‘Vlaanderen legt eigen pandemievoorraad mondmaskers aan’
Wouter Beke. Foto: ISOPIX

De Vlaamse regering legt een eigen voorraad beschermingsmateriaal aan, om bij een volgende pandemie niet nog eens met lege handen te staan. Dat schrijven dagbladen Het Laatste Nieuws en De Morgen maandag.

In 2018 verliep de houdbaarheidsdatum van een partij van zo’n 63 miljoen mondmaskers en de federale regering liet destijds na om deze voorraad aan te vullen. Dit leidde er in de eerste maanden van de coronapandemie toe dat het dragen van een mondmasker lange tijd niet werd aanbevolen of verplicht. De Vlaamse regering heeft toen beslist om zelf mondmaskers en ander beschermingsmateriaal te kopen om tekorten in de toekomst te voorkomen.

De regering-Jambon betonneert nu dat Vlaanderen zelf in beschermingsmateriaal voorziet en legt voortaan een strategische voorraad aan. Sinds de start van de coronapandemie zou Vlaanderen voor ongeveer 42 miljoen euro aan beschermingsmateriaal gekocht hebben, waarvan zeker 30,1 miljoen aan mondmaskers, zo weten de kranten. Het gaat om 16 miljoen chirurgische mondmaskers, 2,25 miljoen FFP2-maskers, 7,5 miljoen handschoenen en 750.000 schorten.

Piekmaand

Voor het bepalen van die aantallen is gekeken naar de piekmaand in de coronacrisis. Voor handgels bestaat er voldoende binnenlandse productie, onder meer dankzij de jeneverbrouwers, waardoor een noodvoorraad niet nodig is. Bovendien is dat een zeer brandbaar product, waardoor opslag moeilijker is. Dat kost de Vlaamse regering de komende tien jaar alvast 15 miljoen euro.

Vlaams minister Wouter Beke (CD&V) en Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) maken zich sterk dat ze de vervaldatum van de stock in de gaten zullen houden en het beschermingsmateriaal op basis van die datum zullen vervangen. Daarbovenop worden de Vlaamse zorg- en welzijnsvoorzieningen verplicht een noodvoorraad aan te houden van drie maanden. Hiervoor krijgen ze een extra vergoeding krijgen.

Compensaties

Voor de uitgaven die ze hebben moeten doen omwille van de pandemie krijgen de zorg- en welzijnsvoorzieningen meer dan 15 miljoen euro aan compensaties. Voor de residentiële instellingen gaat het om een forfaitaire vergoeding van 10 miljoen voor de kosten die ze maken voor het aanleggen van een strategische stock aan beschermingsmateriaal. De niet-residentiële instellingen krijgen een bedrag van 5 miljoen euro voor bijkomende werkingskosten en aankopen om de zorg te kunnen verder zetten onder veilige omstandigheden. Het gaat dan bijvoorbeeld over aanpassingen aan de infrastructuur van de zorginstelling.

’Vlaanderen neemt zijn verantwoordelijkheid door de nodige voorraden strategische beschermingsmaterialen aan te leggen en de bruikbaarheid ervan permanent te monitoren. We spelen daarbij op zeker en leveren daarvoor de nodige budgettaire inspanningen, opdat we de werknemers in onze Vlaamse zorg- en welzijnsinstellingen kunnen voorzien van het noodzakelijke materiaal in tijden van crisis’, zegt minister-president Jan Jambon.

’Onze Vlaamse zorg- en welzijnsinstellingen hebben tijdens de coronacrisis het beste van zichzelf gegeven in uiterst moeilijke en onuitgegeven omstandigheden. Deze uitgaven zijn dan ook noodzakelijk geweest om de dagelijkse werking verder te zetten’, aldus nog minister Beke.