camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

reportage Gardenia

‘Je moet op de barricaden staan, maar dat kan toch ook een beetje happy?’

Gardenia, de onverwachte theaterhit die wereldwijd harten veroverde, komt na negen jaar terug. De travestieten en transseksuelen op scène zijn ondertussen zeventigers. Het lijf is verouderd, de tijdgeest veranderd. ‘In mijn tijd werd je uitgekotst door de maatschappij. Maar ik ben toch niet doodgegaan?’

Door Filip Tielens Foto’s Fred Debrock

zaterdag 26 juni 2021 om 3.25 uur

Richard Dierick, Vanessa Van Durme en Gerrit Becker ruilen het maatpak voor de divajurk.  

 

De repetitiestudio van Les ­Ballets C de la B, begin deze week. De cast en crew van Gardenia maken zich klaar voor een van de laatste try-outs voor de avant-première op het Festival de ­Marseille. ‘Daarom zijn de meeste ­scènes vandaag in het Frans’, verontschuldigen regisseurs Alain Platel en Frank Van Laecke zich. ‘We hebben ook een Iraanse versie’, grapt leading lady Vanessa Van Durme. ‘Ze zien ons daar graag.’

Gardenia was bij de première in 2010 een fenomeen. Het stuk speelde meer dan tweehonderd keer en reisde twee jaar de wereld rond. Van São Paulo tot Taipei, van Adelaide tot Amsterdam: overal veerden toeschouwers na afloop recht (niet in Iran, want daar werd niet gespeeld). In Parijs liet Jean Paul Gaultier, die het stuk drie keer zag, elke avond bloemen leveren. Ook Jane Birkin outte zich als fan.

De performers, veelal oudere mannen die in muzikale scènes transformeren tot vrouwen, raakten bij velen een gevoelige snaar. Omdat het uit hun ­eigen leven leek gegrepen, allicht. ­Omdat de ontbolstering van mannen in grijze maatpakken tot prachtige diva’s met pruiken en boa’s ontroerde. Omdat iedereen zich wel herkende in de sfeer van vergane glorie en ouderdom. En ­natuurlijk omdat we allemaal op zoek zijn naar hoe dat nu moet, voluit jezelf zijn.

Maar aan alle mooie liedjes komt een eind. Ook het concept van het stuk – travestieclub opent nog één keer de deuren voor ze voorgoed sluit – was niet eeuwig houdbaar. Na de laatste opvoering in Gent viel het doek voorgoed over Gardenia. Of dat dacht men toch.

 

Somewhere over the rainbow

Bluebirds fly

And the dreams that you dream of

Dreams really do come true-ooh-ooh*

 

‘Maandelijks is er wel iemand in Antwerpen die me aanspreekt: dat was zo’n mooi stuk, wanneer komt het ­terug?’ De ogen van Richard Dierick (69), een flamboyante man met wulpse witte krullen, fonkelen als hij het na de try-out vertelt in de kleedkamer. ‘Voor mij was Gardenia een sprookje dat werkelijkheid werd. We hebben de hele wereld ­gezien!’ Liefst 34.000 foto’s nam hij op tournee. ‘Die zijn mooi geklasseerd. Als ik kijk naar de foto’s uit Avignon, waar het allemaal begon, beleef ik alles opnieuw. Toen Alain me belde voor een herneming, heb ik niet getwijfeld.’

Gerrit Becker daarentegen stond niet te springen. Al was daar een andere reden voor. ‘We zijn tien jaar later. Ik ben nu 77. Dan spring je niet meer zo, hé.’ De kleine, pezige Becker is de nuchterheid zelve. Gemist heeft hij Gardenia niet. Hoe hij zijn dagen na de laatste ­opvoering heeft gevuld? ‘Niks speciaals, gewoon het dagelijkse gangetje. Ik was bezig met de stoffering van meubels, maar daar ben ik mee gestopt. Ik heb de kracht niet meer. Maar het is leuk om nu opnieuw op ­scène te staan.’

Dierick viel na Gardenia wel in een zwart gat. Maar lang heeft dat niet ­geduurd. Hij volgde muziekschool en speelde bij Studio 100 mee in de musicals 14-18, 40-45 en Daens, alle ook ­geregisseerd door Frank Van Laecke. Toen corona al zijn hobby’s lamlegde, kwamen de kilo’s er snel bij. ‘Ik woog op een bepaald moment 106 kilo. Nu zijn het er nog maar 84, met dank aan de Weight Watchers. Ik moest afvallen hè, om weer in vorm te raken voor ­Gardenia.’

