De weg naar zero-uitstoot: hoe pakt Brussel het aan?
Foto: ROBIN UTRECHT

Dieselwagens verdwijnen gradueel uit het stadsbeeld tegen 2030, benzinewagens tegen 2035. Die uitfasering komt bovenop de LEZ die in 2018 werd ingevoerd en de meest vervuilende wagens al bant uit het gewest.

De ban wordt gefaseerd ingevoerd door stelselmatig recentere motorversies uit de LEZ te bannen, naar gelang de beschikbare alternatieven op de markt. Zo wordt de diesel Euro 6d vanaf 2028 verboden, en benzine of hybride Euro 6d vanaf 2033. Brusselaars die onlangs een recente dieselwagen kochten, moeten die dus ten laatste over achtenhalf jaar weg doen.

Ook motoren, scooters, CNG- en LPG-wagens en plug-in hybrides vallen onder een gelijkaardig uitdoofschema. De regering wil daarmee een shift naar semi-duurzame oplossingen te vermijden. Vrachtwagens en zware bestelwagens krijgen nog even respijt, omdat de elektrische aandrijving voor zwaar vervoer over lange afstanden nog niet voldoende op punt staat. Ze zullen wel de laatste euronormen moeten volgen. Dat is met de huidige LEZ-regeling nog niet het geval. Dezelfde regeling geldt voor reisbussen. De bussen voor het openbaar vervoer zullen wel emissievrij moeten zijn tegen 2036. Dat is drie jaar eerder dan aanvankelijk voorzien.

Flankerende maatregelen

Ook taxi’s krijgen geen uitzondering – het Brusselse klimaatplan voorzag al dat vanaf 2025 geen nieuwe taxi’s met verbrandingsmotoren meer worden ingeschreven. Ten laatste in 2035 rijdt dus elke Brusselse taxi fossiel-vrij. Met de sector wordt wel gesproken over flankerende maatregelen. Ook aanbieders van deelwagens en kmo’s zullen financieel begeleid worden bij de omschakeling van hun vloot.

Burgers zullen een beroep kunnen doen op de Brussel’Air-premie voor vervoersalternatieven, waarvan het budget verviervoudigd werd. Ook de budgetten voor openbaar vervoer worden de komende jaren fors opgetrokken. In 2021 pompt het gewest 1 miljard euro in bus, tram en metro.