Geen opschorting van nieuwe eindtermen secundair onderwijs
Foto: BELGA

Het Grondwettelijk Hof verwerpt de vorderingen tot schorsing van de nieuwe eindtermen voor de tweede en derde graad secundair onderwijs. Voorlopig blijven de eindtermen dus overeind. ‘Ik ben blij dat er geen onrust is’, zegt minister Weyts.

Er komt geen schorsing van de nieuwe eindtermen voor het secundair onderwijs. Het Katholiek Onderwijs Vlaanderen drong vorig jaar aan op het versoberen van die eindtermen. Die zouden te uitgebreid en te ­gedetailleerd zijn en daardoor de vrijheid van onderwijs beknotten. Maar die oproep bleef zonder ­resultaat. Daarom werd in mei een verzoekschrift overgemaakt aan het Grondwettelijk Hof om de schorsing en vernietiging van de nieuwe eindtermen te vragen. De oudervereniging VCOV, diverse ­ouders en 113 school­besturen sloten zich daarbij aan.

Ook de Federatie van Rudolf Steinerscholen in Vlaanderen sloot zich aan. Het Hof oordeelde nu dat de vraag om de eindtermen te schorsen niet terecht is. Er is volgens het Hof niet aangetoond dat de onmiddellijke toepassing van de eindtermen een moeilijk te herstellen nadeel oplevert. De nadelen van die toepassing wegen volgens het Hof bovendien niet op tegen de nadelen van een schorsing voor het hele onderwijsveld. Later zal het Hof wel nog een uitspraak doen over de vraag tot vernietiging van de eindtermen.

Met de eindtermen legt de overheid vast wat leerlingen minimaal moeten kennen en kunnen. De nieuwe eindtermen zijn vanaf 1 september van kracht in het derde jaar van het secundair onderwijs.

‘Nu genieten van rust na zwaar jaar’

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) reageert tevreden. Hij had naar eigen zeggen altijd vertrouwen in ‘de goede afloop van deze schorsingsprocedure’. ‘De nieuwe eindtermen zijn immers een werkstuk van het onderwijsveld zelf, van leerkrachten, koepels en experten’, zegt de minister aan Belga. Hij wijst er nog eens op dat de eindtermen in het Vlaams Parlement werden goedgekeurd zonder één tegenstem.

‘Het gaat inderdaad om ambitieuze eindtermen, die de lat hoger leggen omdat we zo bezorgd zijn over de neergaande onderwijskwaliteit. Maar ik heb altijd gezegd dat deze eindtermen niet in marmer gebeiteld staan’, zegt Weyts. ‘Ten eerste hebben we een Praktijkcommissie opgericht, die op het terrein zal nagaan of het op de klasvloer allemaal haalbaar en werkbaar blijft. We zullen, waar nodig, bijsturen. Ten tweede voorzien we een gedoogperiode, waarin de Onderwijsinspectie ruimte laat om de eindtermen rustig in te voeren. Zo zorgen we ervoor dat de eindtermen ambitieuzer worden, maar dat de scholen en leerkrachten zich geleidelijk kunnen aanpassen, zonder grote schokken.’

‘Ik ben in ieder geval blij dat de schoolteams nu kunnen genieten van een beetje welverdiende rust na een zeer zwaar jaar, en dat er geen sprake kan zijn van onrust.’