G7 wil invloed China beperken met infrastructuurplan voor ontwikkelingslanden
De leiders van de G7 bij een overleg. Foto: AFP

De G7, de groep van zeven rijke industrielanden, heeft zaterdag een nieuw plan aangenomen om arme landen te helpen bij het aanleggen van verschillende soorten infrastructuur. Volgens een woordvoerder van het Witte Huis is het plan bedoeld om de invloed van China in ontwikkelingslanden en opkomende economieën aan banden te leggen.

De Chinezen breiden hun macht in arme landen sinds 2013 gestaag uit met hun zogeheten Belt and Road-initiatief (BRI), dat projecten zoals spoorwegen, havens, snelwegen en andere infrastructuur omvat. Critici zien de BRI ook wel als een moderne versie van de handelsroute die in het verleden langs de zijderoute liep. Meer dan honderd landen hebben overeenkomsten met China ondertekend om samen te werken in BRI-projecten. Het initiatief heeft Peking al biljoenen Amerikaanse dollars gekost.

De groep van zeven, waaronder de VS, Duitsland, Japan en het Verenigd Koninkrijk, komt nu met het Build Back Better World-initiatief, afgekort naar B3W. Er zouden vooral alternatieve infrastructuurmogelijkheden worden aangeboden, met een grotere nadruk op arbeids- en milieunormen, transparantie en betrokkenheid van de particuliere sector, dan bij BRI het geval is. Voor het plan zou zeker zo’n veertig biljoen Amerikaanse dollar nodig zijn, al zou dit geld vooral uit het bedrijfsleven moeten komen.

‘Dit gaat niet alleen over de confrontatie met of het opnemen tegen China’, zei een hoge functionaris van de Amerikaanse overheid. ‘Maar tot nu toe hebben we geen positief alternatief aangeboden dat onze waarden, onze normen en onze manier van zakendoen weerspiegelt.’ De B3W moet dat alternatief worden.