Belgische rederij CMB vrijgesproken van sloop zeeschip
Elk jaar worden wereldwijd zo’n duizend zeeschepen gesloopt. Heel vaak gebeurt dat in Bangladesh, zoals hier in Chittagong. Foto: getty

De Belgische rederij CMB en haar dochterbedrijf Bocimar hebben geen milieumisdrijf gepleegd toen ze in 2016 het zeeschip Mineral Water als schroot lieten ontmantelen in Bangladesh. Dat oordeelt de correctionele rechtbank in Antwerpen.

Naar de uitspraak van de Antwerpse rechtbank van eerste aanleg werd met spanning uitgekeken. Een veroordeling van CMB en Bocimar zou een belangrijk precedent scheppen in de toepassing van de Europese milieurechten in de scheepvaart.

Volgens de ngo Shipbreaking Platform, een internationale coalitie van mensenrechten- en milieuorganisaties, overtrad CMB die milieuregels door het zeeschip Mineral Water in 2016 via een ingewikkelde juridische constructie (en uitvlagging naar het belastingparadijs Niue, een eilandje in Polynesië) op het strand van Chittagong, in Bangladesh, te laten slopen.

De ngo diende een klacht in en het openbaar ministerie bouwde een dossier op tegen CMB en Bocimar. Dat leidde tot een rechtszaak in Antwerpen, wegens het omzeilen van de Europese regels op het slopen van schepen. De aanklager omschreef het motief van de Antwerpse rederij als ‘louter winstmaximalisatie’.

Volgens het openbaar ministerie was een veroordeling door een Belgische rechtbank aangewezen omdat de beslissingen werden genomen in Antwerpen, waar CMB zijn hoofdkantoor heeft, en omdat de Mineral Water was geregistreerd onder Belgische vlag.

Maar CMB, dat gecontroleerd wordt door de redersfamilie Saverys, heeft die stelling altijd betwist. In 2016 waren de Europese milieuregels volgens de advocaten van CMB niet van toepassing op de Mineral Water omdat het Belgische bulkschip zich op het moment van de beslissing om het uit de vaart te halen niet in Europese wateren bevond. Met andere woorden: de vlag en de plaats van beslissing bepaalden destijds niet welke Europese milieuregels van toepassing waren: wel de locatie van het schip.

Bovendien dekte de toenmalige Europese wetgeving volgens de verdediging in 2016 nog niet alle situaties: pas in 2019 trad een Europese verordening in werking die expliciet vermeldde dat alle schepen onder Europese vlag onder de strenge sloopregels vallen. En ook van bewuste misleiding door CMB is volgens de advocaten geen sprake.

De rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen is de versie van de verdediging gevolgd. Vanochtend sprak de rechtbank de beklaagden (CMB en Bocimar en een aantal managers van de twee bedrijven) over de hele lijn vrij.

Een van de advocaten van CMB, Tom Bauwens van het kantoor Eubelius, had het vanmorgen vlak na de uitspraak in een eerste reactie over ‘een terechte beslissing’.