Deminor vraagt rechtbank verkoop Integrale op te schorten
Foto: BELGA

De verkoop van de Luikse levensverzekeraar Integrale, die instaat voor de groepsverzekering van 160.000 werknemers, wordt aangevochten voor de rechtbank. De obligatiehouders vinden dat er andere oplossingen overwogen moeten worden dan overname door een bedrijf uit Bermuda. Ze hebben het bureau Deminor ingeschakeld, dat zich afvraagt of het toezicht tekortschoot

Het advieskantoor Deminor, gespecialiseerd in financiële dossiers, hekelt wat het noemt een gebrek aan transparantie bij de verkoop van de verzekeringsportefeuille van Nethys-dochter Integrale aan een verzekeraar in Bermuda. Integrale uit Luik verzorgt de groepsverzekeringen van zo’n 6.000 bedrijven, goed voor 160.000 werknemers.

De geplande verkoop van de portefeuille van Integrale komt er nadat de verzekeraar in financiële problemen kwam als gevolg van ernstige solvabiliteitsproblemen. Moeder Nethys weigerde bij te springen en zette het bedrijf te koop.

Midden in dat verkoopproces greep de Nationale Bank in en zette in november 2020 speciale bewindvoerders bij Integrale. Die namen de macht over. Waar eerst nog een deal in de maak leek waarbij Integrale zou blijven bestaan en mogelijk overgenomen zou worden door het fonds River Rock, koos de Nationale Bank voor een ander scenario.

De verzekeringsportefeuille zou overgeheveld worden naar de in Bermuda gevestigde herverzekeraar Monumentum Re. Wat overblijft zou door Nethys in vereffening gesteld worden. De obligatiehouders zien dit scenario niet zitten omdat er volgens hen onvoldoende rekening werd gehouden met hun belangen. Ze verkiezen een globale doorstart.

Deminor, dat optreedt voor ontevreden obligatiehouders, heeft bovendien vragen bij de rol van de toezichthouder. Schoot het toezichtsbeleid niet tekort? De Nationale Bank signaleerde voor 2020 nooit problemen bij de verzekeraar, zegt Pierre Nothomb, managing partner van Deminor.

Deminor vindt ook dat de toezichthouder Integrale onvoldoende beschermde tegen zijn omstreden hoofdaandeelhouder, de Luikse holding Nethys. Deminor wijst er bijvoorbeeld op dat Integrale in mei 2018 18 miljoen aan Nethys moest uitlenen die dat geld gebruikte om omstreden bonussen te betalen aan de voormalige Nethys-toplui Stéphane Moreau, Pol Heyse en Bénédicte Bayer. Die kwamen allemaal in opspraak in het grote Nethys-schandaal waarbij kroonjuwelen op obscure wijze werden verkocht en er sprake was van mogelijke zelfverrijking en of belangenvermenging.

Nethys verzwakte de verzekeraar en toen Nethys zelf in de problemen kwam, tastte dat ook nog eens de solvabiliteit van Integrale aan, zegt Deminor. De toezichthouder zou ook bepaalde verboden transacties over het hoofd gezien hebben zoals het geld dat Nethys leende bij zijn pensioenfonds Ogeo Fund om ermee te kunnen intekenen op een kapitaalverhoging van Integrale. Een pensioenfonds mag wettelijk geen geld uitlenen aan een niet-genoteerd bedrijf.

Deminor heeft ook vragen over de evolutie van de solvabiliteit (de buffer om aan de verplichtingen te kunnen voldoen) bij Integrale. In maart 2020 heette het dat de solvabiliteit onder de kritische grens van 100 procent gezakt was. In februari 2021 zakte die verder naar 57 procent. En in een pas vrijgegeven rapport van Integrale heet het nu dat men zich vergist heeft en dat de solvabiliteit eind vorig jaar eigenlijk al op 26 procent stond.

Veel vastgoed

Het stootkussen van verzekeraars wordt gevormd door beleggingen in obligaties en vastgoed. Integrale had veel vastgoed. ‘Zijn de kantoren in Luik dan van de ene dag op de andere met drie kwart in waarde gezakt’, vraagt Nothomb zich af. Verzekeraars staan onder strikte financiële kwartaalrapportering. Dat de ratio’s daar zo’n wilde jojobewegingen maakten met tussendoor vergissingen, wil Deminor uitgelegd zien.

Deminor wil ook dat er klaarheid komt over het akkoord dat de bewindvoerders afsloten met Monument Re. Dat akkoord zet de verzekerden en het personeel uit de wind. Maar Deminor vindt dat daarbij anderen, zoals de obligatiehouders zijn vergeten. Dat zou niet het geval geweest zijn met het bod van River Rock.

De obligatiehouders tekenden in 2013 in op een achtergestelde obligatielening van 75 miljoen euro met een coupon van 6 procent. Die liep tot in 2026. Deminor vermoedt dat de Nationale Bank liever zag dat de een grote verzekeraar de portefeuille overnam in plaats van Integrale als kleine speler te laten voortbestaan.

Deminor vroeg al op 11 mei de bijeenroeping van een vergadering van obligatiehouders om uitleg te krijgen maar de bewindvoerders tonen geen haast. Eén grote obligatiehouder (naar verluidt het Franse GMEN) is al naar de ondernemingsrechtbank in Luik gestapt. Deminor doet nu hetzelfde. Deminor vraagt dat de verkoop van de verzekeringsportefeuille voorlopig on hold wordt gezet tot er volledige transparantie wordt gegeven. In een latere fase is een aansprakelijkheidsprocedure niet uitgesloten.

De Nationale Bank reageerde naderhand met de boodschap dat het bij al haar handelingen het belang van de verzekerden prioritair heeft gesteld. Verder kan de bank omwille van haar beroepsgeheim geen verdere toelichting geven, luidt het.