Spoorbonden wijzen voorstel sociaal akkoord af
De coronacrisis heeft de NMBS hard getroffen. Foto: MH

Het laatste sociaal akkoord bij de spoorwegen dateert al van de periode 2016-2018. De bonden willen meer middelen voor het personeel, maar de financiële situatie van de NMBS en Infrabel staat zwaar onder druk door corona.

De vakbonden hebben het voorstel van de directie voor een nieuw sociaal akkoord bij de Belgische spoorbedrijven NMBS en Infrabel gisteravond afgewezen. ‘We hebben gevraagd om tegen 8 september met een nieuw voorstel komen’, zegt Ludo Sempels van de socialistische spoorbond. ‘Daarbij willen we verbeteringen zien op drie punten: tewerkstelling, koopkracht en welzijn op het werk.’ Zo willen de bonden meer operationeel personeel aanwerven. ‘Sinds 2015 moeten we het met ruwweg 5.000 mensen minder doen, terwijl het aantal treinen is toegenomen’, zegt Sempels.

Zo’n sociaal akkoord, dat voor de periode 2021-2022 zou gelden, moet de sociale vrede bij de spoorwegen bewaren. Maar de laatste keer dat de directie en de spoorbonden elkaar konden vinden, dateert ondertussen al van de periode 2016-2018. Dat akkoord is bovendien nooit formeel ondertekend, en leidde tot stakingen, omdat vakantiedagen voor het spoorpersoneel werden geschrapt.

Struikelblokken

In het nieuwe voorstel probeerde de directie van HR-rail, dat verantwoordelijk is voor het personeelsbeleid van de spoorwegen, deze keer zo veel mogelijk grote struikelblokken te vermijden. Toen de onderhandelingen in 2019 begonnen, wilden de spoorwegen voor nieuwe rekruteringen nog van een 36- naar een 38-urenweek evolueren, omdat uit internationale vergelijkingen was gebleken dat de Belgische spoorwegen qua productieve dagen achterlopen op buitenlandse spoor- en overheidsbedrijven. Maar dat idee werd afgeketst, en in het nieuwe voorstel is er geen sprake meer van.

Bovendien heeft de coronacrisis de context helemaal overhoop gegooid. Het virus heeft een diepe krater in de inkomsten geslagen van de NMBS en Infrabel, en tot op vandaag rijden de treinen nog steeds op een halve bezetting tegenover 2019. Dat maakt dat er volgens de spoordirectie niet veel ruimte en middelen zijn voor toegevingen aan het personeel.

‘Beloning voor hard werk’

De bonden zeggen de moeilijke financiële situatie te begrijpen, maar zien het toch anders. Zij wijzen erop dat het spoorpersoneel door de crisis heen steeds is blijven werken in ‘moeilijke omstandigheden’. ‘Ik denk dat het personeel genoeg inspanningen heeft geleverd de voorbije jaren. Dat is wel een beloning waard’, aldus Marc Lauwers van de liberale spoorbond tegenover Belga.

Het njet van de bonden betekent niet dat de onderhandelingen worden stopgezet, beklemtonen de bonden. En ook acties zijn niet aan de orde, aldus Sempels van de socialistische vakbond.