CD&V-leden fluiten eigen voorzitter meteen terug op partijcongres
Joachim Coens. Foto: BELGA

Het CD&V-congres begon vanmorgen meteen stevig in mineur voor partijvoorzitter Joachim Coens. Zijn mission statement voor de partij, het zogenaamde Artikel 1, werd niet goedgekeurd en wordt uitgesteld tot aan het inhoudelijk congres.

CD&V houdt vandaag een congres over de vernieuwde partijstatuten. Het is de eerste belangrijke stap van partijvoorzitter Joachim Coens om zijn partij een nieuw elan te geven en daardoor meteen ook dé lakmoesproef voor zijn draagvlak en autoriteit.

Het congres begon weliswaar meteen stevig in mineur voor Coens. Zijn officiële mission statement, Artikel 1 van de partijstatuten, geraakte net niet aan de nodige twee derde van de stemmen. 65 procent van de leden stemde voor, 35 procent stemde tegen. Het tegenvoorstel om het Artikel 1 nog te herschrijven in de context van het inhoudelijke congres in december werd vervolgens wél met voldoende stemmen aanvaard. ‘De voorzitter begrijpt dat de leden het mission statement willen koppelen aan het inhoudelijke project’, reageert zijn woordvoerster. Coens benadrukt wel dat ‘bijna twee derde van de leden het al inhoudelijk eens is’.

Symbolische waarde

De aanhef van de partijstatuten heeft onmiskenbaar een grote symbolische waarde, denk maar aan artikel 1 bij de N-VA dat vandaag nog altijd expliciet spreekt over de keuze voor een ‘onafhankelijke republiek Vlaanderen’. Coens maakte een statement door de allereerste zin van de vorige CD&V-statuten – ‘voor ons telt elke mens’ – naar onder te duwen en te vervangen door het meer liberale ‘CD&V gelooft in wat mensen kunnen’.

Nu zijn Artikel 1 niet aanvaard wordt, moet Coens terug naar de tekentafel. Het is onmiskenbaar een stevige tik voor zijn autoriteit als CD&V-voorzitter.

Cumul

Het was ook uitkijken naar hoe streng de regels voor cumuls zouden worden. Daar stemden de leden in met het compromisvoorstel dat het mandaat van nationaal voorzitter onverenigbaar is met de functie van parlementslid, in combinatie met het mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van het Bijzonder Comité Sociale Dienst in een gemeente van 30.000 inwoners of meer.