Lockdown van voorjaar 2020 ongrondwettelijk verklaard in Spanje
Foto: EPA-EFE

De lockdown die in het voorjaar van 2020 wegens de coronapandemie werd ingevoerd in Spanje, was ongrondwettelijk. Zo heeft het hoogste gerechtshof van het land woensdag geoordeeld. De maatregel van de Spaanse regering was juridisch niet correct onderbouwd.

Het Grondwettelijk Hof boog zich over de lockdown nadat de extreemrechtse partij Vox de maatregel had aangevochten. De rechters beslisten woensdag met een nipte meerderheid - zes stemmen tegen vijf - dat de wet van 14 maart 2020 over de sanitaire noodtoestand ‘ongrondwettelijk en nietig’ was.

De rechtbank sprak zich niet uit over de maatregelen op zich, maar wel over het gekozen wettelijke mechanisme. Met de wet werden namelijk fundamentele rechten van de burgers beperkt, waardoor de regering de uitzonderingstoestand had moeten uitroepen, waarvoor een voorafgaande goedkeuring van het parlement nodig is. De regering van de socialistische premier Pedro Sanchez had in plaats daarvan gebruikgemaakt van een sanitaire noodtoestand, zonder het groen licht van het parlement af te wachten.

Intrekken van boetes

Het Hof verwees onder meer naar de bepaling die stelde dat de Spanjaarden enkel hun woning mochten verlaten om essentiële redenen, zoals boodschappen doen, medicijnen halen, naar het werk gaan en het krijgen of verlenen van een medische behandeling.

De beslissing van het Grondwettelijk Hof kan mogelijk leiden tot het intrekken van de boetes die werden uitgeschreven voor het overtreden van de lockdown-regels.

Na de invoering van sanitaire noodtoestand in het voorjaar van 2020, werd de maatregel telkens voor een periode van veertien dagen verlengd door het parlement. In totaal bleef de maatregel 98 dagen van kracht. Tussen oktober 2020 en mei 2021 werd de sanitaire noodtoestand opnieuw ingevoerd, maar dan zonder strikt verbod op niet-essentiële verplaatsingen.