Motie van wantrouwen tegen Japanse regering
De motie zal wellicht weggestemd worden door premier Yoshihide Suga’s partij en coalitiepartner. Foto: AP

In Japan heeft de oppositie op ruim een maand van de start van de Olympische Spelen in Tokio een motie van wantrouwen ingediend tegen het kabinet van premier Yoshihide Suga. Die motie wordt echter wellicht dinsdag in het Lagerhuis met een meerderheid van tafel geveegd door Suga’s Liberaal-Democratische Partij (LDP) en de kleinere coalitiepartner Komeito.

Het versnipperde oppositiekamp had net daarvoor tevergeefs gevraagd om de huidige parlementaire zitting met drie maanden te verlengen. De oppositie bekritiseert onder meer het feit dat Suga de Olympische Spelen in Tokio zoals gepland wil laten doorgaan op 23 juli, ondanks de bezorgdheid over een heropflakkering van het coronavirus. In de Japanse hoofdstad is nog zeker tot en met zondag de noodtoestand van kracht.

Suga sloot niet uit dat hij het Huis van Afgevaardigden voortijdig zou ontbinden als reactie op een motie van wantrouwen, maar benadrukte tegelijk dat de strijd tegen het coronavirus voor de regerende coalitie de topprioriteit is. Eerder meldde de krant Asahi al dat de premier waarschijnlijk vervroegde verkiezingen zou uitschrijven na de Olympische en Paralympische Spelen en concludeerde daaruit dat Suga vastbesloten is om door te gaan met het evenement.

De Olympische Spelen in Tokio vinden plaats van 23 juli tot en met 8 augustus, met inachtneming van strikte gezondheidsmaatregelen. Het evenement werd vanwege de coronapandemie al met een jaar verschoven. Op de G7, de top van de zeven rijkste industrielanden, herhaalde de Japanse eerste minister Yoshihide Suga onlangs nog dat zijn land vastberaden is de Spelen te organiseren, ondanks de pandemie en de tegenkanting van een groot deel van de Japanse bevolking en vooraanstaande artsen. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) verklaarde eerder op zijn beurt dat de Spelen zelfs bij een noodtoestand zullen plaatsvinden.