‘Er is niets aan Gardenia veranderd, en toch is het beter dan tien jaar geleden.’ Op de achtergrond prijkt de stoel van Andrea De Laet. 

Au revoir, Andrea

Of het spelen tien jaar later nog vlot gaat, vragen we Vanessa Van Durme, die er nahijgend van de vele trappen is ­komen bij zitten in de kleedkamer. ‘Are you kidding me? Ik kruip naar huis! De schuine helling in het decor, dat is de Muur van Geraardsbergen waarop we ­lopen. Mét hakken!’

Het is zij die, als mater familias van de groep, aan de oorsprong ligt van Gardenia. Ze zag de film Yo soy así, waarin het sluiten van een travestiecabaret in Barcelona de kapstok is om in de privélevens te gluren van een groep oude ­artiesten. Die wereld kende de actrice, radiofiguur en scenariste maar al te goed. Met de zegen van Platel en Van Laecke belde ze Richard en Gerrit, en Rudy, Danilo en Dirk: vrienden die tegen hun pensioen aanliepen en van wie ze sommige al veertig jaar kende. Of zij het zagen zitten om niet ­alleen als man en als zichzelf, maar ook als homo en travestiet op de scène te staan?

Tien jaar geleden was dat meer ­gewaagd dan nu.

Becker: ‘Dat is zo. Maar overal was het publiek mee. In Avignon waren we the talk of town. Op iedere hoek van de straat werden we staande gehouden.’

Dierick: ‘Na een voorstelling in de ­Balkan kwam er een gesluierde moslima naar me toe, met tranen in de ogen van ontroering. Dat had ik, op z’n zachtst gezegd, niet verwacht.’

 

Van Durme: ‘In Rusland speelden we op vier plekken, onder meer in een “ultrarechtse stad” volgens de festivaldirectrice. Oei, dacht ik, moeten we nu vrezen voor kalasjnikovs in de zaal? Ze had zelfs ­bodyguards geregeld. Vanop het podium zag ik die lijfwachten in de ­tribune. Na afloop zouden ze ons begeleiden naar een restaurantje. Maar ze zagen zelf in dat het niet nodig was. Het zijn niet de mensen die het probleem zijn in landen als Rusland, Hongarije of Polen, het is het politieke systeem dat intolerant is voor mensen zoals wij.’

Heeft voor jullie de voorstelling tien jaar later een andere betekenis ­gekregen?

Van Durme: ‘Er is niets aan veranderd, maar toch vind ik ze beter dan tien jaar geleden. Ze is meer bezonken.’

Dierick: ‘Het stuk is schrijnender. Het gaat dieper, er zit meer tristesse en ­melancholie in.’

Van Durme: ‘En Andrea is er niet meer bij, natuurlijk.’

 

Some are like water, some are like the heat

Some are a melody and some are the beat

Sooner or later they all will be gone

Why don’t they stay young?

 

Op de scène staat één lege stoel, met een rood kleedje erover. Dat was de outfit van Andrea De Laet, die in 2016 overleed. Zij werd geboren als man en was een van de eersten die zich in 1988 lieten opereren bij het transgenderteam van het UZ Gent. In Gardenia was ze de Tina Turner van de groep: klein, pittig, no-nonsense. Aan het begin van de originele opvoering riep Van Durme al op tot een minuut stilte voor de meiden die het ­cabaret zijn ontvallen. ‘Nu gaan mijn ­gedachten in die minuut naar Andrea’, zegt Dierick.

Welke leemte laat Andrea achter?

Becker: ‘Ze was onze communiste! Che Guevara was haar idool.’

Dierick: ‘Als je met haar over politiek ­begon, was je twee dagen bezig. Er was even sprake om haar te vervangen, maar dat vond ik geen goed idee.’

Becker: ‘Nee, Andrea was een karikatuur op zich: een dik bolletje met twee ­dunne beentjes.’

Dierick: ‘Ze had diabetes. Maar volgens mij ging ze er verkeerd mee om.’

Becker: ‘Dan had ze op tournee chips, koeken en kaas bij. “Dat is voor ’s nachts na het stuk, als ik honger krijg”, zei ze dan.’

Dierick: ‘Ach Andrea, ze is niet te vervangen. Die lege stoel vind ik de ideale oplossing.’

Rue de Vaseline

Op de tonen van Claude François en de Boléro van Ravel transformeren de ­acteurs tot stralende vrouwen in ­bloemen- en pailletjurken. Je herkent Liza Minnelli en Marlene ­Dietrich, terwijl Van Durme met haar ­rode lingerie en kilo’s juwelen lijkt weggelopen uit de Moulin Rouge. ‘Voor mij is Gardenia een celebration of life’, zegt ze. ‘Die vodden waarmee deze mensen zich optuigen: daar zit hun schoonheid in, hun pride. Maar die kostuums, ­pruiken en make-up zijn ook een schild dat de ziel bedekt.’

