camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

portfolio irina rozovsky

Openbare intimiteit

Parken worden steeds meer politieke grond, zo lijkt het wel. In plain air van Irina Rozovsky is een lyrisch pleidooi voor het behoud van vrijheid en intimiteit.

zaterdag 4 september 2021 om 3.25 uur

Een zwarte man met kort geblondeerd haar zit ontspannen tegen een boom ­geleund, met tussen zijn benen een wit- en pastelbruinkleurige pitbull met de tong uit de muil, de oren in de lucht en de ogen gericht op iets schuins achter de fotograaf. Hij – de hond – ziet er ­gretig, maar geenszins gevaarlijk uit, de man houdt hem liefdevol in bedwang. De zomerse vooravond doet het tafereel baden in een gouden gloed en zachte sfeer, zelfs de donkere schaduw die het hoofd van de man op de stam van de boom werpt, oogt minzaam.

Onverwijld doet het beeld me denken aan Central Park, New York, vorig jaar eind mei, waar een zwarte man, een vogelspotter, een vrouw vroeg om haar hond aan de lijn te houden en haar na enige discussie begon te filmen. Waarop zij prompt de politie belde en beweerde dat ze door een Afro-Amerikaanse man werd bedreigd. Hoe dramatisch die ­leugen had kunnen aflopen, bleek twaalf uur later in Minneapolis, waar George Floyd een politieknie in zijn nek kreeg geduwd.

Een zwarte man, een blanke vrouw, een camera, een hond, een park: de ­elementen zijn dezelfde, maar de omstandigheden konden niet verder uiteenliggen. Dat ik de foto van Irina Rozovsky, gemaakt in Prospect Park in Brooklyn, zo makkelijk link aan het incident in Central Park, heeft alles te maken met de bijzondere eigenschappen van het park, als unieke setting in de samen­leving.

 

Het park was altijd een plek van rust en vrijheid, van vrije tijd en recreatie, waar mensen kwamen om te wandelen, te spelen of te bezinnen, om te ontspannen of te ontsnappen, waar vreemden ­elkaar konden ontmoeten op een bankje, waar eenlingen konden lezen, koppels onbezorgd hun liefde beleven en ­gezinnen picknicken. Waar iedereen vooral zichzelf kon zijn, in een intimiteit die op romantische wijze te liëren is aan de ­natuur.

Vanwege zijn openbare intimiteit is het park altijd heel aantrekkelijk geweest voor fotografen. Judith Joy Ross en Rineke Dijkstra maakten er bezielde ­portretten van kinderen en adolescenten. Diane Arbus vond er haar onder­werpen, Tod Papageorge maakte een boek met de paradijselijke titel Passing through Eden (2007). In de fotografie blijkt het park overdag een buitengewoon veilige omgeving, waar vertrouwen heerst en kwetsbaarheid wordt getoond. Wat het medium vooral duidelijk maakte, is dat het park zowat de laatste ­publieke private plek is.

De afgelopen jaren vormt het park steeds vaker het toneel van politieke ­actie. In datzelfde Prospect Park, in een zorgvuldig begrensde cirkel in het gras, stakt lgbti-activist David Buckel zichzelf in 2018 in brand, als statement tegen fossiele brandstoffen. Fotograaf Joel Sternfeld maakte er het pakkende boek Our loss (2019) over. Dichter bij huis vormde het Ter Kamerenbos afgelopen voorjaar het groene strijdperk waar de politie de confrontatie aanging met ­feestende coronademonstranten, en waar fotografen klassiek ogende veldslagtableaus wisten te schieten.

 

Niets van dat alles in het boek van Irina Rozovsky, waarin mensen, vrienden en families van elke kleur of achtergrond in het park ongestoord en vredevol bestaan in hoopvol licht. Waar ­glimlachen en blikken warm en oprecht zijn, gebaren menselijk en teder. Waar bomen en bladeren geborgenheid bieden, waar gevaar noch controle dreigt. De beelden zijn zonder meer idyllisch, maar tonen aan dat het nog kan. Als we het park verliezen, verliezen we intimiteit, lijkt Rozovsky te zeggen. En als we intimiteit verliezen, verliezen we onszelf en elkaar.

In plain air van Irina Rozovsky is uitgegeven bij Mack.

 

 

 

 

 

 

Niet te missen

LEES OOK

De podcasts van De Standaard

Niet te missen