Dodelijk marburgvirus duikt voor het eerst op in West-Afrika
Een verlaten mijn in Oeganda huisvest onder meer de nijlroezet. Foto: AFP

In het West-Afrikaanse land Guinee is een man overleden aan het marburgvirus, dat grote gelijkenissen vertoont met het ebolavirus. Het gaat om het eerste geval ooit in West-Afrika, zo maakte de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) maandagavond bekend.

De eerste vaststellingen ter plaatse werden intussen bevestigd door het Pasteur-instituut in de Senegalese hoofdstad Dakar. Nu is het vooral zaak om de contacten van de patiënt op te sporen. Het indammen van de uitbraak wordt sowieso bemoeilijkt door de gelijktijdige strijd tegen het coronavirus.

Wat is het marburgvirus?

Het marburgvirus is een zeldzame, maar zeer besmettelijke ziekteverwekker. De ziekte is een zoönose die al werd aangetroffen bij bepaalde soorten apen en vleermuizen.

Het virus is net als de veroorzaker van ebola een filovirus. Ook de symptomen zijn gelijkaardig. Patiënten ervaren hoge koorts, hevig braken, hoofdpijn, spierpijn en bloed in de ontlasting. Afhankelijk van de variant van het virus en de behandeling van de patiënt bleek de ziekte bij vorige uitbraken in 24 tot 88 procent van de gevallen dodelijk.

Waarom is het zo uitzonderlijk dat de ziekte opduikt in West-Afrika?

Tot nog toe zijn sinds de ontdekking van het virus in 1967 slechts twaalf uitbraken vastgesteld, voornamelijk in het oosten en midden van Afrika. In 2009 is de aanwezigheid van het virus vastgesteld in vleerhonden van de soort nijlroezet (Rousettus aegyptiacus). Die soort komt niet alleen in Egypte voor, ook in het midden en het oosten van het Afrikaanse continent vind je ze. In het westen van Afrika duiken ze amper op, maar in Guinee leven ze ook. Mogelijk hebben zij het virus tot bij de patiënt gebracht.

Ook ebola kan overgedragen worden door vleerhonden. De marburgbesmetting dook op amper twee maanden nadat er een einde kwam aan een ebola-uitbraak in Guinee.

Kan het virus tot bij ons in Europa reizen?

In 1967 reisde het virus ongemerkt mee vanuit Oeganda met enkele groene meerkatten, een soort apen, die toen voor ander onderzoek naar een Duits labo werden gebracht. Na contact met de apen zijn verschillende laboratoriummedewerkers ziek geworden. Het virus werd toen voor het eerst geïsoleerd en genoemd naar de Duitse stad waar het labo gelegen was: Marburg. In totaal raakten 31 mensen besmet, zeven van hen overleden.

In 2008 overleed een Nederlandse toeriste aan de ziekte nadat ze in Oeganda een grot met vleermuizen had bezocht. Voor het IJzeren Gordijn verdween, zou de Sovjetregering gewerkt hebben aan een project voor biologische oorlogsvoering op basis van het virus. Daarbij raakte naar verluidt één wetenschapper besmet.

Wat valt er tegen de ziekte te doen?

Een vaccin bestaat er niet. Het belangrijkst is om de patiënten zo snel mogelijk te isoleren en alle mensen op te sporen met wie ze contact hebben gehad om verdere verspreiding tegen te gaan. Overdracht van het virus gebeurt - ook weer zoals bij ebola - voornamelijk via lichaamsvocht.

De Wereldgezondheidsorganisatie WHO werkt samen met de autoriteiten in het West-Afrikaanse land Guinee om zorgen dat de uiterst besmettelijke ziekte zich niet verder verspreid.

‘We moeten het virus tegenhouden voor het zich kan verspreiden’, vertelde Matshidiso Moeti, directeur van de Afrikaanse afdeling van het WHO, in de Britse krant The Guardian. ‘We zorgen er samen voor dat de ervaring en expertise die Guinee heeft opgedaan tijdens de bestrijding van de ebola-uitbraak ingezet wordt om het gevaar snel uit te schakelen.’

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig