Enorme hoeveelheden neerslag op komst: ‘Niet het moment om te kamperen’
Foto: BELGA

De komende dagen wordt heel veel regen verwacht in ons land. Op sommige plaatsen kan het om enorme hoeveelheden gaan. Het KMI kondigt code oranje af voor het (zuid)oosten van het land.

Van vandaag tot en met donderdag verwacht het KMI enorme hoeveelheden neerslag. ‘Vooral in het (zuid)oostelijke landshelft zal veel regen vallen’, zegt hoofd weersvoorspellingen van het KMI David Dehenauw. Het KMI heeft voor de provincies Limburg, Luik, Luxemburg en Namen code oranje afgekondigd. ‘Ik raad het sterk af om daar op kamp te gaan’, reageert Dehenauw op de vele jeugdkampen die er doorgaan.

Volgens Dehenauw zal de neerslag zich van donderdag op vrijdag het hardst laten voelen. ‘Tegen vrijdagochtend voorspellen onze kaarten in het uiterste oosten van ons land een totaal van 100 tot 150 liter. Dat kan in de realiteit wat anders zijn, maar als we de 200 liter bereiken is dat een vierde van de totale jaarneerslag’, zegt Dehenauw.

De provincie Vlaams-Brabant krijgt van het KMI code geel en West-Vlaanderen zal de hevige neerslag in de rest van het land het minst voelen.

Jeugdkampen

‘Wij hebben niet meteen extra maatregelen genomen met het oog op het aangekondigde noodweer’, zegt de woordvoerder van Chirojeugd Vlaanderen Niels De Ceulaer op Radio 1. ‘Wel hebben we de kampleiders enkele tips gegeven. Zo raden we hen aan goed te kijken hoe het terrein afhelt, zodat ze weten in welke richting het water zal stromen’, aldus de Ceulaer.

‘Ook raden we hen aan om eventueel greppels rond de tenten te graven, zodat die droog blijven. Dat kan natuurlijk alleen maar als de eigenaar van het terrein daar toestemming voor geeft. Ook is het belangrijk dat ze nadenken over een evacuatieruimte, waar ze iedereen veilig kunnen onderbrengen als er echt wateroverlast dreigt.’

Ook bij Scouts en Gidsen Vlaanderen hebben ze de groepen die op kamp zijn gewaarschuwd voor het noodweer. Dat zegt ook Jan Van Reusel aan Radio 1. ‘Al onze kampleiders hebben een sms gekregen waarin we hen vragen de activiteiten aan te passen en geen verre tochten te organiseren. Ook vragen we hen het materiaal en het terrein te beveiligen, zodat er niets kan wegvliegen of wegdrijven. Het is ook belangrijk dat ze op voorhand een schuilplaats kiezen, en goed overleggen met lokale besturen.’