Tijdens de eerste hoorzitting voor het Amerikaanse Congres over het geweld op 6 januari zei een agent dat hij vreesde die dag te sterven.

In de Amerikaanse hoofdstad Washington heeft gisteren de eerste hoorzitting plaatsgevonden van de parlementscommissie die het geweld van 6 januari onderzoekt. Die dag bestormde een meute Trump-aanhangers het Capitool, om hun ongenoegen te uiten over het verkiezingsresultaat. Ze pikten het niet dat de Democraat Joe Biden gewonnen had, en vonden dat die verkiezing gestolen was. Bij die bestorming vielen vijf doden, onder wie één politieagent. Zeker 535 oproerkraaiers zijn sindsdien ge­arresteerd, maar slechts een paar betrokkenen zijn ook veroordeeld.

Donald Trump werd geïmpeacht wegens de rol die hij die dag had gespeeld, maar daarna werd hij door zijn Republikeinse partijgenoten vrijgesproken. Die hebben zich ook verzet tegen een onafhankelijke onderzoekscommissie die de gebeurtenissen van die noodlottige dag grondig onder de loep zou nemen, zoals na de terreuraanslagen van 11 september 2001.

Daarom probeert een commissie van het Huis alsnog antwoorden te vinden. Die bestaat haast uitsluitend uit Democraten, omdat slechts twee Republikeinen – Liz Cheney en Adam Kinzinger – ­besloten het werk van de commissie te steunen.

Gisteren getuigden politieagenten over wat ze die dag hadden meegemaakt. ‘Dit is hoe ik aan mijn einde kom’, dacht agent Aquilino Gonell die dag, vertelde hij de parlementsleden. De omgeving rond het Capitool zag er toen volgens hem uit als ‘een middeleeuws slagveld’. Agent Harry Dunn zei dat hij racistische verwijten kreeg. Dat was hem nog nooit eerder overkomen wanneer hij zijn uniform droeg.