Salah Abdeslam kan het provoceren niet laten
Salah Abdeslam. Foto: Palix

Salah Abdeslam (31) vindt dat ook de slachtoffers in Syrië en Irak het woord moeten krijgen op het proces.

Salah Abdeslam heeft duidelijk gekozen om voluit gebruik te maken van het laatste podium dat hij nog krijgt. Hij mengde zich tijdens een technische ­discussie tussen het hof, het openbaar ministerie en de ­advocaten over wie zich op het proces over de aanslagen burgerlijke partij mag stellen. ‘Mogen de slachtoffers in Syrië en Irak hier ook het woord ­nemen? Er zijn nog andere slachtoffers dan diegenen die hier staan’, beet hij de rechtbank toe. Daarna veranderde hij van onderwerp. ‘Ik erken uw justitie niet, maar het vermoeden van onschuld wordt hier met de voeten getreden.’

De voorzitter probeerde hem tevergeefs het woord af te nemen, maar Abdeslam wilde van geen wijken weten. ‘Wees niet egoïstisch, meneer de voorzitter. Laat me uitspreken. In Molenbeek leven genereuze mensen. Er zijn behulpzame mensen zoals (medebeklaagden, red.) Hamza Attou, ­Mohammed Amri en Ali Oulkadi, die me een dienst bewezen hebben (Zij haalden Abdeslam de nacht van de aanslagen op in Parijs, red.). Die mensen zitten in de cel en hebben niets gedaan.’

Na herhaalde vergeefse oproepen van de voorzitter om te zwijgen, werd Abdeslams ­microfoon uitgeschakeld. ‘U hebt vijf jaar de tijd gehad om te spreken’, sneerde de voorzitter. ‘Nu hoor ik dat u wilt praten, maar het is er het moment niet voor.’ Het is al de tweede dag op rij dat Salah zich mengt in de debatten.

Op de rechtbank werd donderdag vooral gedebatteerd of, ­behalve de directe slachtoffers, ook andere niet direct betrokken partijen als de stad Parijs, de Bataclan en de onderaan­nemers van de Bataclan zich als slachtoffer mogen laten vertegenwoordigen. Ook mensen die in de buurt van de plaats van de aanslagen woonden, hebben zich als slacht­offer gemeld. Het openbaar ministerie wil die burgerlijke partijen niet aanvaarden.