie als de prins’. Prins Andrew zou van plan zijn het Britse Hooggerechtshof te vragen om zich uit te spreken.

Ten tweede zouden volgens Brettler de dagvaardingsdocumenten niet correct zijn afgeleverd aan prins Andrew, in overeenstemming met de Britse wet en de conventie van Den Haag. Zo werd een kopie op 27 augustus afgegeven aan een politieagent die de woonst van de prins bewaakte in Windsor.

Advocaat Giuffre: ‘Onwaarschijnlijk’

Volgens Giuffres advocaat David Boies zijn de beweringen over de eerdere schikking ‘simpelweg geen eerlijke beschrijving van wat gebeurd is’ en zijn de dagvaardingsdocumenten wel degelijk correct aan prins Andrew bezorgd. Ze werden ‘afgeleverd op het laatste gekende adres van de beklaagde’ en ook per post verstuurd.

De voorbije weken klonk het al dat de prins zich bewust schuilhoudt om de documenten niet te kunnen krijgen en zo aan het proces te ontsnappen. Kopieën van de papieren zouden ook naar zijn officieel e-mailadres verstuurd zijn, en naar zijn advocaten via e-mail en FedEx. Boies verklaarde in eerdere rechtbankdocumenten het onwaarschijnlijk te achten dat Andrew niet op de hoogte was van de zaak, zeker omdat ‘gerenommeerde media wereldwijd hebben bericht over het indienen van de klacht van de eiser, en honderden of wel duizenden artikels over deze rechtszaak gepubliceerd zijn’.

Rechter: ‘Tot essentie van zaak komen’

Rechter Lewis Kaplan zei dat een aanvraag is ingediend om de eerdere schikking openbaar te maken. De rechter beval Boies daarnaast alternatieve manieren te zoeken om de documenten te bezorgen, omdat de rechtbank pas bevoegd is om zich in de zaak uit te spreken als de prins er op gepaste wijze over is ingelicht.

De rechter waarschuwde Andrews advocaat Brettler dat er ‘een vrij hoge mate van zekerheid is dat prins Andrew vroeg of laat op gepaste wijze de documenten overhandigd krijgt’. Mogelijk kan de rechter de Britse autoriteiten om hulp vragen daarbij. Eens de prins officieel is ingelicht, moet hij reageren.

‘Laten we al de technische details weglaten en tot de essentie van de zaak komen’, besloot de rechter.

De volgende hoorzitting werd gepland voor 13 oktober. Na deze eerste telefonische zitting, zouden de advocaten daar persoonlijk moeten aantreden. Prins Andrew zelf kan wettelijk niet vanuit het Verenigd Koninkrijk uitgeleverd worden aan de VS voor een burgerlijke rechtszaak.