Twee Amerikanen geven toe dat ze Ghosn hielpen bij ontsnapping uit Japan
Foto: AP

Een Amerikaanse oud-militair en zijn zoon hebben op hun proces toegegeven dat ze voormalig Nissan-topman Carlos Ghosn uit Japan hebben helpen ontsnappen. Ze smokkelden de van fraude verdachte zakenman in ware spionagestijl naar Libanon.

Bij de start van de hoorzitting in Japan werden de aanklachten voorgelezen tegen Michael Taylor (60), een voormalig lid van de Amerikaanse special forces die nadien overstapte naar een private veiligheidsdienst, en zijn zoon Peter Taylor (28). Op de vraag of ze de aanklachten betwisten, antwoordden ze beiden neen. Een derde verdachte, die Ghosn door de security heeft geloodst, is nog niet gevat.

Ghosn, die CEO was van autobouwers Nissan en Renault, zat eind 2019 op verdenking van fraude in huisarrest in Japan. Michael en Peter Taylor worden ervan verdacht de zakenman op 29 december 2019 het land te hebben uitgesmokkeld. Ze zouden Ghosn verstopt hebben in een kist voor geluidsapparatuur, die aan boord van een privévliegtuig werd gebracht. Ze zouden daarvoor 1,3 miljoen dollar ontvangen hebben.

Uiteindelijk kwam Ghosn terecht in Libanon, dat geen uitleveringsverdrag heeft met Japan. Ghosn heeft zelf ook de Libanese nationaliteit. Peter Taylor zou in de maanden voor de ontsnapping herhaaldelijk naar Libanon zijn gereisd, vermoedelijk om de actie voor te bereiden.

Ghosn heeft altijd gezegd dat hij onschuldig is aan financieel gesjoemel en schending van vertrouwen. Hij zei dat hij in Japan geen eerlijke rechtszaak verwachtte.