Het openingsbod van Lalieux: vervroegd pensioen na 42 jaar, ambtenaren buiten schot
Foto: BELGA

Minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS) maakte vanochtend haar ‘openingsbod’ in de pensioenhervorming bekend. Tien jaar werken opent de deur naar een minimumpensioen, vervroegd stoppen kan na 42 gewerkte jaren. De ambtenarenpensioenen en de tweede pijler blijven buiten schot.

Maandenlang werd naar deze hervorming uitgekeken. Het betreft een openingsbod, de voorstellen zijn niet te nemen of te laten. Regering en sociale partners moeten de discussie nu voortzetten. Opmerkelijk, minister Lalieux stuurt flink wat potentiële hervormingen door naar de Nationale Pensioencommissie, een instelling waarin de sociale partners en de regering zijn vertegenwoordigd.

Lalieux bekijkt de hervorming in drie fasen. De eerste is achter de rug. De regering verhoogt gefaseerd het minimumpensioen dat tegen 2024 1.500 euro netto moet bedragen (voor mensen die 45 jaar hebben gewerkt). Ook verhoogde de regering het loonplafond met 2,58 procent (het bedrag waarop het pensioen wordt berekend). Ten slotte schafte de regering de correlatiecoëfficiënt voor de berekening van het zelfstandigenpensioen af.

42 jaar

De tweede fase heeft volgens de regering-De Croo een tweeledige doelstelling: ‘het herstel van de sociale rechtvaardigheid en de ondersteuning van de werkgelegenheid’.

Zoals bekend draait Vivaldi de hogere pensioenleeftijd (67 jaar voor wie vanaf 2030 met pensioen gaat) niet terug. Lalieux’ opmerkelijkste voorstel past de voorwaarde aan om vervroegd met pensioen te kunnen gaan. Ze wil de lat op 42 gewerkte jaren leggen, tegen 44 gewerkte jaren nu.

Het impliceert dat iemand die vanaf zijn achttiende aan de slag is, op zijn zestigste met pensioen kan gaan. De minister pakt naar eigen zeggen een sociale onrechtvaardigheid aan. De maatregel kan bovendien een elegant antwoord bieden op de discussie rond de zware beroepen. Die draaide in de regering-Michel volledig in de soep.

Tegelijkertijd stelt Lalieux twee incentives voor om toch langer aan de slag te blijven. Wie langer dan 42 jaar werkt, heeft recht op een pensioenbonus van twee euro bruto per dag gedurende maximum drie jaar (het geldt zowel voor werknemers, ambtenaren en zelfstandigen). Die bonus kan gedurende drie jaar worden opgebouwd. In dat geval verhoogt een pensioen van 1500 euro met 100 euro netto per maand.

Daarnaast introduceert ze het deeltijds pensioen. Het laat iedereen toe om deeltijds (een vijfde) of halftijds werken met een pensioen te combineren. Ook dan kan een bonus worden opgebouwd.

Minimumpensioen

Wie dertig jaar heeft gewerkt (inclusief gelijkgestelde periodes) heeft recht op een minimumpensioen. Lalieux vindt dat er van die dertig jaar tenminste tien jaar moet worden gewerkt, tegen gemiddeld 104 dagen per jaar. Op deze manier wordt ook studentenarbeid beter meegeteld. De liberalen spraken vorige week over tenminste 20 gewerkte jaren.

Lalieux voorziet ten slotte in een verlenging van de overgangsuitkering bij jonge weduwen of weduwnaars, waarbij de regeling wordt uitgebreid naar koppels met een samenlevingscontract.

Uitstel

De derde fase van de hervorming wordt gecommissioneerd in de Nationale Pensioenraad. Die moet zich onder meer buigen over de tweede pijler, het aanvullend pensioen dat werknemers via hun werkgever opbouwen. De regering wil dat systeem uitbreiden naar alle werkenden waarbij drie procent van het brutoloon moet worden opzijgezet.

De vrees bestond dat Lalieux het fiscale voordeel van de tweede pijler wilde aanpakken. Onderzoek leert dat een kleine groep mensen met het meeste geld aan de haal gaat. Lalieux wil een akkoord tussen de sociale partners (dat loopt tot 2023) respecteren. Ze blijft er wel bij dat de ‘excessen’ eruit moeten.

De Pensioencommissie moet zich ook buigen over een hogere vervangingsratio. Op dit moment dekt een pensioen tussen de 60 en de 70 procent van het laatst verdiende loon. Verder zal ze de familiale dimensie bestuderen. Het gaat om een moeilijke discussie: er wordt een oplossing gezocht voor het feit dat echtgescheidenen door een onvolledige carrière financieel in moeilijkheden kunnen komen. Daarbij wordt onder meer gedacht aan een pensioensplit.

Afstel

De plannen van de minister reppen met geen woord over een gelijkschakeling van de diverse pensioenstelsels (ambtenaren, werknemers, zelfstandigen). Dat was nochtans beloofd in het regeerakkoord, maar het voornemen haalde Lalieux’ beleidsplan niet. Diverse ambtenaren moeten minder lang werken dan werknemers voor een volledig pensioen dat veelal beter uitvalt. Voor Lalieux moeten de ambtenarenpensioenen juist de norm zijn.

Evenmin is er sprake van een solidariteitsbijdrage waarbij de hoogste pensioenen ietwat worden afgetopt ten voordele van de laagste pensioenen. Lalieux’ beleidsverklaring sprak op dit punt over een ‘versterking van de solidariteit’.

Volgens de minister zijn haar voorstellen (tweede fase) ‘budgetneutraal’, al hangt het af van de werkzaamheidsgraad (80 procent tegen 2030) of de rekening sluitend wordt. Het geld voor de eerste fase (1,3 miljard voor de verhoging van de minimumpensioenen) was al vrijgemaakt in het budget.