Telewerkers vrezen promotie mis te lopen

Sinds het verplicht telewerken eind juni op de schop ging, zitten heel wat kantoren weer een stuk voller. Toch zijn velen die kunnen telewerken, dat ook vrijwillig blijven doen. Creëert dat op de langere termijn een tweedeling op de kantoorvloer tussen de ‘huis­mussen’ en de ‘vergadertijgers’?

Onderzoek van de vakgroep economie van de Universiteit Gent suggereert van wel. ‘Uit verschillende bevragingen sinds de ­coronacrisis komt naar voren dat zowat de helft van de thuiswerkers van zichzelf vindt dat ze ­efficiënter en geconcentreerder werken’, zegt arbeidseconoom Stijn Baert. ‘Ze vinden zichzelf dus productiever. Toch vrezen ze dat ze minder snel een promotie ­zullen krijgen of aan opleidingen mogen deelnemen dan ­collega’s die zich nog wel regel­matig laten zien op de werkvloer.’ Dat is opvallend, want ook zes op de tien werk­gevers vinden dat ­telewerkers ­efficiënter zijn.

Die opvallende bevinding strookt met onderzoek van de ­universiteit van Stanford uit 2015, lang voor corona. Onderzoekers wezen willekeurige medewerkers van een reisbureau in Shanghai aan om negen maanden lang van thuis te werken. Hoewel ze 13 procent productiever bleken dan hun collega’s op de werkvloer, halveerde hun kans op promotie. Dat zou uiteindelijk wel eens nadelig kunnen zijn voor de carrièrekansen van vrouwen. Baert: ‘Vrouwen ­kiezen iets sneller voor thuiswerk, omdat ze zo werk en privé makkelijker kunnen combineren. Ook in Vlaanderen heeft telewerk meer vrouwelijke fans, blijkt uit ons ­onderzoek.’

Zijn er dan helemaal geen ­nadelen voor verstokte kantoor­gangers? In de Volkskrant zegt hoogleraar arbeidseconomie Joop Schippers (Universiteit Utrecht) dat wie trouw naar de werkplek gaat, vaker een ‘rotklusje’ in handen gedrukt zal krijgen.