Voor Gerrit Becker was dat ‘verkleden’ als vorm van theater nieuw. ‘Ik heb van mijn 20ste tot 45ste wel geleefd als vrouw, maar dat is iets heel anders.’ Hij toont me een pasfoto uit die tijd: de gelaatstrekken zijn zichtbaar dezelfde, maar zijn kapsel is golvend en vrouwelijk, à la Paola. Toen hij het cabaret waar hij werkte verruilde voor de hotelsector, moest hij weer door het leven als man. Sylvia werd weer Gerrit, noodgedwongen. ‘Die omschakeling was wreed hard. Maar ach, het is wat het is. Ik voel me vrouw en leef als een vrouw, maar in mannenkleren. Mijn familie noemt me nu nog steeds tante Sylvie.’

 

Dierick voelt zich daarentegen wel man (‘Ik ben homo tot in de topjes van mijn tenen’). Hij kende een glorieuze carrière in travestieshows. ‘Ik heb mijn hele leven gewerkt in een kinderziekenhuis, waarvan 25 jaar op de dienst intensieve zorg. Kinderen zien sterven en hun ­ouders opvangen, dat was zéér zwaar. Als uitlaatklep begon ik uit te gaan in de Rue de Vaseline (oude bijnaam voor de Van Schoonhovenstraat in Antwerpen, red.). Achter de gevels waren verborgen homobars, waar ik begon met travestieoptredens. Dat heb ik 37 jaar gedaan.’

 

Le travail ne me fait pas peur

Je suis un peu décorateur

Un peu styliste

Mais mon vrai métier

C’est la nuit

Que je l’exerce travesti

Je suis artiste

J’ai un numéro très spécial

Qui finit en nu intégral

Après strip-tease

Et dans la salle je vois que

Les mâles n’en croient pas leurs yeux

Je suis un homo

Comme ils disent

 

Diericks bijnaam is nog steeds ‘Tootsie’, naar de film uit 1982 met Dustin Hoffman als travestiet. ‘Die heeft lang gespeeld in cinema Rex in Antwerpen. Als de film klaar was, stond ik verkleed als Tootsie aan de uitgang van de zaal. Hoe vaak mensen me niet hebben meegenomen voor een drankje! Ik heb me reuze geamuseerd.’ In zijn acts bracht Dierick het liefst parodieën op Maria Callas en – zijn grote heldin – Marlene Dietrich. In Gardenia zingt hij haar ‘Sag mir wo die Blumen sind’, in een dikke witte bontmantel. ‘In mijn travestieshows bracht ik dat met een komische noot. Ik werd opgereden in een rolstoel door een verpleegster, die me voor de microfoon neerkieperde. Aan de onderkant van mijn vinger had ik een stuk zwarte plakband gekleefd. Als ik zong “Sag wo die Soldaten sind”, strekte ik mijn arm en vormde ik met de plakband op mijn vingers een Hitlersnor. Als ik dat deed in het oude Arenatheater liep soms de helft van de zaal weg. Veel collaborateurs in Gent hè, vroeger …’

Happy activisme

Het voorbije decennium evolueerde de taal razendsnel. In een voorbeschouwing op Gardenia in deze krant lazen we nog shemales, een term die nu helemaal uit de mode is. Travestie evolueerde tot drag. Het woord non-binariteit bestond tien jaar geleden niet. En liever dan over transseksuelen spreken we vandaag over transgender personen. Daarbij komen nog de discussie over genderneutrale taal en voornaamwoorden (die/hen/hun).

‘Het gaat allemaal wel heel snel ­tegenwoordig’, zegt Van Durme. ‘Natuurlijk is het goed om op de barricaden te staan voor transgenderrechten, maar dat kan toch ook een beetje happy en ontwapenend? Als je te activistisch bent, krijg je de rest van de bevolking niet mee. Je mag mensen niet zo dwingen. Met diplomatie bekom je alles.’

Misschien heeft de jonge generatie er genoeg van om diplomatisch te doen over wie ze zijn en willen ze gewoon dat iedereen hen accepteert?

Van Durme: ‘Misschien wel. Noem me ouderwets, maar ik ben daar zelf nooit zo mee bezig geweest. Wie mij aanvaardt, fijn. Wie mij niet aanvaardt, ook oké. Ik heb altijd van de daken geschreeuwd: take it or leave it. Maar daar heb ik ook een prijs voor betaald. Als je in mijn tijd transseksueel was, werd je uitgekotst door de maatschappij.’

