Uber loopt blauwtje voor Nederlandse rechter
Foto: Getty Images

Volgens een ­Nederlandse rechter zijn Uber­chauffeurs werknemers en ­hebben zij recht op de voordelen die daarbij horen.

Tegenslag voor Uber in Nederland: een rechter oordeelt er dat mensen die ritjes voor het bedrijf uitvoeren geen zelfstandigen zijn, maar werknemers.

Uber had het tegendeel proberen aan te tonen. Het stelde dat het alleen maar een app ter beschikking stelt die mensen met een auto koppelt aan mensen die een ritje zoeken. De chauffeurs kunnen dat volgens Uber doen wanneer ze willen, en hoeveel ze willen, waardoor er geen sprake zou zijn van een relatie werk­nemer-werkgever.

De rechters vegen die argumenten van tafel. De chauffeurs zijn volgens hen helemaal niet zo vrij als Uber beweert. Zo moeten ze de voorwaarden van het bedrijf accepteren om te app te kunnen gebruiken. Algoritmes bepalen welke ritten ze moeten uitvoeren, waardoor ze niet de rit kunnen kiezen die voor hen het lucratiefst zou zijn. Weigert de chauffeur tot driemaal toe een rit, dan wordt hij of zij automatisch uitgelogd.

Volgens de rechter komt dat ­allemaal neer op een ‘moderne gezagsverhouding’, waarbij technologie een indirect (vaak digitaal) controlerende invulling krijgt. Het mantra dat de chauffeurs zelfstandigen zouden zijn, is volgens de rechtbank iets wat ‘slechts op papier’ zo is, en het systeem ‘bevat in de feitelijke uitvoering alle kenmerken van een arbeidsovereenkomst’.

Het gevolg is dat alle Nederlandse Uber-chauffeurs voortaan onder de cao Taxivervoer vallen, met alle bepalingen die daarbij horen zoals loonbarema’s, ziekte­verlof of vakantiedagen. Chauffeurs kunnen door de uitspraak ook achterstallig loon ­eisen. De vakbond FNV, die de zaak aanspande, is verheugd over de uitspraak, die meteen in moet gaan. Uber liet al weten in beroep te zullen gaan.

Belgische zaak uitgesteld

Dat gevecht moet Uber in wel meer landen voeren, en lang niet altijd met succes. In het Verenigd Koninkrijk sleepte de strijd al ­jaren aan, tot het Britse hoog­gerechtshof eerder dit jaar finaal in het nadeel van Uber oordeelde. De 70.000 chauffeurs in het VK zijn er nu ‘workers’, met een minimumloon, betaalde vakantie­dagen en een pensioenplan. Uber lobbyt intussen actief bij Europa voor een ‘vernieuwing van de ­bestaande wettelijke kaders’, op maat van platformwerkers. Ook in Frankrijk verloor Uber al een dergelijke zaak.

In ons land loopt er ook een ­gelijkaardige rechtszaak tegen Uber, aangespannen door de ­Belgische taxifederatie FeBet. ­Begin dit jaar heeft het hof van beroep in Brussel twee prejudi­ciële vragen gesteld aan het Grondwettelijk Hof alvorens tot een vonnis te komen. Het is nog wachten op dat advies.

De Belgische taximaatschappijen voelen zich gesterkt in de Nederlandse uitspraak. ‘Het net sluit zich langzaam rond Uber’, tweette de taxivereniging GTL Taxi.