Eerste verdachte van moord op Mounia vrijgelaten, andere verdachte in de cel
Foto: RDB

In het onderzoek naar de dodelijke steekpartij die op zondag 30 mei plaatsvond in Evere, heeft de onderzoeksrechter de man vrijgelaten die als verdachte was opgepakt en onder aanhoudingsbevel was geplaatst. Dat meldt het Brusselse parket. ‘De eerste aanwijzingen in zijn richting werden door het onderzoek niet bevestigd’, klinkt het. ‘Intussen is een andere verdachte opgepakt.’

In het onderzoek naar de dodelijke steekpartij die op zondag 30 mei plaatsvond in Evere, heeft de onderzoeksrechter de man vrijgelaten die als verdachte was opgepakt en onder aanhoudingsbevel was geplaatst. Dat meldt het Brusselse parket. ‘De eerste aanwijzingen in zijn richting werden door het onderzoek niet bevestigd’, klinkt het. ‘Intussen is een andere verdachte opgepakt.’

De steekpartij vond zondagavond omstreeks 19.40 uur plaats, toen de 36-jarige Mounia Ouyahia op straat aan het wandelen was met haar baby. Ter hoogte van de splitsing van de Twee Huizenstraat en de Kerkhof van Brussellaan werd ze plots aangevallen en met een snijdend voorwerp in de nek gestoken. De vrouw werd nog naar het ziekenhuis gebracht, maar overleed aan haar verwondingen. De baby bleef ongedeerd.

Nog dezelfde avond kon de politie een verdachte oppakken, de 21-jarige Andy K.. Die werd door de onderzoeksrechter onder aanhoudingsmandaat geplaatst voor doodslag. De man was al gekend bij de politie en zou met psychische problemen kampen, maar ontkende elke betrokkenheid. Afgelopen vrijdag verlengde de raadkamer zijn voorlopige hechtenis nog met een maand, maar woensdag heeft de onderzoeksrechter hem vrijgelaten.

‘De eerste aanwijzingen van schuld tegen die persoon werden niet bevestigd door het onderzoek en er is geen reden om hem nog langer als verdachte te beschouwen’, zegt parketwoordvoerster Willemien Baert. ‘Intussen is een andere verdachte opgepakt, en op 4 juni door de onderzoeksrechter onder aanhoudingsbevel geplaatst. Die persoon verschijnt woensdag voor de raadkamer. In het belang van het onderzoek geven we geen verdere commentaar.’