Overzicht | Twintig jaar Afghanistan, vier presidenten
Afghaanse inwoners zwaaien naar Amerikaanse soldaten aan de luchthaven van Kaboel, op 22 augustus. Foto: JIM HUYLEBROEK/ NYT

Van 11 september 2001 tot 11 september 2021: sinds George W. Bush hebben drie Amerikaanse presidenten, twee Republikeinen en twee Democraten, zich het hoofd gebroken over de militaire situatie in Afghanistan.

George W. Bush (2001-2009)

De Republikein George W. Bush is Amerikaans president wanneer op 11 september 2001 – 9/11 – islamistische terroristen van Al Qaeda met gekaapte vliegtuigen de WTC-torens in New York doorboren en op het Pentagon in Washington D.C. crashten. Zo’n 3.000 mensen kwamen om het leven.

Vrijwel meteen kondigt Bush de zogenoemde ‘war on terror’ aan. Het Witte Huis identificeert Al Qaeda-leider Osama bin Laden als brein achter de aanslagen. Afghanistan is op dat moment de uitvalbasis van de islamistische terreurgroep. Bush vraagt het extremistische talibanregime om Bin Laden uit te leveren, maar de taliban – nochtans concurrenten van Al Qaeda – weigeren. Amper een week na 9/11 zet Bush zijn handtekening onder wetgeving die het mogelijk maakt om geweld te gebruiken tegen de daders van de terreuraanslagen. Op 7 oktober 2001 beginnen de VS en het Verenigd Koninkrijk met luchtaanvallen op doelwitten in Afghanistan. Ze winnen snel terrein op de taliban en Bin Laden vlucht naar Pakistan. Met steun van de VS en de Verenigde Naties wordt Hamid Karzai iets meer dan drie maanden na 9/11, op 22 december 2001, leider van de interimregering in Afghanistan.

In april 2002 roept Bush op tot de reconstructie van Afghanistan, naar het voorbeeld van het Marshall-plan waarmee de VS na de Tweede Wereldoorlog de heropbouw van Europa begeleidde. In 2003 gaat de Navo, met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad, naar Afghanistan om te werken aan de wederopbouw. Tijdens Bush’ regeerperiode, van 2001 tot 2009, geven de VS meer dan 38 miljard dollar uit aan humanitaire hulp en steun bij de reconstructie van Afghanistan.

De Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld kondigde in mei 2003 in Kaboel aan dat de belangrijkste gevechtsoperaties in Afghanistan afgelopen waren, maar daarmee was de oorlog in Afghanistan nog niet op zijn einde. De dreiging van gewapende milities blijft bestaan. In 2006 vinden 139 zelfmoordaanslagen plaats in Afghanistan, zo’n vijf keer meer dan in het jaar ervoor.

Barack Obama (2009-2017)

De Democratische opvolger van George W. Bush kondigt in 2009 de zogenoemde ‘surge’ aan, een versterking van het militaire offensief in Afghanistan als antwoord op de aanhoudende aanslagen van de taliban en andere gewapende milities. Obama stuurt 30.000 extra soldaten naar het land, in 2010 zijn er meer dan 100.000 Amerikaanse soldaten actief. Toenmalig vicepresident Joe Biden was fel gekant tegen die ‘surge’.

Voor het eerst sinds 2001 bepaalt Obama ook een horizon voor het einde van de Amerikaanse aanwezigheid in Afghanistan: vanaf juli 2011 zouden de troepen het land moeten verlaten, te beginnen met de extra troepen die hij in 2009 gestuurd had, en zullen de Afghanen zelf verantwoordelijk moeten worden voor de veiligheid in hun land. De Navo prikken het eind van 2014 als datum voor de volledige overdracht van de veiligheidsoperaties aan het Afghaanse leger.

Op 2 mei 2011, bijna tien jaar na 9/11, maakt Obama af waar zijn voorganger niet in slaagde: Amerikaanse special forces doden Al Qaeda-brein Osama bin Laden in zijn schuilplaats in Pakistan. In 2013 neemt het Afghaanse leger de militaire en veiligheidsoperaties van de Navo over, Obama kondigt een tijdlijn aan voor de uittocht van de Amerikaanse troepen. Na 31 december 2014 blijven er nog een kleine 10.000 Amerikaanse soldaten over, die vooral instaan voor de opleiding van Afghaanse militairen en operaties tegen de laatste overblijfselen van Al Qaeda.

• Tijdlijn | Van internationale aanwezigheid tot terugtrekking

Donald Trump (2017-2021)

Een van de verkiezingsbeloftes van de Republikein Donald Trump was dat hij alle Amerikaanse troepen definitief zou terugtrekken uit de onpopulaire oorlog in Afghanistan. Maar in augustus 2017 zei hij nog dat hij wou blijven inzetten op de militaire aanwezigheid van de VS, om een machtsvacuüm voor potentiële terroristische bewegingen te vermijden. In tegenstelling tot zijn voorganger, wou Trump geen ‘arbitraire tijdlijnen’ opleggen voor een uittocht, maar alle beslissingen baseren op de toestand op het terrein.

In 2018 begon Trump met de taliban te onderhandelen, zonder daarbij de Afghaanse regering te betrekken. In december 2018 kondigde hij aan dat hij 7.000 Amerikaanse soldaten zou weghalen uit het land, hoewel de eerste helft van dat jaar volgens de VN de dodelijkste periode in de hele oorlog was, met 1.692 burgerdoden. De voorwaarde voor die uittocht was dat de taliban gevangenen zouden vrijlaten, hun verbanden met Al Qaeda en IS verbreken, en minder aanslagen zouden plegen.

In februari 2020 tekenden de VS en de taliban een zogenoemd ‘Pad naar vrede’, dat de weg effende voor een serieuze vermindering van de Amerikaanse troepen in Afghanistan en waarbij de taliban garandeerde dat ze niet zouden toelaten dat Afghanistan gebruikt zou worden als uitvalsbasis voor terroristische activiteiten. Volgens dat akkoord zouden alle Amerikaanse troepen tegen 1 mei 2021 weg moeten zijn uit Afghanistan.

Pas in september 2020 werd de Afghaanse regering betrokken bij de onderhandelingen met de taliban in Doha, Qatar.

Joe Biden (2021- )

Trumps deadline van 1 mei blijkt onhaalbaar, maar zijn Democratische opvolger Joe Biden is vastbesloten om de volledige uittocht van het Amerikaanse leger in Afghanistan nog tijdens het eerste jaar van zijn presidentschap te realiseren. Hij stelt de symbolische datum van 11 september 2021 voorop, precies 20 jaar na de terreuraanslagen die het startpunt van de Afghaanse oorlog betekende. In tegenstelling tot Trump, verbindt Biden geen voorwaarden aan de terugtrekking.

Op dat moment zijn er nog 2.500 Amerikaanse militairen aanwezig in Afghanistan, ook de 7.000 manschappen van de Navo-bondgenoten zouden tegen 11 september weg moeten zijn. Die moeten weg, ongeacht de toestand op het terrein of de stand van de onderhandelingen met de taliban. Daarmee wil Biden een einde maken aan de ‘eeuwige oorlog in Afghanistan.

Vanaf juli zijn de taliban begonnen aan een heuse blitzkrieg, intussen hebben ze Afghanistan opnieuw in handen. Het komt Biden, die de Afghaanse oorlog tijdens zijn presidentschap wou zien eindigen, duur te staan. ‘President Biden zal, terecht of onterecht, de geschiedenis ingaan als de president die toezag op een vernederende slotakte in het Amerikaanse experiment in Afghanistan’, concludeerde The New York Times.