Zweedse premier Stefan Löfven verliest motie van wantrouwen
Premier Stefan Löfven. Foto: EPA-EFE

Voor de eerste keer in de Zweedse geschiedenis heeft een premier een motie van wantrouwen niet overleefd. Die eer valt de sociaaldemocraat Stefan Löfven te beurt, die nu een week de tijd heeft om het ontslag van zijn regering aan te bieden of nieuwe verkiezingen uit te schrijven. In een persconferentie liet Löfven open hoe het nu verder moet.

De komende week wil Löfven gebruiken om met de partijen in gesprek te gaan. Tijdens de persconferentie zei hij dat zijn focus steeds ligt op wat het beste is voor het land. Het is daarom belangrijk alle mogelijkheden precies te overdenken. Wanneer hij zal beslissen, zei de 63-jarige niet.

181 van de 349 parlementsleden steunen Löfven, sinds 2014 premier, niet langer. Als Löfven ontslag neemt, is het aan de parlementsvoorzitter om onderhandelingen te voeren om een nieuwe premier te vinden. Het is mogelijk dat dat opnieuw Löfven wordt.

De premier herhaalde verder zijn kritiek op de partijen die een meerderheid vonden om hem af te straffen. Hij wees erop dat het na de verkiezingen van 2018 al bijzonder moeilijk was om een regering samen te stellen. In zo’n situatie moet men compromissen sluiten, vindt Löfven.

Huurmarkt

De rechts-populistische partij Zweden-Democraten hadden donderdag een motie van wantrouwen tegen Löfven ingediend in de Riksdag, nadat de Vänsterpartiet, de Linkse Partij, haar steun voor Löfvens fragiele minderheidsregering van sociaaldemocraten en groenen introk vanwege onenigheid over hervormingsplannen voor de Zweedse huurmarkt.

Verschillende oppositiepartijen, maar ook de Linkse Partij, maakten de afgelopen dagen al duidelijk dat ze mee zouden stemmen met de Zweden-democraten. Löfven probeerde dit weekend tevergeefs nog een compromis uit de brand te slepen. Zondag liet hij nog weten dat zijn land nu geen politieke crisis nodig heeft.

Löfvens roodgroene coalitie werd gedoogd door de Centrumpartij en de liberalen, en kon ook rekenen op de steun van de Linkse Partij. Sinds hij in 2014 premier werd, overleefde hij al elf moties van wantrouwen.

De volgende parlementsverkiezingen in Zweden stonden aanvankelijk gepland voor september volgend jaar. De Zweedse grondwet schrijft voor dat die sowieso doorgaan, zelfs als er vervroegde verkiezingen komen. Dat zou betekenen dat de Zweden dan op iets meer dan een jaar twee keer naar de stembus moeten.