Dat is toch niet min?

‘Ik ben toch niet doodgegaan?’

 

U niet, maar anderen misschien wel?

‘Ja, zeker in mijn prostitutieperiode heb ik veel zelfdodingen meegemaakt in mijn omgeving, zelfs moorden. Gelukkig belanden transseksuelen niet meer zo vaak in de prostitutie als vroeger.’

In het verleden was sekswerk – weer zo’n nieuwe term – vaak de enige uitweg voor wie trans was en werd gemarginaliseerd. Vaak was dat geld ook nodig om een geslachtsverandering te kunnen betalen. In haar autobiografische boek en de daaruit voortgekomen monoloog Kijk mama, ik dans – die Van Durme 350 keer speelde wereldwijd – vertelt ze hoe ze in de jaren 70 voor haar operatie naar Marokko trok. Zonder afspraak en met een pak cash ging ze in Casablanca op zoek naar Georges Burou, ‘de dokter die aan de lopende band penissen veranderde in vagina’s’. Van Durme noemt hem ook nu onomwonden ‘een wizard’.

Wat zijn de tijden sindsdien veranderd.

‘Nu staat er een hele equipe van psychiaters, chirurgen en urologen klaar in het UZ Gent. In mijn tijd moest je nog een operatie ondergaan om je naam en geslacht te veranderen op je identiteitskaart. Godzijdank is dat ook veranderd. Transseksuelen zie je nu niet alleen meer in de showbizz, maar ook in de architectuur of politiek. Met Petra De Sutter hebben we zelfs een transgender minister! Ik kan er alleen met mijn hoofd niet bij dat in De zevende dag onlangs nog haar oude naam werd genoemd.’

Het doet denken aan een scène uit de prachtige documentaire Before the last curtain falls, waarin de maker de Gardenia-acteurs volgde in hun dagelijkse leven. Daarin vroeg hij ook aan Van Durme hoe ze heette als man – haar ­deadname. ‘Dat was een héél stomme vraag’, zegt Van Durme nu.

Zowel uit de documentaire als uit ­Gardenia komt een beeld van eenzaamheid naar voren. Strookt dat met de realiteit?

Van Durme: ‘Ach, we hebben allemaal veel meegemaakt. Maar niemand van ons is eenzaam. We spelen theater, hè. Het is make-believe. Toen ik mijn solo Kijk mama, ik dans speelde in de Capitole in Gent, wenste na afloop iemand van het stadsbestuur me “veel sterkte”. Ik dacht: goed dat je alles geloofde, maar ik mis juist niets! Ik ben gezond, financieel oké, heb een mooi huis en een prachtige carrière. Ik ben gelukkig!’

 

Quand tu souris

Je m’envole au paradis

Je vais à Rio de Janeiro

Je prends ta main

Et nos cœurs font plus de bruit

Que toutes les timbales

Du carnaval

 
Heeft u dan nergens spijt van?

Van Durme: ‘Het had me veel moeite ­bespaard als ik geboren was als vrouw. Dan had ik een veel grotere theatercarrière gehad. Al mijn stukken, zoals Gardenia, heb ik zelf moeten bedenken.’

 

Omdat u te weinig wordt gevraagd?

‘Toch zeker voor gewone vrouwenrollen, ja, op uitzonderingen na, zoals Allemaal indiaan van Alain Platel, waarin ik een moeder speelde met vier kinderen. Ik zal nooit vergeten dat een Gentse filmmaker ooit zei: “Vanessa kan goed spelen, maar je blijft het aan haar zien.” Dat ik als man geboren ben, bedoelde hij. Dan denk ik: wat maakt dat nu uit? Ik zou ­eigenlijk dezelfde rollen moeten kunnen spelen als Viviane De Muynck.’

Maakt dat u verbitterd?

‘Het heeft geen zin. Ik heb in de mooiste zalen ter wereld mogen spelen. En ik broed op een nieuwe monoloog. Al durf ik zeker te zeggen dat ik een mislukte carrière heb gehad, dat er meer in zat. Maar ik ben een zeer gelukkig mens. Ik ben nu bijna 74 en heb geleefd voor zes. Pas als ik man gebleven was, zou ik nu zeer ongelukkig zijn.’  

Van 16 tot 25 juli in NTGent. In het najaar nog in Toneelhuis Antwerpen, KVS Brussel, C-Mine Genk en Namen en Charleroi.De liedteksten in dit artikel komen uit nummers van Judy Garland, Alphaville, Charles Aznavour en Claude François en weerklinken alle in de voorstelling.

Niet te missen

LEES OOK

De podcasts van De Standaard

Niet te missen