Franstalige instroom student-artsen zoveelste druppel die de emmer doet overlopen
Elk jaar zouden zo’n 1.500 student-artsen aan de opleiding moeten beginnen, zo’n 1.000 aan Vlaamse kant en 500 aan de Franstalige. Foto: Flip Franssen/hh

Honderden studenten geneeskunde worden toegelaten na tweede zitperiode, ondanks federale quota.

In lijn met voorgaande beslissingen worden in de Franse Gemeenschap de artsenquota opnieuw overschreden. Dit jaar mogen meer dan 1.100 studenten aan de opleiding geneeskunde beginnen in de Franse Gemeenschap. Dat is meer dan het dubbele van het maximum toegelaten aantal van 505.

Het leidde tot wrevel onder kandidaat-artsen die hun jobonzekerheid zien toenemen. ‘Voor de zoveelste keer wordt een te groot aantal studenten toegelaten tot de opleiding geneeskunde, waarbij de federale wetgeving simpelweg genegeerd wordt door de Franse Gemeenschap’, zegt Jonas Brouwers, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor arts-specialisten in opleiding (VASO).

Communautair struikelpunt

De ongelijke instroom blijft een communautair struikelpunt in de regering. Elk jaar laat de Franse Gemeenschap meer studenten toe tot de opleiding (tand)arts dan Vlaanderen, ondanks de opgelegde quota door het federale niveau.

Daarom nam Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) zich voor om tegen het begin van 2022 een responsabiliseringsmechanisme uit te werken dat de Franstalige instroom zou moeten beperken (DS 24 juli), maar dat is nog niet klaar. Vandenbrouckes kabinet wenste vandaag niet te reageren op de cijfers.

Buitenlandse studenten

Intussen blijft het wachten op duidelijkheid. Een woordvoerder van Valérie Glatigny (MR), minister van Hoger Onderwijs in de Franse Gemeenschapsregering, verantwoordt de instroom door te wijzen op enkele ‘bijzonderheden’ van de studentenpopulatie, waaronder het grote aantal kandidaten uit Frankrijk. Zij zouden na hun studies terugkeren naar het land van herkomst. Een planningscommissie moet de noden van de gemeenschap in kaart brengen. Deze commissie zou bijgestaan worden door een‘interfederaal adviesorgaan’, zoals ook werd opgenomen in het regeerakkoord. Dit orgaan moet quota bepalen ‘afgestemd op de geobjectiveerde noden van elke gemeenschap’.

De Franse Gemeenschap organiseert sinds 2017 een toelatingsexamen. Vlaanderen doet dit al sinds 1997. Elk jaar zouden zo’n 1.500 studenten aan de opleiding moeten beginnen, zo’n 1.000 aan Vlaamse kant en 500 aan de Franstalige.

Nijpend probleem

Student-artsen vrezen later geen job te kunnen bemachtigen. Zij die wel een plaatsje als arts verkrijgen, zouden door het overaanbod aangemoedigd worden om meer onderzoeken per patiënt te laten uitvoeren, zegt Brouwers. ‘Je gaat artsen motiveren om meer onderzoeken te doen per patiënt als de taart kleiner wordt voor iedereen.’

Daarnaast bedreigt de toestroom de kwaliteit van de opleiding, zegt hij. Opleidingsonderdelen zoals stages, bedside teaching en blootstelling aan ziektebeelden worden moeilijker te organiseren voor een grotere groep mensen.

Dat probleem dreigt steeds groter te worden. Dit jaar brak het aantal kandidaten alle records: maar liefst 6.274 mensen hebben dit jaar minstens één keer de toelatingsproef gedaan. Dat is ook te wijten aan het grote aantal buitenlanders uit Nederland en Frankrijk dat deelneemt. De helft was ‘niet-ingezetene’.