Commissie keurt nieuw Vlaams inburgeringsbeleid goed
Themabeeld. Foto: Jimmy Kets

De commissie Binnenlands Bestuur van het Vlaams Parlement heeft dinsdag het nieuwe inburgeringsbeleid van de regering goedgekeurd.

Een uitgebreider inburgeringsbeleid met een kostprijs voor de inburgeraar was een van de elementen uit het Vlaamse regeerakkoord. De regering raakte het eind vorig jaar eens over de uitwerking.

Het nieuwe traject bestaat uit vier onderdelen. De nieuwkomer moet om te beginnen Nederlands leren. Ten tweede moet hij zo snel mogelijk economisch zelfredzaam worden, onder meer door een samenwerking met de VDAB.

Het derde luik draait rond maatschappelijke oriëntatie. De nieuwkomer moet de werking van onze samenleving leren kennen en inzicht krijgen in de normen en waarden waar die op gebaseerd is.

Ten vierde wordt elke inburgeraar gekoppeld aan een Vlaming. Samen zullen ze een traject van veertig uur doorlopen. Op het einde van het traject volgen examens.

Kritiek

De plannen botsten de voorbije maanden op kritiek, onder meer van de Vlaamse sociale partners (SERV), de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en een groep leerkrachten NT2 (Nederlands tweede taal). Zo was er de kritiek dat de plannen extra drempels zouden opwerpen voor nieuwkomers. De Vlor viseerde de financiële drempel, de gestandaardiseerde testen en de negatieve gevolgen die aan niet-slagen gekoppeld zijn. De Serv argumenteerde dat werkervaring belangrijker is dan een extra goede kennis van het Nederlands.

De oppositie vroeg daarom nog hoorzittingen met onder meer Vluchtelingenwerk Vlaanderen en de Serv. Die leidden niet tot een bijsturing van de tekst. Volgens de Vlaamse regering zullen de plannen zorgen voor een ‘traject op maat’ en voor ‘meer kansen’ voor nieuwkomers.